Uitreiking Cuperusprijs 2020 op het NVC

Uitreiking Cuperusprijs 2020 op het NVC

Verhandelbare spitskredieten, een aantrekkelijke hub en de first mile van de combinatie fiets+ov. Dit zijn de onderwerpen van drie scripties die geselecteerd zijn voor de tweejaarlijkse Cuperusprijs voor de beste wetenschappelijke scriptie, een initiatief van KIVI, CROW, RHDHV, NS en Prorail.

De eerste, tweede en aanmoedigingsprijs worden op 29 oktober uitgereikt door juryvoorzitter Jan Eikema van de KIVI-vakgroep verkeer en vervoer, tijdens het digitale Nationaal verkeerskundecongres 2020.

De genomineerde onderzoeken zijn verricht door Chris van Langevelde-van Bergen aan de TU Delft, Kim Raijmakers aan de Technische Universiteit Eindhoven en Jerom Marseille aan de Wageningen Universiteit.

Verhandelbare spitsrechten

Chris van Langevelde onderzocht de verwachte steun voor een nieuwe vorm van prijsmaatregel, ‘verhandelbare spitsrechten’ (Tradable Peak Credits, TPC) ten opzichte van steun voor een spits- of kilometerheffing en de huidige situatie. TPC staat voor een bepaalde hoeveelheid credits die gratis wordt toegewezen aan mensen.

Elke rit tijdens de spitsuren in een bepaald gebied kost een credit. Het aantal verhandelbare credits wordt bepaald op basis van de hoeveelheid verkeer die in een bepaald gebied kan worden toegestaan zonder congestie te veroorzaken. Mensen kunnen credits kopen van anderen als ze meer nodig hebben of verkopen als ze ze niet gebruiken.

Voor dit onderzoek is een enquête uitgevoerd onder 505 respondenten in de vervoersregio’s Amsterdam en Utrecht. Zij kregen zes keuzesets gepresenteerd. Hieruit blijkt de meeste steun voor een kilometerheffing (35 procent) gevolgd door steun voor een spirtsheffing (28 procent). 26 procent gaf steun aan het TPC-systeem.

Reizigersvoorkeuren voor Eindhovense hubs

Kim Raijmakers geeft met een Stated Choice-experiment meer inzicht in de vraag hoe de gemeente Eindhoven bezoekers van de stad kan beïnvloeden om aan de rand van de stad over te stappen op duurzame (gedeelde) mobiliteit voor een bezoek aan het centrum van Eindhoven.

De respondenten kregen persoonlijke reisalternatieven naar het stadscentrum van Eindhoven aangeboden die varieerden van auto, auto naar hub en transfer naar bus of deelfiets, dan wel van een overstap van ov naar lopen, deelfiets of elektrische fiets. Deze alternatieven werden gepresenteerd in een compleet overzicht inclusief reizentijden, wachttijden, parkeertarieven, reiskosten en faciliteiten, vergelijkbaar met een MaaS-platform.

Voor de analyses zijn de gegevens van 375 bezoekers van Eindhoven gebruikt, waarvan 259 verder woonden dan 10 kilometer van het centrum van Eindhoven. De gemeente kan de kennis uit dit onderzoek gebruiken als onderbouwing voor hun strategie rond hubs en het vergroten van het aandeel duurzaam vervoer richting Eindhoven.

De eerste mijl voor de combinatie fiets+ov

Jerom Marseille heeft onderzocht hoe zowel beleid, infrastructuur als gebruik van invloed zijn op het eerste kilometers fietsen naar treinstations in middelgrote steden in de Metropoolregio Amsterdam. Voor middelgrote steden is de eerste mijl, de reis van het woon-werkverkeer naar het treinstation een belangrijk en bepalend element van deze fiets-treincombinatie.

Uit een casestudie in twee middelgrote steden blijkt dat beleid de eerste mijl beïnvloedt via infrastructurele ingrepen en regelgeving op infrastructuur en gebruik. Infrastructuur en parkeervoorzieningen hebben directe invloed op de bereikbaarheid, het veiligheidsniveau, de directheid van de route en het comfort. Factoren die van invloed zijn op het reisgedrag zijn persoonlijke kenmerken, reiskenmerken en de meningen van de inwoners van de stad.

De bevindingen van deze studie bieden beleidsmakers inzicht in het vergemakkelijken en verbeteren van eerste kilometers fietsen om zo de combinatie fiets en ov als duurzame mobiliteit te bevorderen.

Cuperus

De Cuperusprijzen zijn vernoemd naar Prof. ir. J.L.A. Cuperus (1896 – 1975) die zijn loopbaan in 1919 begon bij de Nederlandse Spoorwegen en in 1960 afsloot als directeur van het Spoorwegbouwbedrijf. Zijn betrokkenheid bij het onderwijs was groot. Aan de Technische Hogeschool Delft drukte hij als buitengewoon hoogleraar Spoorwegbouwkunde (1958-1966) zijn stempel op de opleiding van civiele ingenieurs en stond hij aan de wieg van de afstudeerrichtingen Verkeerskunde en Civiele Planologie.

De scripties

U vindt hier de links naar de genomineerde scripties. Wilt u de prijsuitreiking bijwonen? Meld u dan aan voor het Nationaal Verkeerskundecongres.

Laat een reactie achter

Lees ook