Onbestuurbaar OV-Oost

Eind 2023 moet het zover zijn: dan zijn de concessies in Flevoland, Gelderland en Overijssel herschikt in drie nieuwe aan te besteden gebieden. Op zich een prima plan, maar bestuurlijke concequenties trekken de provincies niet. En dat is een kwalijke zaak.

Sinds 2009 werken Gelderland en Overijssel al intensief samen op ov-gebied. Niet onlogisch, omdat een eventuele fusie tussen de twee provincies al jaren in de lucht hangt – al lijkt die de laatste tijd weer van de politieke agenda verdwenen. In 2010 sloot Flevoland zich aan bij OV-Oost.

Heel Flevoland? Nee, twee dappere stadjes bleven moedig weerstand bieden aan de overweldigers. Almere en Lelystad mochten hun eigen stadsdienst aansturen. Dat was op zich prima te doen. Er zijn nog wel meer uitzonderingen. Neem de spoorlijnen. Die zijn apart aanbesteed.

In het nieuwe OV-Oost gaat veel veranderen. Drie nieuwe, ongeveer even grote concessies die zich weinig van de onderlinge provinciegrenzen aantrekken. De reizigersstromen staan meer centraal en veel spoorlijnen worden op termijn waarschijnlijk ook ondergebracht in nieuwe multimodale concessies. Waarschijnlijk voegt Lelystad zich alsnog bij OV-Oost, waarmee alleen Almere nog eigen zeggenschap houdt.

Op ambtelijk niveau weten de provincies elkaar al prima te vinden. Maar op bestuurlijk niveau beheert elke provincie zijn eigen toko. En dat blijft na 2023 ook zo. Dat verbaast me. De concessie Berkel-Dinkel ligt straks in twee provincie; IJssel-Vecht zelfs in drie.

De Stedendriehoek (Apeldoorn-Deventer-Zutphen) wordt uiteengetrokken. Zutphen en Apeldoorn hebben dezelfde opdrachtgever, maar een andere vervoeder. Apeldoorn en Deventer hebben straks juist het tegenovergestelde. Wie is straks waarvoor verantwoordelijk en moet uiteindelijk, als het puntje bij paaltje komt, de portemonnee trekken bij eventueel meerwerk? Want op centen komt het uiteindelijk  wel neer. Ik vrees dat deze constructie onbestuurbaar blijkt.

Het zou de drie provincebesturen goed doen om hun oog eens naar het noorden te richten. Groningen en Drenthe hebben er al jaren geleden voor gekozen om het ov echt op afstand te zetten en het opdrachtgeverschap onder te brengen in het OV Bureau Groningen-Drenthe. En dat werkt.

De noordelijke provincies hebben een ov-systeem opgetuigd waar menig krimpregio jaloers op kan zijn. Dat komt niet alleen door het extra geld dat is vrijgekomen na het wegvallen van de Zuiderzeelijn, maar heeft ook te maken met het feit dat een klein team zonder de dagelijkse politieke adem in de nek kan doen waar het goed in is: strak de regie voeren over een belangrijke taak. Dat gun ik de oostelijke provincies ook.

Laat een reactie achter