‘We werken hard aan een MaaS-ecosysteem’

‘We werken hard aan een MaaS-ecosysteem’

door Nettie Bakker in rubriek ketenvervoer
geen reacties

We staan aan de vooravond van de lancering van de zeven nationale MaaS-pilots. Nettie Bakker sprak met Eric Mink, programmamanager MaaS voor het ministerie van IenW, en de zeven regionale projectleiders over de huidige stand van zaken.

De zeven MaaS-apps leggen ieder een accent op een specifieke doelgroep en beleidsdoelstelling. Het zijn zeven leertrajecten ook, die samen de uitrol vormen van wat we gerust ‘een nieuw ecosysteem’ mogen noemen, vindt Eric Mink, programmamanager MaaS voor het ministerie van IenW. Mink en zeven projectleiders schetsen hun actuele stand van zaken.

De lang aangekondigde en grondig voorbereide Mobility as a Service-pilots worden in het voorjaar van 2020 nu echt realiteit, zegt Mink. De aanbestedingen lopen, vier Maas-pilots zijn inmiddels al gegund. Momenteel kiezen betrokken regio’s hun dienstverleners uit consortia met diverse specialismes uit 24 partijen waarmee het ministerie eerder dit jaar een raamovereenkomst sloot. Zij allen moeten in staat zijn om een maatschappelijk-, juridisch-, en financieel-economisch verantwoorde MaaS-app te operationaliseren.

Eric Mink, programmamanager MaaS namens het ministerie van IenW

Een app waarmee de reiziger al het mogelijke vervoer kan plannen, boeken en betalen. Alle vervoersmiddelen – zoals ov, (deel)auto, (deel)fiets en (deel)auto en (water)taxi – kunnen daarbij gecombineerd worden. “Dat is overigens niet niks”, benadrukt Mink. “Naast het operationaliseren van een app met een substantieel mobiliteitsaanbod en het werven van een doelgroep met de juiste aard en omvang, vragen we van de MaaS-dienstverleners een rendabele business case van de app binnen twee jaar.”

“MaaS draait voor ons om samenwerking, data delen en samen leren”, vervolgt Mink. Deze aanpak, die overigens “veel interesse wekt in Europa, moet ervoor zorgen dat MaaS niet voor één marktpartij, maar voor de reiziger, vervoerders, MaaS-dienstverleners  én overheden daadwerkelijk tot betere uitkomsten leidt. Iedereen kan er beter van worden. Op deze manier zijn we als overheid aangehaakt om samen een ecosysteem te creëren en via wederzijds data delen de ‘taart’ – het mobiliteitsaanbod -, voor iedereen groter te maken, tot de deelfietsenverhuurder op de hoek. Als overheden nemen we nu de regie in het mogelijk maken van de opstart  van de pilots en in het stellen van de juiste juridische randvoorwaarden, onder meer rond open standaarden.
We voorzien in dit nieuwe ecosysteem een positie, waarin we als overheid op hele nieuwe, datagedreven manieren, collectieve belangen kunnen bereiken. Denk aan doorstroming, voldoende en veilige infrastructuur, sociale cohesie, duurzame mobiliteit, klimaat tot wellicht gezondheid aan toe.”

Kennis- en Leeromgeving
Data begrijpen en benutten wordt belangrijker. Als voorbeeld noemt Mink de insteek van concessieverleners om met alle concessieverleners tezamen nu al concessies ‘MaaS-waardig’ te maken. Ook met de opzet van de gezamenlijke  Kennis- en Leeromgeving voor MaaS leidt MaaS voor alle deelnemers in het ecosysteem tot win-win. Mink: “Wie meedoet maakt de taart voor het collectief en zichzelf dus groter, wie niet meedoet maakt zijn deel van de taart waarschijnlijk kleiner.”

“MaaS is voor ons dus beslist geen doel, maar hopelijk een kansrijk middel om grote maatschappelijke vraagstukken op een andere manier aan te vliegen”, vat Mink samen. Deze ommezwaai wordt volgens hem goed geïllustreerd met de figuur van de omgekeerde piramide uit een recente kamerbrief (zie fig 1.) Het tekent de bepalende posities van reizigers, data, vervoersaanbieders en infrastructuur in de oude en nieuwe situatie. Zo zet MaaS hopelijk een beweging in gang naar efficiënter gebruik van mobiliteit. “Denk aan het feit dat auto’s het grootste deel van de dag geparkeerd staan, de lage bezettingsgraad van rijdende auto’s, maar ook de lage gemiddelde bezettingsgraad van taxi’s en het ov.”

“We werken dus hard aan een MaaS-ecosysteem”, stelt Mink. Een systeem, gebaseerd op de toepassing van open data en geharmoniseerde en gestandaardiseerde API’s (application programming interfaces.red).”

Het hele artikel, inclusief gesprekken met de zeven regionale projectleiders, leest u op Verkeer in Beeld.

Laat een reactie achter

Lees ook