RET wil overtollige stroom kunnen delen
dossier ZE2025

RET wil overtollige stroom kunnen delen

Op het moment dat de RET zijn stroom niet gebruikt, zoals ‘s nachts, wil het stroom kunnen delen met anderen om maatschappelijke opgaven te tackelen, zoals de woningbouwopgave.Dat vertelt assetbeheerder Leo Vliegenthart. “Ik denk vaak: stap eens uit je eigen kokertje en déél je problemen. We moeten samen op zoek naar oplossingen.”

Leo Vliegenthart (rechtsonder) tijdens een bijeenkomst over Energiehubs in 2020.

“De energietransitie is de grootste maatschappelijke opgave van het moment”, begint Vliegenthart. “Daarom moeten we hubs ontwikkelen en het ondergrondse elektriciteitsnetwerk de komende jaren vervangen. De komende 5 tot 10 jaar zitten er grote investeringen aan te komen. Dat zijn geen problemen van één of meerdere bedrijven, maar van de hele maatschappij. Veel bedrijven praten over dezelfde problemen, maar er zijn nog geen oplossingen. Daarom vind ik dat bedrijven meer informatie moeten durven delen. Samen moeten we energie-opgaven tackelen.”

Binnen de ov-sector kunnen infrabeheerders als RET, HTM, GVB en ProRail daaraan bijdragen, weet hij. “Maar dat gebeurt nu te weinig”, aldus Vliegenthart. Want daarvoor moeten energieleveranciers en netbeheerders meer durven samenwerken. “Wij maken allemaal bijvoorbeeld grote stappen met zonne- en windenergie en lopen daarbij tegen problemen aan. Maar over de problemen waar zij tegenaan lopen, hoor ik ze eigenlijk nauwelijks.”

Ook in andere domeinen ziet Vliegenthart deze ‘verkokering’. Een voorbeeld daarvan is dat leveranciers hun energie in wisselstroom (AC) aanleveren, terwijl het een trend is dat voertuigen op gelijkstroom (DC) werken. “Als leveranciers hun stroom in DC zouden aanleveren, hebben we geen wisselvormers meer nodig. Dat scheelt de maatschappij kosten en is efficiënter, want dan gooien we minder stroom weg. Partijen moeten dus buiten hun eigen koker denken.”

Energie met elkaar delen

Binnen de mobiliteit zet de elektrificatie door. Concreet betekent dat dat de behoefte aan voldoende laadinfrastructuur groeit. Dat staat los van welke energiedrager uiteindelijk het beste rendeert. “Op de middellange termijn acht ik waterstof zeer kansrijk. Daarmee is minder laadinfrastructuur nodig. Maar als we van het gas af willen, moeten we eerst overschakelen op batterij-elektrisch om vervolgens een nieuwe stap te kunnen zetten. Tussenstappen en experimenten zijn noodzakelijk.”

Uiteindelijk heeft de RET het langste verlengsnoer dat door Rotterdam loopt, daar kan de maatschappij van profiteren. Landelijk zou ProRail dit kunnen doen’

Die groeiende laadbehoefte is niet alleen een opgave, maar kan ook voordelen opleveren voor de energieleveranciers, benadrukt Vliegenthart. Want met de accupakketten van verschillende vervoervormen, zoals e-bussen en e-bikes, kan energie worden teruggeleverd aan het netwerk zodra de stroom niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld ’s nachts via smart grids.

Dat kan ook de woningbouwopgave verlichten, denkt hij. Hij noemt een hypothetisch voorbeeld. “Onder of langs een spoorlijn zitten allerlei invoedingsstations van verschillende energieleveranciers. Ik zou het liefst zien dat de energieleveranciers hun kabels doortrekken

laadvoorziening RET remise bus

De laadinfrastructuur van de RET.

en aftakkingen inbouwen. Als de RET de stroom niet nodig heeft, kunnen we de energie delen met de in aanbouw zijnde woonwijk.”

“Uiteindelijk heeft de RET het langste verlengsnoer dat door Rotterdam loopt, daar kan de maatschappij van profiteren. Landelijk zou ProRail dit kunnen doen” Daar zitten wel juridische en bedrijfsmatige bezwaren aan. Hoe wel Vliegenthart die oplossen? “Dat weet ik nu nog niet. Het is gaat er allereerst om in mogelijkheden te denken. De bezwaren lossen we daarna op.”

Lees ook: ‘Het is zonde al die stroom weg te gooien’

Groene productie

De RET heeft als doelstelling om in 2030 niet alleen al zijn vervoermiddelen elektrisch te laten rijden, maar ook om 100 procent op groen geproduceerde stroom over te gaan. Maar daarmee ziet de assetbeheerder ook een ander probleem op zich afkomen.

“In Rotterdam komen ook bussen aan vanuit Zeeland en Brabant. Als die bussen voor 2030 ook elektrisch moeten rijden, hoe ga je dan om met je laadvoorzieningen? Je wilt op laadpleinen niet drie verschillende laadpalen voor drie bustypen hebben, dan kies ik liever voor één interoperabel systeem. We moeten er nu alvast over nadenken hoe we de openbare ruimte willen inrichten, want de ruimte is beperkt.”

Op de langere termijn ziet Vliegenthart nog meer vragen op zich afkomen. “Hierbij gaan ook gemeenten, stedenbouwers en andere stakeholders een grotere rol spelen. Dat gaat over de esthetiek van laadvoorzieningen en trafohuisjes, de ruimtelijke inpassing in de openbare ruimte en de brandveiligheid. Daar moeten we nu alvast over moeten nadenken.”

Samenwerkingen opzoeken

Vliegenthart wil zijn ideeën over hoe we energie beter kunnen benutten met alle liefde delen met de wereld, zegt hij, maar voelt zich zo nu en dan een roepende in de woestijn. Daarom is het zijn persoonlijke missie voor 2021 om meer samenwerkingen op te zoeken. “Ik hoop dat mijn ideeën breder gedragen gaan worden. Als RET willen we graag innoveren, maar we kunnen het niet alleen. Een idee kan nog zo goed zijn, maar als het geld gaat kosten ben je afhankelijk van investeerders of subsidies.”

Gelukkig is er wel een kentering gaande, merkt hij, en dat stemt hem hoopvol voor de toekomst. “Partijen als ProRail worden tegenwoordig ook getriggerd, dus het wordt breder gedragen. Via de ACM (Autoriteit Consument & Markt) ontdekte ik een subsidiepot, waarmee we een bepaald project konden financieren. En aan de invoeding van zonnepanelen in Den Haag droeg een investeerders bij. Het is een kwestie van de juiste mensen leren kennen, de juiste subsidiepotten vinden en de krachten bundelen. De maatschappij leert steeds breder denken. We moeten het samen doen. In 2021 gaan we stappen zetten.”

Dit artikel verscheen in het Trendboek Mobiliteit 2021. U kunt de artikelen hier teruglezen. U kunt het boek ook nabestellen.

4 reacties

  1. Jan de Vries
    18 januari 2021 om 13:34- Reageren

    Vliegendhart wil dat dat de energieleveranciers geen wisselstroom maar gelijkstroom gaan leveren.
    Als je zo’n opmerking maakt dan is het gelijk duidelijk dat deze man totaal er totaal geen verstand heeft op het gebied van elektrotechniek. Ja dan ben je een roepende in de woestijn en zal er nooit iemand naar je luisteren.

  2. PeterHaaswijk
    19 januari 2021 om 10:42- Reageren

    Meneer Vliegenthart denkt blijkbaar dat alle gebruikers op dezelfde spanning werken. Dat is niet het geval.Je zou dan gelijkspanningsomzetters moeten gaan gebruiken ,daarom heeft men de transformator bedacht.

  3. L.Vliegenthart
    19 januari 2021 om 13:08- Reageren

    Heren,

    Naar aanleiding van jullie reactie, wil ik het volgende zeggen. Ben blij dat jullie hierop reageren. Dit betekent dat er nagedacht gaat worden. Het gaat erom om te denken hoe we de energietransitie met ze allen goed kunnen inzetten. Antwoord op Jan zijn reactie is, als je gaat kijken naar de gelijkstroom markt is het misschien mogelijk dat energieleveranciers eigenlijk van uit hun zijde al omvormen van AC naar DC. Er zijn al wat proeven of gedachte geweest in de kassenbouw.

    Het antwoord op Peter zijn reactie is dat dit niet het uitgangspunt is, maar dat er gekeken gaat worden van welke mogelijkheden zijn er om daar in bij te dragen.
    Daarnaast denk ik dat wij met zijn allen in staat zijn om goede en haalbare doelen te vinden om de energie transitie betaalbaar te houden. En dit moeten we bundelen en bespreken

  4. David Nijenhuis
    1 februari 2021 om 01:45- Reageren

    Dit heeft de meeste kans van slagen, als het Nederlandse spoor afstapt van het aftandse 1500 Volt gelijkstroom en overgaat op 25 kVolt wisselspanning. Kálmán Kandó was in 1927 al veel slimmer en voerde dat in Hongarije landelijk in, (weliswaar met 10 KVolt, maar het begin was er). Nederland kan echt nog veel leren van wat er in andere landen gedaan wordt!

Laat een reactie achter

Lees ook