De 8 wacht

De OV-Klantenbarometer van kenniscentrum CROW-KpVV is in 15 jaar uitgegroeid tot hét instrument om prestaties van regionaal openbaar vervoer te vergelijken. De editie 2015 heeft een mijlpaal opgeleverd: elke concessie scoort een 7 of hoger. Zeven punten om het nog beter te doen.

  1. De 7 is de nieuwe ondergrens. Een 7 betekent ruim voldoende. Gemiddeld scoort een reis met het stads- en streekvervoer zelfs een 7,5. De basis is dus op orde. Maar het kan beter. Goed is het pas met een 8. Dat moet vanaf nu het streven zijn.
  1. NS meet de tevredenheid als het percentage treinreizigers dat hun reis een 7 of hoger geeft. Als elke regionale concessie gemiddeld al een 7 of hoger haalt, hanteert NS de verkeerde maatstaf. En ligt de lat op het hoofdrailnet te laag. Het is beter als ook de nationale hoofdrailnetconcessie nu snel gaat meelopen in de jaarlijkse OV-Klantenbarometer, zoals het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) al heeft aangekondigd. Met bijvoorbeeld rapportcijfers per lijn, regio en treinsoort.
  1. De meeste vervoerders zitten qua score dicht bij elkaar: tussen een 7,4 en 7,6. De twee kleine vervoerders Aquabus (Arriva en Doeksen) en Taxicentrale Renesse (allebei één concessie) scoren 0,6 punt hoger dan die grote middengroep. Het grote NS scoort met regionale railconcessies juist 0,2 lager dan de middengroep en is daarmee drager van het rode sluitsein. OV-Magazine laat sinds 2007 alle scores per concessie omrekenen naar één score per vervoerder. Sindsdien halen alle vervoerders een hoger rapportcijfer, maar blijft NS hangen op een 7,2. Stilstand is achteruitgang.
  1. De meeste regionale spoorlijnen presteren onder de maat. Van de 10 minst scorende concessies zijn er 8 railconcessies. Hier wreekt zich dat IenM en ProRail de Randstad bevoordelen; de regio’s hangen aan de laatste mem. Het is hoog tijd om te investeren in hogere frequenties en snelheden.
  1. De jarenlange bezuinigingen van het Rijk op de Brede Doeluitkering voor ov-autoriteiten hebben niet geleid tot lagere rapportcijfers, integendeel. Maar de OV-Klantenbarometer meet alleen wat gebruikers vinden van hun ov. Eigenlijk zou je ook niet-reizigers hun oordeel moeten vragen.
  1. Sociale veiligheid vormt – althans voor reizigers – geen probleem. Zij waarderen de veiligheid rond de halte met een 7,8. Veiligheid tijdens de rit krijgt een 8.
  1. De OV-chipkaart lijkt – ondanks haken en ogen – geaccepteerd in het stads- en streekvervoer. Het gebruiksgemak haalt een 7,9. Da’s al bijna een 8. Maar het hoge tarief blijft een punt. Dat onderdeel van het ov eindigt over de hele linie het laagst: gemiddeld een 5,3. En het is het enige onderdeel waarop elke concessie een 7 of lager haalt.

Laat een reactie achter