Een beknopte geschiedenis van veernummering

Recentelijk hebben de veren van Amsterdam een voor het publiek zichtbaar lijnnummer gekregen: F1 t/m F7 (de F staat natuurlijk voor ‘Ferry’) *). Een goed idee, want als een lijnennet te gecompliceerd wordt raken gebruikers zonder de hulp van nummering al snel in de war.

Ik moest meteen denken aan het uitgestrekte netwerk van de stad New York, dat is uitgerust met lijnkleuren, gecombineerd met lettercombinaties. Zo kun je bij de veerhalte Wallstreet op de gele lijn SB naar South Brooklyn stappen, of op de paars gekleurde RW naar Rockaway. En uiteraard kwam Sydney in mijn gedachten op, want deze stad beschikt over een mooi netwerk van in het groen gestoken veren. Net als in Amsterdam worden verschillende F-diensten onderscheiden. De situatie is niettemin overzichtelijk, want alle veerlijnen beginnen bij Circular Bay. Vandaar waaieren de ponten uit richting een keur aan bestemmingen, bijvoorbeeld de drukke F1 naar Manly.

Gecompliceerd

De situatie in Amsterdam is inderdaad gecompliceerd. Naast de ontegenzeggelijke hoofdverbinding tussen de IJ-zijde van het Centraal Station en de Buiksloterweg op Noord, lopen nog twee veerlijnen vanaf de stationsachterkant in noordelijke richting, respectievelijk naar NDSM (de voormalige werf) en naar IJplein (de laatste sinds enige jaren vanuit een iets oostelijker gelegen steiger). Op de flanken varen de andere ponten. In het westen lopen vanuit Pontsteiger twee veerlijnen; de drukste elke dag naar NDSM en dan op doordeweekse dagen nog een dienst naar Distelweg. In het oosten is er ook nog een pontverbinding tussen Azartplein en Zamenhofstraat. En laten we het nachtveer niet vergeten dat een rondje vaart van Centraal naar NDSM en terug via Pontsteiger.

Systeemtechnisch denken

De nummering op de kaart in de abri’s, op de website en in de app verraadt een systeemtechnisch denken van de samenstellers, die in al hun helderheid simpelweg van oost naar west zijn gaan nummeren. De relatieve rustige veerlijn bij Azartplein is dus F1 geworden, terwijl de allerdrukste en bekendste pontverbinding met nummer F3 blijkt opgezadeld. De twee westelijke lijnen zijn F6 en F7, want ertussen loopt nog de nachtlijn met nummer F5.

Geredeneerd vanuit de fietsende en lopende gebruikers zou het Buiksloterwegveer uiteraard nummer 1 moeten wezen, zeker ook als je bedenkt hoe deze lijn is ingepast binnen het gehele stedelijke netwerk van weg- en ov-verbindingen. F2 naar IJplein heeft zo bezien toevallig het goede nummer gekregen, terwijl de nachtlijn uiteraard een geheel afwijkend nummer had verdiend, bijvoorbeeld F11, of FN.

Er vloeit geen bloed uit, of om het uit te drukken met een toepasselijkere beeldspraak: er is geen man overboord. Die nummering met F1 tot met F7 gaat op den duur echt wel werken. Toch leert deze geschiedenis dat in de wereld van het ov niet de gebruiker of desnoods de klant centraal staat, maar de eigen organisatie, het eigen netwerk en het systeem. Van dat denken moeten we eindelijk eens af.

*) We laten hier de GVB-veerlijnen ver buiten de stad buiten beschouwing – dit zijn de Hempont (F20), de Buitenhuizenpont (F21) en de Velserpont (F22).

Laat een reactie achter