nieuws
Waterbus beste vervoerbedrijf
In de ogen van de reizigers is Waterbus (Rotterdam–Drechtsteden) het beste vervoerbedrijf van Nederland. De eveneens kleine vervoerders Taxicentrale Renesse (Vlieland) en Novio (Nijmegen) eindigen op de tweede en derde plaats. Dat blijkt uit de bewerking van de Klantenbarometer door DTV Consultants en Goudappel Coffeng op verzoek van OV-Magazine. De beide bureaus hebben de rapportcijfers per concessie omgerekend in een score per vervoerder. Winnaar Fast Flying Ferries (veerdienst Amsterdam–Velsen) bij de concessies is onderdeel van Connexxion. De grote drie in het streekvervoer (Connexxion, Arriva en Veolia) ontlopen elkaar niet veel. Zoals gebruikelijk bungelen de gemeentelijke vervoerders in de onderste regionen van de ranglijst. Maar het GVB bezet voor het eerst niet de laatste plaats. Die is dit jaar voor Syntus. “De slechte score van de spoorlijn Arnhem–Winterswijk drukt zwaar op ons gemiddelde rapportcijfer”, reageert manager marketing en verkoop Remko ten Brinke van Syntus. “Begin 2008 is afgesproken dat ProRail dit jaar het aantal storingen aan overwegen, seinen en wissels vermindert. Dat moet uiterlijk in maart 2010 klaar zijn. Syntus wil in drie jaar tijd naar een 7,5.”
| vervoerder |
cijfer |
vervoerder |
cijfer |
| Waterbus |
8,06 |
Hermes |
7,22 |
| TCR |
7,91 |
SVN |
7,19 |
| Novio |
7,36 |
GVU |
7,18 |
| Connexxion |
7,31 |
GVB |
7,05 |
| Arriva |
7,30 |
HTM |
7,03 |
| Veolia |
7,24 |
RET |
6,99 |
| NS |
7,23 |
Syntus |
6,94 |
Veren verdringen Wadden in top Klantenbarometer
De veerdiensten Amsterdam–Velsen en Rotterdam–Drechtsteden hebben de bus op de Friese Waddeneilanden van de jarenlange eerste plaats verdreven in de landelijke Klantenbarometer. Het gemiddelde rapportcijfer van de 95 concessies is gestegen van een 7,0 naar 7,2. Dat blijkt uit de enquêtes van de bureaus DTV Consultants en Goudappel Coffeng eind 2008 onder 87.500 reizigers in bus, tram, metro en (regionale) trein. “Deze stijging lijkt erop te wijzen dat de verbeteringen in het openbaar vervoer – nieuwe voertuigen, hogere frequenties, betere haltes, lage instap – zich beginnen uit te betalen in een grotere klanttevredenheid”, zegt het Kennisplatform Verkeer en Vervoer, de opdrachtgever van de Klantenbarometer. Informatie en veiligheid halen het hoogste gemiddelde rapportcijfer: een 7,5. Reistijd en doorstroming scoren het zwakst: een 6,2. Bij het GVB ging de champagne open: daar steeg de bus van een 6,7 naar een 7,1; de tram van een 6,7 naar een 7,0 en de metro van een 6,6 naar een 7,0. De volledige uitslag is te vinden op www.kpvv.nl.
| top-3 |
concessie |
cijfer |
|
1 |
Fast Flying Ferries Amsterdam–Velsen |
8,3 |
|
2 |
Waterbus Rotterdam–Drechtsteden |
8,1 |
|
3 |
streekbus Friese Wadden (Arriva en TCR) |
7,9 |
|
hekken-
sluiters |
concessie |
cijfer |
|
93 |
Randstadrail Rotterdam (RET) |
6,7 |
|
94 |
trein Arnhem–Winterswijk (Syntus) |
6,7 |
|
95 |
streekbus Zeeuws-Vlaanderen (Veolia) |
6,5 |
GVB: ja of nee zeggen tegen nieuwe concessie
De Stadsregio Amsterdam overweegt het GVB in de zomer van 2010 ja of nee te laten zeggen tegen een nieuw programma van eisen plus een scherpe subsidie. Zegt het GVB ja, dan gaat de nieuwe concessie voor het stadsvervoer vanaf 1 januari 2012 naar dat bedrijf. Zegt het GVB nee, dan komt er in de tweede helft van 2010 alsnog een openbare aanbesteding. Voorwaarde voor deze constructie is dat het GVB uiterlijk deze zomer huisvervoerder is van de Stadsregio Amsterdam. Dat kan door de aandelen over te hevelen van de gemeente naar de Stadsregio of door de zeggenschap over het GVB anders te regelen. De stadsregio besteedt de Amsterdamse bus, tram en metro niet meteen aan omdat dat met een marktconforme huisvervoerder niet hoeft van zowel Europa als Nederland en een aanbesteding teveel onrust kan veroorzaken. Om te bepalen wat een marktconforme subsidie is voor de stadsconcessie, komen er vergelijkende onderzoeken van de bureaus inno-V en SEO Economisch Onderzoek en een financiële analyse met de andere grote steden.
Regionale vervoerders klagen over beleid NS
Arriva, Connexxion, Syntus en Veolia vinden dat ze onvoldoende geld terugzien van doorgaande treinkaartjes die NS verkoopt via de automaten en aan loketten. De verdeling van die opbrengsten is in hun ogen niet transparant en niet te controleren. Verder vinden de regionale railvervoerders dat NS ten onrechte dwars ligt bij het plaatsen van logo’s en bedrijfsnamen op regionale stations. Die knelpunten staan in ‘De Vierde Spoormonitor NMa’. Tegen de Vervoerkamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit klagen alle railvervoerders ook over de hogere vergoeding die ProRail in rekening brengt voor het gebruik van het spoor. Die kostenpost stijgt volgend jaar harder dan de inflatie en is niet transparant. Volgens de vervoerders leidt dat tot serieuze financiële problemen omdat hun concessies geen rekening houden met een hogere gebruiksvergoeding. Bovendien vinden ze dat die vergoeding voor regionale spoorlijnen lager zou moeten liggen omdat daar minder wissels en beveiligingen zijn.
Vervoerkamer bespaart consumenten 65 miljoen
De Vervoerkamer van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft consumenten de afgelopen vijf jaar 65 miljoen euro bespaard. Dat heeft voorzitter Pieter Kalbfleisch van de Raad van Bestuur van de NMa gezegd bij het eerste lustrum van de Vervoerkamer, die toeziet op de spoorsector, de gemeentelijke vervoerbedrijven, Schiphol en het loodswezen. “Als we die markten niet hadden gereguleerd, dan waren de kosten voor consumenten 65 miljoen euro hoger geweest.” Het gaat dan bijvoorbeeld om onterechte subsidies en te hoge tarieven. De NMa is van plan de Vervoerkamer (12 formatieplaatsen) na de zomer samen te voegen met de grotere Energiekamer. Die ziet met 75 formatieplaatsen toe op de naleving van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. Als redenen noemt Kalbfleisch meer samenhang, afwisselender werk en een efficiëntere organisatie.
Vechtdallijnen eind dit jaar aanbesteed
De provincies Drenthe en Overijssel en de Regio Twente gaan de ‘Vechtdallijnen’ eind dit jaar aanbesteden. Dat zijn de regionale spoorlijnen Zwolle–Emmen en Almelo–Mariënberg. De ov-autoriteiten willen drie dingen bereiken: de trein Almelo–Mariënberg doortrekken naar Hardenberg of verder (vooral voor forensen en scholieren), de frequentie op het drukste stuk van Zwolle richting Emmen in de brede spits verdubbelen (van twee naar vier treinen per uur) en hun snelheid en capaciteit opvoeren (waarvoor de nieuwe vervoerder voorstellen mag doen). Ze onderzoeken nog of het loont om Almelo–Mariënberg te elektrificeren. De concessie aan NS voor Zwolle–Emmen loopt nog tot eind 2010 en de concessie aan Connexxion voor Almelo–Mariënberg nog tot eind 2013. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsonderzoek verwacht dat vooral Zwolle–Emmen flink kan groeien: tot 2020 met 47 tot 65 procent meer reizigerskilometers.
NS en ProRail spreken meer met één mond
NS en ProRail gaan meer met één mond spreken, vooral rond calamiteiten zoals laatst de stremming bij Vleuten. Sinds de splitsing van exploitatie en infrastructuur in 1995 wezen NS en ProRail bij problemen regelmatig de beschuldigende vinger naar elkaar in de media. De communicatiemensen van de spoorsector hebben afgesproken daarmee te stoppen. Dat deden ze naar aanleiding van de bijeenkomst ‘Maak het spoor sexy’ op initiatief van ProRail over het imago van het spoor. “We hebben ons laten inspireren door KLM en Schiphol”, zegt directeur communicatie Ruben Mensink van ProRail. “Die twee partijen leggen niet meer uit hoe een koffer kan kwijtraken, maar zorgen ervoor dat de reiziger hem terugkrijgt.” Het programma ‘Ruimte op de Rails’ (in 2020 elke tien minuten een Intercity in de brede Randstad) is ook een voorbeeld van de nieuwe lijn. Verder wordt gedacht aan een gezamenlijke promotiefilm en aan een gezamenlijke campagne om mensen te interesseren voor werk in de spoorsector. Deze zomer volgt een bijeenkomst om de balans op te maken.
Betere overstap op Leiden en Schiphol
De twee knooppunten waar Railforum dit jaar gaat proberen het overstappen te verbeteren zijn Leiden en Schiphol geworden. Breda is afgevallen omdat dat station een te grote bouwput is. Leiden is al een proefstation van NS en Schiphol geldt als een goed voorbeeld. Maar het station heeft minder kwaliteit dan de luchthaven, bleek bij een eerste inspectie. Zo zijn de lange perrons kaal en onoverzichtelijk en zijn de verwijzingen naar de bussen slecht. Railforum wil met enkele enthousiastelingen de overstap beter organiseren. Vooral de reisinformatie moet beter: niet meer per vervoerder maar als één geheel. Het is de bedoeling dat reizigers eind dit jaar makkelijker hun bus of fietsenstalling vinden. De vereniging hoopt dat de verkeerswethouders van Leiden en Hoofddorp (waar Schiphol onder valt) met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 ook snel resultaten willen zien.
Laat subsidie via reiziger naar vervoerder stromen
Verdeel de subsidie van het Rijk voor het stads- en streekvervoer (een miljard euro per jaar) over de reizigers en laat dat geld via de OV-chipkaart naar de vervoerders stromen. Met deze vraagsubsidie of persoonsgebonden budgetten krijgen vervoerders weer de ruimte en de prikkel om zich op hun reizigers te richten. Dat is een van de hoofdpunten in het advies ‘Ondernemend regionaal openbaar vervoer voor meer reizigers’ dat de Raad voor Verkeer en Waterstaat op 14 mei presenteert aan het Nationaal Mobiliteitsberaad. Overigens gaat de Raad voor Verkeer en Waterstaat op 1 januari 2010 met de VROM-Raad en de Raad voor het Landelijk Gebied op in de nieuwe Raad voor de fysieke leefomgeving en infrastructuur.
Actuele reisinformatie voor afgelegen haltes
De provincie Gelderland overweegt een proef met een eenvoudig dynamisch reisinformatiesysteem. Dit ‘Dris light’ is een variant op de ‘MyTime’ die bureau ovPlus heeft ontwikkeld met ontwerper Marcel Vroom en onderzoeksinstituut TNO. Deze simpele actuele reisinformatie is vooral bedoeld voor afgelegen haltes. Het compacte bord past op Gelderse haltezuilen, is energiezuinig en werkt op zonlicht. Volgens Paul Overbeek van ovPlus is het een voorbeeld van eenvoudig innoveren: simpele verbeteringen voor aantrekkelijk openbaar vervoer.
Denktank voor innovatie in ov
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de ‘Innovatiegroep Openbaar Vervoer’ opgericht. Daar zitten grote namen in van Rijk, regionale overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten. Doel is het nadenken over en beïnvloeden van het hele openbaar vervoer. Onderwerpen zijn onder andere Anders Betalen voor Mobiliteit (kilometerbeprijzing), multimodale reisinformatie en OV-chipkaart. De groep presenteert dit najaar een maatschappelijke innovatie-agenda Mobiliteit. Voorzitter is Frits Hermans, voormalig manager van Shell Research and Technology Centre in Amsterdam. Leden zijn Jeannette Baljeu (Rotterdam), Ewald Breunesse (Innovatieberaad Mobiliteit en Water), Marijke van Haaren (Gelderland), Marcel Ingenhoest (NS), Willem de Jager (Rabobank), Marco Jungbeker (Siemens), Jos van Kleef (Vialis), Pieter Kraaijeveld (ProRail), Pedro Peters (RET), Siebe Riedstra (VenW), Gert Staal (9292) en Bert van Wee (TU Delft).
Vaker één inschrijver: rek vervoerders eruit
Bij steeds meer aanbestedingen schrijft er maar één vervoerder in: zie Almere, Arnhem-Nijmegen, Rotterdam Streek, Utrecht Streek en Zuidoost-Friesland. Volgens Jurjen Helfrich van het bureau Verbeteridee komt dat omdat de rek eruit is bij de vervoerders. Hij zei dat op een bijeenkomst van het bureau inno-V over marktwerking. “Vervoerders kunnen niet lager meer inschrijven. De risico’s zijn te groot. Voor een prijs van 84 euro per dienstregelinguur kan geen vervoerder meer rijden. Weinig concessies zijn nog rendabel.” Helfrich deed een oproep voor grotere concessiegebieden, langere looptijden, uniforme voorwaarden en meer concurrentie op kwaliteit. Ook hekelde hij de kapitaalvernietiging rond busgarages, personeelsverblijven en verkooppunten van verliezende vervoerders. Zo zijn prachtige garages in Friesland nu in gebruik van een aardappelboer, busbouwer en supermarkt, terwijl de bussen van nieuwe vervoerders buiten overnachten en hun personeel is weggestopt in portacabins op industrieterreinen.
Elektrische riksja’s en tuktuks vullen ov aan
Elektrische dolmussen, riksja’s en tuktuks voor korte ritjes kunnen 10 tot 30 procent van het openbaar vervoer binnen stadswijken afsnoepen. Dat staat in de verkenning ‘Be free, be mobile!’ van het bureau inno-V. Opdrachtgevers zijn de gemeente Rotterdam, het Rotterdam Climate Initiative en de Hogeschool Rotterdam. Die hogeschool werkt via het kenniscentrum Transurban aan een plan om uiteindelijk 500 tot 1.500 elektrische, kleine voertuigen in de stad te laten rijden. Deze zogenoemde bemobi’s zijn geïnspireerd op het lokale, informele en kleinschalige vervoer in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Ze moeten zorgen voor duurzaam vervoer en meer werk. Zo kan een pizzakoerier eerst bemobi-bestuurder worden en later vrachtwagenchauffeur. Ook kan het besturen een bijbaantje zijn voor studenten. Een ritje gaat 1 tot 2 euro kosten. Doelgroepen zijn mensen die weinig fietsen en veel lopen, vooral allochtonen en ouderen. Volgens inno-V kan een succesvol bemobi-systeem in heel Rotterdam maximaal 50.000 tot 150.000 ritten per dag rijden. Dat is 5 tot 15 procent van alle korte ritten. Er zitten nog wel juridische haken en ogen aan het plan. Voor meer informatie zie www.transurban.nl.
De Rotterdamse deelgemeente Overschie laat dit jaar alvast 10 dolmussen (busjes) en 6 tuktuks in de wijk rijden. De elektrische voertuigen gaan mensen vervoeren (van kinderen tot kerkgangers) en boodschappen bezorgen. Om veel mensen te bereiken is dat gratis, ook omdat een transactie veel geld kost. Doel is minder korte autoritten. Het initiatief gaat minimaal een miljoen euro kosten. Stadsvervoerder RET staat niet te juichen omdat gratis ritjes concurrentievervalsend zouden zijn. De deelgemeente Overschie verwacht dat de dolmus en tuktuk de RET juist meer reizigers bezorgen.
Project DoubleRail is nu van de baan
Het project ‘DoubleRail’ voor ultralichte, supergestroomlijnde en draadloos beveiligde treinen is van de baan. Initiatiefnemer Maarten van Eeghen heeft de financiering niet rond gekregen met het kennisplatform Transumo. Wel heeft de voormalige NS-directeur, VenW-topambtenaar en Mobis-voorzitter afgesproken met bestuurder Udo Groen van ProRail dat die organisatie enkele ideeën – zoals zelfdenkende treinen en flexibele paden – onderbrengt in lopende projecten. Van Eeghen had van DoubleRail het liefst een apart innovatieproject gemaakt dat los zou staan van de gevestigde orde en belangen. Hij geeft ProRail nu het voordeel van de twijfel.
Utrecht–Breda kan in middenberm A27
Als je bij de verbreding van de A27 de middenberm meteen vrijhoudt voor de nieuwe spoorlijn Utrecht–Breda, dan leidt dat niet tot vertraging voor de A27 en valt de maatschappelijke kosten-batenanalyse voor de spoorlijn positief uit. Dat stellen bouwer BAM en bureau Goudappel Coffeng in hun nieuwe plan ‘Een jaar verder, B-zeggen’ over de fasering en financiering van deze ‘vergeten corridor’. Ze reageren daarmee op de reserves van VenW-minister Eurlings bij het project. De verkeerswethouders van vijf gemeenten langs de nieuwe spoorlijn (Utrecht, Gorinchem, Dordrecht, Oosterhout en Breda) zijn enthousiast over het nieuwe plan van BAM en Goudappel omdat het regionale knelpunten in de mobiliteit oplost. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid gaat nu onderzoeken of de beweringen van de initiatiefnemers kloppen.
NS draait proef met reizigerspunctualiteit
NS wil vanaf volgend jaar niet meer worden afgerekend op de punctualiteit van de treinen, maar op het aandeel reizigers dat op tijd aankomt op het eindstation. Dat staat in het Vervoerplan 2009. Met deze ‘reizigerspunctualiteit’ draait NS dit jaar proef. Daarin voegt het bedrijf de indicatoren gereden treinen, gehaalde aansluitingen en aankomstpunctualiteit samen in relatie tot het aantal reizigers. NS onderzoekt in 2009 ook of er variabele tarieven kunnen komen voor bepaalde tijden en trajecten. Het doel is vervoergroei in de daluren. Verder wil NS dat reizigers, consumentenorganisaties, decentrale overheden en het ministerie van Verkeer en Waterstaat het bedrijf zien als ‘dé gewenste vervoerder’ op het hoofdrailnet vanaf 2015.
Proef met Overstapper als goedkopere OV-taxi
Omdat reizigers de OV-taxi vaak te duur vinden, experimenteert Noord-Holland in de kop van die provincie met de goedkopere ‘Overstapper’. Deze nieuwe belbus rijdt tussen kleine kernen en vijf knooppunten: Abbekerk, Anna Paulowna, Obdam, Schagen en Wieringenmeer, maar alleen als er geen lijnbus rijdt. Reizigers moeten zich van tevoren aanmelden bij Connexxion. De vertrek- en aankomsttijden bij de knooppunten liggen vast om aansluiting te kunnen geven op bus of trein. Bij vertrek of aankomst in een kleine kern krijgt iedere reiziger een half uur van tevoren per telefoon, sms of e-mail bericht hoe laat de Overstapper bij de halte vertrekt. De afstand varieert van 2 tot 9 kilometer, het tarief van 0,95 tot 1,65 euro. Connexxion mag zelf de route bepalen, als de reistijd maar minder is dan 30 minuten. De Overstapper rijdt alleen van halte naar halte omdat de ritten dan makkelijker te combineren en plannen zijn, er minder onduidelijkheid is over adressen en reizigers sneller op hun bestemming zijn.
Van automobilisten wil een derde nooit met ov
Van de automobilisten weigert 32 procent het openbaar vervoer te gebruiken. Dat blijkt uit een enquête van Rijkswaterstaat Utrecht vorig voorjaar onder 11.780 weggebruikers. Van hen had 51 procent de rit ook met het openbaar vervoer kunnen maken; 20 procent zelfs zonder voor- en natransport per fiets of auto. De redenen om toch de auto te pakken zijn een kortere reistijd, kris-krasverplaatsingen, spullen kunnen meenemen en geen natransport nodig. Automobilisten klagen vooral over een gebrek aan comfort, hoge tarieven, lage frequenties en lastige overstappen in het openbaar vervoer.
Publicatie over beter toegankelijke bussen
Het kenniscentrum CROW komt in augustus met een nieuwe publicatie over de toegankelijkheid van bussen voor mensen met een handicap en andere reizigers die slecht ter been zijn. De publicatie gaat over zowel grote bussen als midi-bussen en taxibusjes. De vier i’s staan centraal: de relatie met infrastructuur, instap, interieur en informatie. De publicatie ‘Inrichting voertuigen’ past in een reeks van zeven en is bedoeld voor ov-autoriteiten, vervoerbedrijven, reizigersorganisaties, busbouwers, ontwerpers en adviesbureaus.