Regiecentrale, publiek of privaat?

Regiecentrale, publiek of privaat?

door Jacky Lodewijks en Marcel Slotema in rubriek advies
Reacties uitgeschakeld voor Regiecentrale, publiek of privaat?

Het regiemodel is duidelijk in opkomst in het doelgroepenvervoer. Regio’s kiezen ervoor de regiefunctie openbaar aan te besteden, of onder publieke verantwoordelijkheid te brengen. Voor beide valt wat te zeggen.

Overal in het land staan overheden voor de uitdaging een nieuwe koers te bepalen voor het doelgroepenvervoer. Door decentralisaties is het takenpakket van gemeenten toegenomen en staan budgetten onder druk. Het beleid richt zich op participatie en zelfredzaamheid. Het denken in doelgroepen past niet meer bij de wijze waarop gemeenten vervoer willen organiseren. Daarom zoeken ze naar een efficiëntere, meer integrale organisatie van het doelgroepenvervoer.

Het regiemodel stelt gemeenten en regio’s in staat die nieuwe koers te varen. De regiefunctie (ritaanname, planning en het doorzetten van ritopdrachten naar de voertuigen) wordt losgekoppeld van het vervoer en uitgevoerd door een regiecentrale.

Veel regio’s zijn op dit moment bezig om een regiemodel te ontwikkelen. Zo heeft Flevoland de regiecentrale aanbesteed en bereidt nu de aanbesteding van het vervoer voor. De Zeeuwse gemeenten op Walcheren en het Zuid-Hollandse Goeree Overflakkee sluiten zich aan bij de bestaande regiecentrale in Terneuzen, die het vervoer in Zeeuws-Vlaanderen en de Oosterschelderegio aanstuurt. Alle Gelderse regio’s, de regio Zuid-Kennemerland/IJmond/Haarlemmermeer en de regio Hart van Brabant (omgeving Tilburg) zijn bezig met de voorbereiding voor het regiemodel. Veel andere regio’s verkennen de mogelijkheden.

Voordelen voor gemeenten
Het regiemodel biedt de kans om over alle (gemeentelijke) vormen van doelgroepenvervoer, en mogelijk ook andere vervoervormen, centrale en integrale regie te voeren. Dit betekent:

  • één vervoerloket voor alle vervoervormen
  • de mogelijkheid tot ingroei van verschillende doelgroepen
  • de mogelijkheid om alle vervoervragen integraal en efficiënt te plannen
  • de mogelijkheid om ook tijdens de ritboeking te sturen op de meest geschikte vervoeroplossing
  • meer grip op kosten en kwaliteit van het vervoer door de toegang tot het systeem en de productformules flexibel aan te kunnen passen (ook tijdens lopende vervoercontracten)
  • de mogelijkheid om kleinere vervoerders direct te contracteren, daarmee risico’s te spreiden en het MKB betere kansen te geven
  • centraal punt waar alle kennis wordt opgebouwd

Bovenstaande voordelen zijn belangrijke argumenten voor regio’s om te kiezen voor het regiemodel. Gemeenten trekken daarmee de regie op het vervoer meer naar zich toe. Het vervoer wordt aanbesteed in de markt, maar de manieren waarop de regie kan worden georganiseerd zijn divers.

Publieke of private regiecentrale
Grofweg kunnen regio’s kiezen uit twee hoofdscenario’s:

  1. aanbesteding van diensten bij een marktpartij
  2. publieke verantwoordelijkheid voor resultaat en organisatie

In het eerste scenario wordt de dienst als een complete opdracht aanbesteed in de markt en ligt de verantwoordelijkheid voor de organisatie en het resultaat bij een marktpartij. Voor het inkoopmodel variëren de keuzes van een traditionele aanbesteding tot een publiek-private samenwerking. Flevoland heeft de regiecentrale bijvoorbeeld openbaar aanbesteed. Enkele Gelderse regio’s en naar waarschijnlijkheid ook de regio Zuid-Kennemerland/IJmond/Haarlemmermeer volgen dit voorbeeld.

In het tweede scenario trekt de overheid de regietaken (verzorgen van de ritaanname en planning) verder naar zich toe door ze zelf uit te voeren. Daarmee ligt de verantwoordelijkheid voor het resultaat en de organisatie bij de gemeente zelf, mogelijk in de vorm van een uitvoeringsorganisatie op afstand. Het organiseren van de regietaken kan variëren van zoveel mogelijk zelf doen tot zoveel mogelijk samen met marktpartijen ontwikkelen en uitvoeren. In Zeeland functioneert de regiecentrale als een publieke uitvoeringsorganisatie en ook de regio’s Stedendriehoek (Apeldoorn-Deventer-Zutphen) en Hart van Brabant gaan daartoe over.

Belangrijke verschillen
Er zijn een paar essentiële verschillen tussen een publieke en private regiecentrale:

Markt en overheid: Op het moment dat de overheid de regietaken zelf organiseert, worden ze onttrokken aan de markt van vervoerders of vervoerregisseurs. Dit past niet volledig in de gedachte van een terugtredende overheid. Voordeel is wel dat de kennisopbouw plaatsvindt binnen de eigen organisatie.

Innovatie en schaalvoordelen: marktpartijen zullen proberen in meerdere regio’s een regiecentrale op te zetten zodat ze hun investeringen kunnen terugverdienen en kunnen innoveren. Een publieke regiecentrale heeft hiertoe minder mogelijkheden.

Objectiviteit: Als de overheid zelf de regietaken op zich neemt is de objectiviteit van de regiecentrale ten opzichte van de vervoerders automatisch gewaarborgd.

Regionale uitbreiding: Aangrenzende regio’s of gemeenten kunnen zich eenvoudig aansluiten bij een publieke regiecentrale. Bij een privaat aanbestede regiecentrale is dit lastig of onmogelijk en ligt een nieuwe aanbesteding voor de hand.

Ingroei van vervoer: Een publieke regiecentrale kan simpel uitbreiden als er nieuw vervoer bij komt. Bij een privaat aanbestede regiecentrale moet een mogelijke uitbreiding van vervoer al bij de aanbesteding worden meegenomen. Dat betekent minder flexibiliteit.

Eigen regie en flexibiliteit
De regio Hart van Brabant heeft gekozen voor een publieke organisatie. De regio is ambitieus maar beseft dat ze niet alle toekomstige ontwikkelingen kan overzien en dus ook niet weet welke innovaties in de toekomst wenselijk zijn. Om hier toch zo flexibel mogelijk op in te kunnen spelen wil de regio zelf de regietaken uitvoeren en doorontwikkelen. De regio Hart van Brabant kiest er wel voor om dit gezamenlijk met partijen uit de markt te doen. De samenwerking met marktpartijen geldt voor de regio als een pilot op het vlak van sociale innovatie, die mogelijk als voorbeeld kan dienen voor andere regio’s.

Diversiteit is goed
Meerdere regio’s geven op dit moment hun eigen invulling aan de taken van de regiecentrale. Hun afwegingen zijn sterk regioafhankelijk. Waar de ene regio de regietaken als uitvoerende taken ziet die het beste zouden passen bij een marktpartij, kiest de andere regio ervoor om zelf de regietaken uit te gaan voeren en dus de volledige regie naar zich toe te trekken. Welke aspecten het zwaarst wegen blijkt in de praktijk vooral een politieke keuze.

Deze diversiteit is goed voor het regiemodel. Het organisatiemodel is namelijk nog volop in ontwikkeling. Door de verschillende keuzes doen we in Nederland ervaring op met diverse varianten van het regiemodel en leren we wat goed werkt, maar ook wat anders en beter kan. Deze ontwikkeling moeten we dus vooral toejuichen.

Regiemodel


Regiemodel versus regiecentrale
De termen regiemodel en regiecentrale worden vaak door elkaar gebruikt. Het regiemodel onderscheidt zich ten opzichte van traditionele vervoercontracten door een harde scheiding tussen taken op het vlak van regie (ritaanname en planning) en de uitvoering van het vervoer. Daarmee ontstaat een onafhankelijke regievoerende partij die de ritaanname en de planning uitvoert en vervoerders die enkel de ritten uitvoeren. Met het regiemodel bedoelen we het totale organisatiemodel. Daarbij horen dus ook het vervoer en alle ondersteunende processen zoals de indicering, de beleidsadvisering, het contractbeheer en de communicatie. De regiecentrale is slechts één van de schakels in dit model maar is wel essentieel. Enkele regio’s kiezen bewust voor een andere benaming, zoals mobiliteitscentrale (Flevoland) en vervoercentrale (Stedendriehoek).

Jacky Lodewijks en Marcel Slotema zijn adviseur doelgroepenvervoer bij Forseti en begeleiden regio’s bij het vormgeven van het regiemodel.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook