Rekeningrijden slecht voor bereikbaarheid

Rekeningrijden slecht voor bereikbaarheid

door in rubriek algemeen
Reacties uitgeschakeld voor Rekeningrijden slecht voor bereikbaarheid

Vijf partijen in de Tweede Kamer maken de auto duurder ten gunste van het ov en de fiets. Goed voor het milieu en tegen de files, maar slecht voor de bereikbaarheid van banen, volgens het Planbureau voor de Leefomgeving.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bood de politieke partijen in de Tweede Kamer vorig jaar zomer aan hun verkiezingsprogramma’s te analyseren op de effecten voor de leefomgeving. Zeven partijen gingen daar op in: VVD, PvdA, SP, D66, ChristenUnie, GroenLinks en de Vrijzinnige Partij van Norbert Klein. In december ontvingen ze de voorlopige uitkomsten. Op basis daarvan konden ze hun maatregelen aanpassen. Half februari publiceerde het planbureau de analyse (pdf).
Het PBL heeft de programma’s afgezet tegen het huidige kabinetsbeleid, ‘het basispad’, zoals dat zou uitpakken in 2030. Dat beleid ligt vast in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT 2017) en enkele andere plannen. Rekening is gehouden met de verlenging van het Infrastructuurfonds met 2 jaar (2029 en 2030).
Volgens het basisscenario stijgt het gebruik van de auto en het ov tussen het referentiejaar 2010 en 2030 met respectievelijk 20 en 25 procent. Het langzaam verkeer (fietsen en lopen) neemt 10 procent toe, vooral door het succes van de elektrische fiets. Het aantal files op het hoofdwegennet daalt met 6 procent.
Opvallend in de analyse is dat alle zes partijen kiezen voor het beprijzen van het autorijden, behalve de VVD. Dat ‘rekeningrijden’ – jarenlang taboe onder CDA- en VVD-kabinetten – levert een sterke vermindering op van de files, maar maakt reizen duurder. Daardoor neemt de bereikbaarheid van banen af. Wel daalt de uitstoot van broeikasgassen. De keuze van de VVD om te investeren in wegen pakt gunstiger uit voor de bereikbaarheid.
Hieronder volgen de maatregelen van de zes grootste partijen en de analyse van het PBL op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid. CDA en PVV deden niet mee.


 
 
• 6,1 miljard euro extra naar wegen tot 2030, met name naar wegverbredingen.
• Aanbesteden van het hoofdspoornet na afloop van de huidige concessie, aanbesteden van een aantal Sprinterdiensten en van het stadsvervoer in de grote steden.
• Nieuwe of vervangende lightrailverbindingen tussen steden in plaats van uitbreiding van treindiensten.
• 80 miljoen euro voor fietssnelwegen en stallingen.
• Knelpunten worden voortaan integraal verkend zonder focus op één specifieke vervoerwijze.
• Meer vraaggestuurd ov in minder drukbevolkte gebieden door ontschotten Wp2000.
Analyse PBL:
De uitbreiding van het wegennet en de verlaging van de autobelastingen leiden jaarlijks tot ongeveer 1 procent meer wegverkeer in 2030. Het ov-gebruik blijft gelijk. Dat geldt ook voor lopen en fietsen.
De uitbreiding van het wegennet leidt tot 10 procent minder files in 2030, en daardoor tot kortere reistijden. De reistijdbaten (het welvaartseffect van kortere reistijden) bedragen ongeveer 200 miljoen per jaar. De bereikbaarheid van banen (de optelsom van tijd en geld die het kost om banen in de regio te bereiken) is door de kortere autoreistijden 1 procent hoger.
Het maatregelenpakket leidt tot jaarlijks 300 miljoen euro hogere kosten, vooral door de extra investeringen in wegen.
 
 
• 1 miljard euro minder voor investeringen in wegen tot en met 2030.
• 200 miljoen euro per jaar extra voor het ov. Tot 2030 gaat 2,3 miljard naar het spoor en 1 miljard naar regionaal ov.
• Een kilometerheffing van 3 cent per kilometer voor personenauto’s en bestelauto’s, voor vrachtwagens 20 cent. Voor zuinige en schone auto’s gaat de motorrijtuigenbelasting omlaag.
• 100 miljoen extra per jaar voor wandel- en fietsinfrastructuur, tot en met 2030 is dat 1,2 miljard euro.
• Vliegbelasting met een jaarlijkse opbrengst van 500 miljoen euro. En een heffing op kerosine afspreken in de EU.
• In Europees verband regelen dat in 2025 alleen nog uitstootvrije auto’s worden verkocht.
Analyse PBL:
De kilometerheffing en de minder grote uitbreiding van het wegennet leiden tot 7 procent minder autokilometers in 2030. Het ov-gebruik stijgt met 7 procent. Wandelen en fietsen nemen 3 procent toe.
20 procent minder files in 2030 door de kilometerheffing. In combinatie met beter ov en betere fietsinfrastructuur zijn de reistijdbaten 300 miljoen euro per jaar.
De kilometerheffing maakt autorijden sneller, maar ook duurder. Dat leidt tot een afname van de mobiliteit. Het welvaartsverlies is 200 miljoen euro per jaar. De bereikbaarheid van banen ligt 3 procent lager. De tijdwinst door minder files en betere infrastructuur voor fiets en ov wegen niet op tegen de kilometerheffing.
De kosten van de maatregelen bedragen ongeveer 500 miljoen euro per jaar. De belangrijkste kostenpost is invoering en exploitatie van de kilometerheffing.
 
 
• 500 miljoen per jaar gaat van het wegenbudget naar het openbaar vervoer. In totaal 5,75 miljard euro tot en met 2030.
• 300 miljoen euro per jaar gaat naar het spoor (in totaal 3,45 miljard) voor onder andere een hsl-verbinding op bestaand spoor vanaf Schiphol en gratis P+R-voorzieningen rondom de grote steden.
• 100 miljoen euro per jaar voor de uitbreiding van gratis stads- en streekvervoer voor ouderen.
• ‘Betalen naar gebruik’ op hoofdwegen via een Smart Vignet, met een gemiddeld tarief van 6 cent per kilometer voor personenauto’s en bestelauto’s (gedifferentieerd naar brandstoftype en gewicht van de auto). Voor vrachtverkeer kost het Smart Vignet gemiddeld 20 cent per kilometer.
Analyse PBL:
Het wegverkeer neemt af met 10 procent in 2030, vooral door de kilometerheffing. Het ov-gebruik stijgt 9 procent. Lopen en fietsen nemen 1 procent toe.
De files op de hoofdwegen zijn 40 procent lager in 2030, maar op lokale wegen neemt de drukte toe, waardoor de reistijden langer worden.
De reistijdbaten komen 200 miljoen euro per jaar lager uit. De kilometerheffing leidt tot een welvaartsverlies van 300 miljoen euro per jaar. De bereikbaarheid van banen ligt zo’n 3 procent lager door het prijsbeleid en de langere reistijden.
De kosten stijgen 200 miljoen euro per jaar, vooral door het Smart Vignet voor het wegverkeer.
 
 
• 1 miljard minder voor wegen tot en met 2030. Onder andere een goedkopere verbreding van de A27 bij Amelisweerd, minder geld voor regio’s met een lagere verkeersdruk en meer geld voor kleinschalige regionale oplossingen.
• Kilometerheffing van gemiddeld 3,45 cent per kilometer voor personenauto’s en bestelauto’s op alle wegen. Plus een congestieheffing op drukke wegvakken en in de spits van 12 cent per kilometer. Voor vrachtwagens gemiddeld 18 cent per kilometer. Verlaging van de accijns op motorbrandstoffen met 100 miljoen euro per jaar.
• Verschuiving van grootschalige spoorprojecten naar regionaal ov en fietsvoorzieningen van in totaal 1 miljard euro. Verlaging van de prijs van treinkaartjes in het dal. De OV-studentenkaart wordt ook geldig in het weekend.
• 1 miljard euro om woningbouw en banen te realiseren in stedelijk gebied bij stations.
Analyse PBL:
Het wegverkeer is 7 procent lager in 2030. Het ov-gebruik 5 procent hoger. Ook het fietsverkeer is toegenomen.
De files zijn in 2030 gedaald met 40 procent. De reistijdbaten komen uit op 400 miljoen euro per jaar. Door de kilometerprijs gaan mensen minder met de auto reizen. Dit leidt tot een welvaartsverlies van 200 miljoen euro per jaar. De bereikbaarheid van banen neemt af met 3 procent, omdat de reistijdwinst door minder files, beter bereikbare bestemmingen en beter ov- en fietsaanbod niet opweegt tegen de hogere reiskosten.
De kosten komen op ruim 500 miljoen euro per jaar, met name door de kilometerheffing en de congestieheffing.
 
 
• 2,4 miljard euro minder voor aanleg van hoofdwegen tot en met 2030 en 500 miljoen extra voor regionale wegen. Verlaging van de maximumsnelheid op snelwegen van 130 naar 120 kilometer per uur.
• Kilometerheffing voor bestelauto’s van gemiddeld 7,5 cent per kilometer en voor vrachtwagens 20 cent per kilometer, afhankelijk van type en euroklasse.
• Congestieheffing voor personenauto’s van 11 cent, voor bestelauto’s van 3,5 cent en voor vrachtauto’s van 5,5 cent per kilometer. Daarnaast een cordonheffing voor personenauto’s rond de vier grote steden van 2 euro per passage in de spitsuren en 1 euro daarbuiten.
• 620 miljoen extra investeringen in het spoor (capaciteitsuitbreiding, spoorverdubbeling, extra stations en aanpak doorsnijdingen).
• 1,2 miljard euro voor P+R in het regionale ov, metro doortrekken naar Rotterdam-Zuid, doortrekken Noord/Zuidlijn naar Schiphol, RandstadRail naar Scheveningen.
• 650 miljoen euro voor wandel- en fietspaden, uitbreiding van fietssnelwegen en fietsvoorzieningen bij stations.
• Concentratie van verstedelijking en bedrijvigheid rond bestaande kernen en ov-knooppunten.
• Spanning verhogen op bovenleiding en elektrificeren van nog resterende dieselsporen.
Analyse PBL:
Het autoverkeer neemt 4 procent af. Het ov-gebruik stijgt 3 procent, fietsen en lopen 2 procent. De toename van het ov-gebruik daalt iets door inperking van de OV-studentenkaart.
De files zijn in 2030 met 35 procent gedaald. Ondanks de lagere maximumsnelheid blijven de reistijdbaten 200 miljoen euro positief. Door de beprijzing is het welvaartsverlies 200 miljoen euro. De bereikbaarheid van banen neemt 3 procent af.
De kosten zijn 500 miljoen euro hoger per jaar, vooral door de congestieheffing, de kilometerheffing voor het vrachtverkeer en de cordonheffing.
 
 
• 8,8 miljard euro minder voor de aanleg van wegen,
11 miljard euro extra voor openbaar vervoer en 1,15 miljard euro voor fietsvoorzieningen tot en met 2030.
• De maximumsnelheid gaat van 130 naar 120 kilometer per uur, van 120 naar 100 en van 100 naar 80 kilometer per uur. In binnensteden 30 kilometer per uur.
• Kilometerheffing van gemiddeld 3,1 cent per kilometer voor personenauto’s, 15 cent per kilometer voor bestelauto’s en van 25 cent per kilometer voor vrachtauto’s. Plus een congestieheffing voor personenauto’s van 15 cent per kilometer op drukke plekken en momenten.
• De fiscale vrijstelling voor de woon-werkvergoeding per auto wordt afgeschaft. De aanschafbelasting personenauto’s wordt verhoogd (1,1 miljard euro per jaar extra) en gedifferentieerd naar emissie.
• Overheid en werkgevers maken afspraken over flexibele werktijden, thuiswerken, samen rijden en meer ov-gebruik.
• Vliegbelasting voor passagiers en vracht. Opbrengst: 1 miljard euro per jaar.
Analyse PBL:
Het autoverkeer is in 2030 gedaald met 20 procent. Het ov-gebruik gestegen met 29 procent, fietsen en lopen 8 procent.
Het aantal files daalt met 60 procent op het hoofdwegennet. De reistijden met het ov en de fiets dalen, met de auto worden ze langer. De jaarlijkse reistijdbaten zijn 200 miljoen euro per jaar. Het welvaartsverlies is 600 miljoen euro per jaar. De bereikbaarheid van banen neemt 3 procent af. Het duurdere woon-werkverkeer weegt namelijk zwaarder dan de kortere reistijden.
De kosten bedragen ongeveer 300 miljoen euro per jaar, vooral voor de kilometerheffing en de congestieheffing. Daarnaast is de toename van de uitgaven voor ov en fiets groter dan de afname van de uitgaven voor het wegennet.

Constant Stroecken

Over Constant

Constant Stroecken was hoofdredacteur van OV-Magazine tot augustus 2019.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook