De dag van morgen

Ik mocht laatst in Amstelveen deelnemen aan een discussie over de toekomst van het openbaar vervoer. Het thema is actueel: is er in de nieuwe wereld van zelfrijdende voertuigen nog wel plaats voor ov?

Visionairs zeggen dat straks iedereen in een bestuurderloze pod zit die op afroep beschikbaar is. Het openbaar vervoer kan wel inpakken, is de boodschap. Dit lijkt mij wat al te gortig. Het leidt af van waar het werkelijk om gaat: de toekomst van slimme mobiliteit en de rol van het ov daarin.

In het grensgebied van individueel en collectief vervoer ontstaat een nieuwe markt aan vervoerconcepten. Denk aan Uber en allerlei digitale liftcentrales die overal en altijd een ritje naar je bestemming regelen. Of de opkomst van e-bikes en speed pedelecs waarmee mensen steeds grotere afstanden afleggen. En sinds een jaar of tien zijn deelauto’s en deelfietsen wereldwijd in opkomst. Zelfrijdende auto’s komen er echt aan. De Tesla rijdt al zelf en andere merken volgen snel, zo is de verwachting.

Dat roept de vraag op: hoe gebruiken wij in de toekomst het openbaar vervoer? Zeker in stedelijke gebieden speelt het ov nog een belangrijke rol in de mobiliteit. Maar blijft dat ook zo? Of bestelt de stedelijke reiziger in 2030 gewoon een zelfrijdende deelauto? Op het platteland lijkt de rol van de traditionele streekbus nu al uitgespeeld. Het is niet houdbaar om een grote bus te laten rijden voor een handvol reizigers. Maar wat is dan wel een passende mobiliteitsoplossing voor mensen die geen auto kunnen of willen rijden?

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid heeft hier in een aantal toekomstscenario’s getracht beelden bij te schetsen. Ik vind het een aardige analyse. Daarbij heb ik vooral hoop op het scenario waarbij mensen kiezen voor het vervoermiddel dat het meest passend en efficiënt is op dat moment. Geen eenzijdige focus op één type mobiliteit maar multimodaal en optimaal verbonden door actuele informatie. Slimme mobiliteitsdiensten als welkome aanvulling op de huidige verkokering van openbaar en individueel vervoer.

Laten we echter met onze discussies over de toekomst de dag van morgen niet vergeten. Na de bijeenkomst in Amstelveen liep ik van het gemeentehuis naar de bushalte. Ik moest naar de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Een afstand van hemelsbreed zo’n 10 kilometer. Ik deed er een uur over, en niet omdat er vertraging was. Wellicht dat in de toekomst een bestuurderloze pod mij er in een wip naartoe zou kunnen brengen. Tot die tijd reis ik nog met de bus en metro van Amstelveen naar Amsterdam, luisterend naar toekomstmuziek op mijn iPod. En ben ik er morgen hopelijk sneller dan in een uur.

Laat een reactie achter