Nederlands ov is te duur

Op station Ganzenhoef in Amsterdam Zuidoost stap ik uit de nieuwe metrotrein van lijn 53. Wat is Ganzenhoef mooi geworden! Ruimtelijk, overzichtelijk, met zicht op het iconische metroviaduct, bekend van de ansichtkaart ‘Groeten uit de Bijlmer’.

Sinds enige tijd kom ik voor werk in het ‘South East Building’, niet ver van het metrostation. Ik kan niet meteen zien hoeveel er nog op mij OV-chipkaart staat, maar al gauw wordt me duidelijk dat een retourtje Centrum–Ganzenhoef zeker ruim 5 euro moet zijn. Dat is toch wel schrikken.

Vorig jaar berichtte het Nibud dat veel gezinnen met modale inkomens niet of nauwelijks meer kunnen rondkomen. De vaste lasten nemen steeds meer toe, met name de woonkosten. Om te bepalen hoeveel iemand, of een gezin, nog aan huur kan opbrengen wordt gerekend met de maandelijks basisbedragen van het Nibud. Voor vervoerkosten bedraagt het basisbedrag een luttele 13 euro per maand.

Een ov-rit van mijn woning aan de rand van het Amsterdamse centrum tot aan metrostation Ganzenhoef bedraagt € 2,56. Retour: € 5,12. De ov-afstand is krap 11 kilometer. Het basistarief bedraagt € 0,89 en daar bovenop komt € 0,154 per kilometer. Overigens is de fietsafstand met 10,5 kilometer nauwelijks korter.

Ik bereken nog een vergelijkbare trip binnen Amsterdam, weer vanuit mijn centrumplek, nu naar Osdorpplein in het westen van de stad op ruim 8 kilometer fietsafstand. Volgens 9292 is het beter het middendeel van de reis per trein af te leggen en bij station Lelylaan weer op de lokale tram te stappen. De kosten zijn dan wel aanzienlijk: € 8,76 voor een retour! Sinds de OV-chipkaart is het ov vaak een stuk duurder geworden, met name in de stad waar je met de strippenkaart een kosteloze overstap kon maken van het lokale ov op de lokale trein.

Net als woonlasten zijn mobiliteitslasten de laatste jaren fors gestegen. Zo is het basistarief telkens verhoogd, van € 0,67 in 2006, via € 0,79 in 2011, naar € 0,89 in 2016. In de periode 2011-2016 steeg in Amsterdam de kilometerprijs van € 0,105 naar € 0,154. En in een stad als Leeuwarden van € 0,88 naar € 0,147. De keerzijde van deze (te) hoge kosten wordt door overheden en ov-deskundigen onderschat. Ze vinden het redelijk dat ov-tarieven kilometerafhankelijk zijn. Maar is het soms een vrije keuze om aangewezen te zijn op een sociale huurwoning in een buitenwijk, op flinke afstand van het werk in de binnenstad?

Openbaar vervoer vertegenwoordigt bij uitstek een maatschappelijke voorziening waarmee sociale ongelijkheid en segregatie wordt getemperd. Een eenzijdige kostengedreven benadering van ov staat een sociaal verantwoorde rol van dat ov in de weg.

Het Nederlandse ov blijkt in internationaal opzicht buitengewoon duur. Zo zouden mijn Amsterdamse ritten in Antwerpen aanzienlijk goedkoper zijn. Met een ‘Lijnkaart’ van De Lijn zou een retourtje Ganzenhoef in Antwerpen geen € 5,12 maar slechts € 2,80 kosten.

Rob van der Bijl werkt als stedenbouwkundige op het snijvlak van mobiliteit, technologie en cultuur.

Laat een reactie achter