‘Ontwerp direct óók voor blinden’

‘Ontwerp direct óók voor blinden’

door Anka van Voorthuijsen in rubriek reizigers
Reacties uitgeschakeld voor ‘Ontwerp direct óók voor blinden’

Het openbaar vervoer wordt weliswaar steeds iets toegankelijker voor mensen met een beperking, maar in de basis gaat het steeds weer fout, zeggen ervaringsdeskundigen. “Maak een systeem meteen goed. Als een blinde ermee kan omgaan, kan iedereen het.”

Peter Waalboer (37) is handig met zijn iPhone, de reisplanner en allerlei andere nuttige en spraakgestuurde apps op zijn mobieltje. Hij reist veel met het ov, samen met zijn geleidehond Borre. Waalboer beweegt zich ogenschijnlijk trefzeker en snel door de hal van Den Haag Centraal, waar we hebben afgesproken. Loopt met groot gemak de trap op naar boven, naar de nieuwe StationsHuiskamer, waar we kunnen praten. Fluitje van een cent? Schijn bedriegt, blijkt bij navraag. Reizen met het ov omschrijft hij als ‘een heel project’.

“Het openbaar vervoer is erg intensief voor blinden en slechtzienden. Het zorgt, ook bij mij, altijd voor stress en onrust en kost veel energie. Ik bereid me altijd goed voor, zeker als ik naar een station ga dat ik niet goed ken.” Op een speciaal gedeelte van de site van NS met gesproken informatie voor blinden en slechtzienden staan plattegronden van alle stations. Waalboer: “Dan weet ik of er bijvoorbeeld een tunnel is, of er eilandperrons zijn en aan welke kant ik moet in- of uitstappen. Maar als er iets mis gaat of verandert tijdens een reis, als er een spoorwijziging is of het treinstel waar ik in zit wordt afgekoppeld, dan kan ik daar niet meteen op inspelen.”

Mooie stappen voorwaarts
Waalboer is vrijwilliger bij de Oogvereniging, de belangenorganisatie voor iedereen die iets aan de ogen heeft. De Oogvereniging zit in het consumentenoverleg van het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad en Waalboer vindt dat er ‘mooie stappen voorwaarts worden gezet’. “Vroeger moest je drie uur van tevoren reisassistentie aanvragen, nu is dat nog maar één uur. Dat je bij het inchecken één piepje hoort, bij het uitchecken twee en bij een fout drie, is ook een verbetering.”

Peter Waalboer: “Bij pilots, of het nu over de ontwikkeling van een nieuwe app of een betaalsysteem gaat, staan we vaak buiten spel.” Foto: Hilbert Krane.

000
Sinds anderhalf jaar is de NS-Business Card beschikbaar voor alle blinden en slechtzienden, een belangrijke vooruitgang, volgens Waalboer. “Die kaart is ook geldig voor het stads- en streekvervoer, dat ontbreekt bij de OV-chip Pluskaart. Die is wel weer handiger omdat je van tevoren telefonisch een reis kunt boeken en niet hoeft in- of uit te checken. Maar met de NS-Business Card kunnen we reizen op rekening. Via het serviceloket blinden en slechtzienden wordt alles geregeld en mislukte transacties kunnen gerepareerd. Dat is natuurlijk luxe, dat we als blinden bij één loket terecht kunnen voor alle vervoerders. Dat willen andere reizigers vast ook wel.”

Toch schaart hij de NS-Business Card ook onder de noemer ‘houtje-touwtje-oplossingen’. “We zien het als een tijdelijke oplossing, tot er iets beters is. Het standaard betaalsysteem moet ook voor ons toegankelijk zijn. Kortingsproducten zijn niet van toepassing bij een Business Card. Relatief zijn natuurlijk veel ouderen slechtziend. Die gebruiken die kaart nu niet omdat ze dan hun leeftijdskorting mislopen.” Conclusie: “We bereiken wel wat, maar stoppen op veel te veel tussenstations.”

Strippenkaart
De 31-jarige Hamid Ibrahimi is ook een frequente ov-reiziger, hij reist met een abonnement. “Je hoort mij niet snel klagen, er is de laatste jaren best veel verbeterd. Met de strippenkaart wist je nooit hoeveel strippen je nog had. Er zijn nu vaak braille-aanduidingen bij de trappen, zodat je weet naar welk perron je gaat. Of een coupé eerste of tweede klas is, voel ik aan de stoelbekleding.” Maar het is weleens voorgekomen dat hij hardop zat te bellen in een stiltecoupé, en hij heeft nogal eens hulp nodig van andere reizigers. “Bijvoorbeeld om te weten of een trein er al staat of nog aan moet komen. In de spits reizen kan stressvol zijn. Het is druk, mensen horen je niet als je wat vraagt. Als er een omleiding is en je een stuk met de bus moet, dan wordt het ook moeilijk. Net zoals de verbouwingen op stations, lastig. Maar ik vind: It’s all in the game. Het hoort erbij als je blind bent.”

‘In de Sprinter is het omroepsysteem geautomatiseerd. Waarom niet in de Intercity? Nu is het vaak onverstaanbaar’

In het onlangs gepresenteerde onderzoeksrapport Reis Gerust (gemaakt in opdracht van het ministerie van IenM), staan aanbevelingen die het voor mensen met een beperking makkelijker moeten maken om met het openbaar vervoer te reizen. Daarin wordt onder meer gepleit voor de mogelijkheid om actuele storingen aan liften online te plaatsen, om foto’s en geodata van stations en stationsomgevingen op internet te zetten, het boekingssysteem voor assistentie te verbeteren en actuele en gedetailleerde reisinformatie over de reis en stations via de Nationale Data Openbaar Vervoer (NDOV) snel beschikbaar te maken, ook voor aanbieders van reisplanners. De onderzoekers baseerden hun aanbevelingen op interviews met zestien reizigers met verschillende beperkingen, variërend van rolstoelafhankelijk tot verstandelijk beperkt en visueel gehandicapt.

Niet onze doelgroep
Allemaal leuk en aardig en nuttig, vindt Peter Waalboer, maar het gaat nu vaak in aanvang al mis. “Bij pilots, of het nu over de ontwikkeling van een nieuwe app of een betaalsysteem via telefoon of pinpas gaat, staan we als Oogvereniging vaak buiten spel. Dan zegt een RET, GVB of NS: jullie zijn nu niet onze doelgroep, dat komt straks wel. Ze vinden ons natuurlijk lastig, maar bij alles geldt dat je een systeem beter metéén toegankelijk kunt maken voor blinden en slechtzienden. Anders moeten wij er later weer achteraan en kost het uiteindelijk altijd meer geld.”

‘Nooit wordt omgeroepen aan welke kant je moet uitstappen, terwijl de trein snel weer vertrekt’

Hij merkte dat laatst weer toen er een nieuwe lift werd geïnstalleerd in zijn appartementencomplex. “Ik heb aan die installateur gevraagd of hij behalve braille op de knoppen, ook een spraaksynthesizer in kon bouwen, zodat ik hoor op welke verdieping we zijn. Als je dat meteen inbouwt kost het bijna niks. Als je het later moet aanpassen begin je al met een paar honderd euro voorrijkosten. Technisch is het allemaal geen probleem: mijn telefoon, mijn computer, die kletsen me ook alles voor. Maar het ombouwen van een bestaand systeem is wél duur.”

Gesproken informatie
De boodschap van de Oogvereniging is steeds: zorg dat het standaardsysteem ook voor blinden en slechtzienden toegankelijk is. Peter Waalboer: “Als wij met een systeem om kunnen gaan, kan iedereen het, met welke beperking dan ook. Betaalsystemen kenmerken zich nu nog steeds door touchscreens en displays. Nergens is gesproken informatie beschikbaar. En juist die hebben we nodig. Je moet je saldo ophalen en opladen bij een automaat, maar die is niet toegankelijk voor ons.” Automatisch saldo opladen? “Dat geeft mij als blinde een slecht gevoel. Alsof ik de kraan van mijn rekening openzet.”

Hamid Ibrahimi: “NS zou op de 50 grootste stations één spraakgestuurde kaartautomaat kunnen plaatsen.” Foto: Jan Lankveld.

Hamid Ibrahimi: “NS zou op de 50 grootste stations één spraakgestuurde kaartautomaat kunnen plaatsen.” Foto: Jan Lankveld.

Hamid Ibrahimi reist vrijwel dagelijks van zijn huis in Utrecht naar zijn werk in Amstelveen. Een enkele reis duurt anderhalf uur en hij reist achtereenvolgens met bus, trein, metro en pendelbus. “Ik laat me niet zo snel uit het veld slaan en ik vraag mensen om hulp als ik die nodig heb. De meeste mensen zijn hulpvaardig. Ik ben pragmatisch en een doorzetter.” Het zou wel schelen als het omroepsysteem geautomatiseerd was in alle treinen, zegt Hamid. “In de Sprinter kan het wel, dus waarom niet in andere treinen? Nu is het vaak onverstaanbaar.”

Daar heeft Peter Waalboer ook last van, zegt hij: “De kwaliteit van de omroepsystemen in dubbeldekkers is belabberd. Het omroepen is natuurlijk ook erg afhankelijk van de persoon. Articuleert hij of zij duidelijk en heeft een conducteur er zin in om alle aansluitingen te noemen? In een Sprinter is het omroepen geautomatiseerd en dus is de kwaliteit standaard gewaarborgd. Dat is prettig. Maar nooit wordt omgeroepen aan welke kant je moet uitstappen, terwijl zeker op kleine en rustige stations de trein snel weer vertrekt. Als je dan als blinde aan de verkeerde kant staat, hoor je de fluit alweer voor je eruit bent.”

Stressvol
Er zijn 360.000 blinden en slechtzienden in Nederland. Volgens de Oogvereniging reizen veel blinden niet zelfstandig met het ov, omdat het nog steeds erg ingewikkeld en stressvol is. Peter Waalboer: “Ouderen hebben vaak geen iPhone, voor hen is het nog moeilijker.”

Het toegankelijker maken van het reizen heeft topprioriteit voor de belangenvereniging, zegt Waalboer. “We hebben geen alternatief. We kunnen niet de auto of de brommer pakken.” Hamid Ibrahimi: “Natuurlijk wil ik graag dat dingen worden aangepast. Maar als je realistisch bent dan snap je ook dat je niet de hele wereld aan kunt passen op blinden. Het kost ook allemaal geld.” Wat zou hem echt helpen? “Spraakgestuurde kaartautomaten. Dat zou veel schelen. Elk station heeft één extra brede doorgang voor rolstoelers. Misschien dat NS op de 50 grootste stations één spraakgestuurde automaat zou kunnen plaatsen. De meeste blinden wonen toch in de grote steden.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook