Een dozijn Zuidtangenten

Een stad op 2600 meter hoogte boven de zeespiegel betekent zeker in de eerste week een aanslag op je fysieke staat. Kortademig, uitgedroogd en met een onbestemde hoofdpijn baan ik mij een weg door Bogotá, de hoofdstad van Colombia.

Sinds december 2000 is hier de TransMilenio operationeel, een bussysteem dat zijn weerga niet kent. In veel Zuid-Amerikaanse landen is het afgelopen decennium gekozen voor ‘Bus Rapid Transit’ (BRT), een begrijpelijke keus in landen als Colombia waar ov per rail nagenoeg afwezig is.

Dat TransMilenio er is gekomen verdient buitengewoon veel respect. De sociale, politieke en economische omstandigheden maken het heel moeilijk om hoogwaardig ov op te zetten. In Colombia zijn de oude busexploitanten heel machtig, terwijl de overheid geen subsidie verleent voor de exploitatie. Onder de inspirerende leiding van Enrique Peñalosa, de toenmalige burgemeester, is Bogotá er in geslaagd deze oude busbedrijven winstgevend samen te laten werken onder de paraplu van TransMilenio.

De afgelopen jaren is dit Zuid-Amerikaanse vlaggenschip aanzienlijk uitgebouwd. TransMilenio werkt inmiddels als een metro van een metropool. De omvang van het net en de vervoeraantallen overtreffen die van de metro in menig Europese stad. Ook de vergelijking met gangbare bussystemen, zoals de Zuidtangent, gaat mank. TransMilenio is eerder een combinatie van een dozijn Zuidtangenten.

De omvangrijke haltes van TransMilenio, met bijna altijd meerdere perrons achter elkaar, liggen veelal in de middenstrip van autowegen. De reizigers bereiken deze haltes (of stations) via een complex stelsel van loopbruggen. Op knooppuntstations moet je vaak grote afstanden overbruggen voordat je de schuifdeuren hebt bereikt waar de bus halteert.

Wat het systeem zo complex maakt is dat de corridors van dit grootscheepse netwerk worden bediend door korte en langere diensten, maar ook door express- en stopbussen, aangevuld met feederbussen aan de eindpunten. Sinds kort doen ook duale bussen de haltes aan; ze gebruiken de TransMilenio-infra, maar rijden en halteren ook gewoon op straat. Daarom hebben ze deuren aan de linkerzijde (voor de hoge middenperrons van TransMilenio) en gewone busdeuren aan de rechterzijde.

Tot zover het goede nieuws uit Bogotá, want reizen met TransMilenio blijkt bepaald geen pretje. De oriëntatie in het complexe systeem is buitengewoon lastig. Dat hoor ik zelfs van ervaren gebruikers, die ook al geen wijs kunnen uit al die verschillende lijnen. Ze vertellen me dat het duur ov is, zeker sinds de prijsverhoging van vorig jaar; omgerekend 1 euro voor een trip tijdens de spitsen. Dat is prijzig als je van minder dan 800 euro per maand moet rondkomen.

Maar bovenal is TransMilenio volledig overbelast. Zelfs op een zondag kostte me het een half uur voordat ik me in een bus kon vechten. Doordeweeks staan er lange rijen voor de entree van de stations. Begin dit jaar waren er zelfs grote betogingen tegen dit onwaardige ov, maar daarover is in Nederland niet bericht.

Laat een reactie achter