Tramlijn als aanjager in voormalige mijnstreek

Tramlijn als aanjager in voormalige mijnstreek

door Eduard de Jong in rubriek buitenland
Reacties uitgeschakeld voor Tramlijn als aanjager in voormalige mijnstreek

Een uit de as herrezen buurttram verbindt maar liefst zeven gemeenten ten noorden van Valenciennes met elkaar. Het moet het economisch deplorabele Pays de Condé het slop trekken. Op het traject van een voormalige mijnspoorweg rijdt nu een regionale tram.

De economische vooruitzichten van het noordelijk van Valenciennes gelegen Pays de Condé zijn weinig rooskleurig. Sinds de sluiting van de mijnen eind jaren zestig kampt het gebied met een hardnekkige werkloosheid. Weinig bedrijven zijn geneigd zich te vestigen in de troosteloze grensregio. De neergang is duidelijk zichtbaar. Het onderhoud aan de lokale wegen is gestaakt, huizen zijn onbewoonbaar verklaard en gevels dichtgemetseld. Sloop en nieuwbouw blijven door geldgebrek uit. Het regionale bestuur grijpt alle middelen aan om uit de neerwaartse spiraal te geraken. Verbetering van het openbaar vervoer moet tenminste de bereikbaarheid verbeteren en het straatbeeld een draaglijker aanzien geven.

Klik hier voor een uitgebreide fotoreportage.

Groene loper
TRANSVILLES-Totem 2014-VECTmodNadat de laatste regionale tramlijn oude stijl in juli 1966 was opgeheven, was het ov-systeem verworden tot een samenraapsel van buslijnen, waarvan de reiziger alleen in uiterste nood gebruikmaakte. Het was de verdienste van een daadkrachtig bestuurder, de in 1989 als burgemeester van Valenciennes aangetreden Jean-Louis Borloo, dat het verval van het ov tot staan werd gebracht. De nieuwe vestiging van de universiteit in het zuiden van Valenciennes gaf het ov een nieuwe impuls.

In 2006 kwam een 10 kilometer lange tramlijn in gebruik, die de universiteit via het centrum verbindt met de wijk Dutemple in het westen van de stad. De tramlijn ligt over de volle lengte in een groene loper van gras. De tram bracht een ommekeer teweeg in het ruimtelijk verval en de stedelijke afbraak.

Een jaar later, in 2007, was de 8 kilometer lange verlenging van de tramlijn in zuidwestelijke richting voltooid, met bestemming Denain. Vanwege aanhoudende sociale onrust had deze gemeente een slechte naam gekregen. De trambaan ligt op het tracé van de in 1997 gesloten mijnspoorweg tussen Somain en het Belgische Péruwelz. De regionale ov-autoriteit had de grond van de spoorlijn met vooruitziende blik van de Franse staat gekocht.

Van bus naar tram
Na het succes van de eerste tramlijn stelde de ov-autoriteit in 2008 plannen op om zes ten noorden van Valenciennes gelegen gemeenten met in totaal 60.000 inwoners met een tram te bedienen. De kwaliteit van de infrastructuur bleek slecht. Zo was een brug over een spoorlijn – de pont de la Bleuse Borne in de gemeente Anzin – niet sterk genoeg om er met een tram overheen te rijden. De ov-autoriteit koos daarom voor een lagevloerbus, de Valway. Toen bleek dat een elektrisch aangedreven bus met een lage vloer technisch niet mogelijk was, koos de ov-autoriteit eind 2009 alsnog voor een tram. De oude spoorbrug werd gesloopt en vervangen door een nieuwe. De kleine 20 miljoen euro die de brug kostte, kwam uit het staatsprogramma voor een duurzaam milieu.

Parkeren en overlast
De bouw van de ruim 15 kilometer lange trambaan viel niet overal in goede aarde in de zes gemeenten. De trambaan ging namelijk ten koste van een groot aantal parkeerplaatsen in de kernen. Om zoveel mogelijk parkeerruimte te behouden, besloot de ov-autoriteit een enkelsporig traject aan te leggen. Enkele haltes kregen dubbelspoor. Op sommige plaatsen, zoals op bruggen, deelt de tram de schaarse ruimte met het wegverkeer.

In de gemeenten Fresnes-sur-Escaut en Condé-sur-l’Escaut verzetten de bewoners en de plaatselijke middenstand zich met succes tegen de gevreesde onbereikbaarheid en overlast van de bouw van de tramlijn. Met de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2014 in het vooruitzicht, besloten de burgemeesters van beide gemeenten dat het tramtraject zoveel mogelijk buiten het centrum en de bebouwde kom moest komen. De tramlijn voert er grotendeels door onbebouwd gebied.

Ruimtelijke kwaliteit
De aangelegde trambaan heeft maar in beperkte mate bijgedragen aan een opwaardering van het straatbeeld. Tegenover het mistroostige beeld van dichtgemetselde huizen kan de tram weinig uitrichten. Het traject is niet – zoals in Frankrijk gebruikelijk – afgedekt met een milieuvriendelijke graslaag, maar met een toplaag van asfalt en beton. Wegen en voetpaden hebben een nieuwe asfaltlaag gekregen.
Het renoveren en vernieuwen van zeven kunstwerken, bruggen en viaducten heeft 50 miljoen euro gekost. De aanleg van de trambaan kostte slechts 75 miljoen euro. De uitvoering oogt sober en doelmatig. Het verblijfsklimaat in de gemeenten is er niet veel op vooruitgegaan. Met 125 miljoen euro – nauwelijks meer dan 8 miljoen euro per kilometer – behoort de tramlijn tot een van de laagst geprijsde ov-projecten in Frankrijk.

Aantrekkingskracht
Langs het tracé staan gebouwen die voor voldoende reizigers moeten zorgen. Zo ligt een tramhalte direct naast de expohal Le Boulon in Vieux Condé en een bij het nieuwe Lycée de Condé. Bij enkele haltes komt een winkelcentrum of een appartementengebouw. In de gemeente Fresnes-sur-Escaut moet buiten de bebouwde kom, waar nu nog koeien grazen, een eco-wijk verrijzen. Een Centre des Congrès is in aanbouw in Anzin. De hogere kwaliteit van de tram moet er toe leiden dat het aantal van 11.000 reizigers per dag, gaat toenemen tot 16.000 reizigers.

Op tramlijn 2 rijden 9 lagevloertrams van Alstom, type Citadis 302. Elke 10 minuten rijdt de tram in 44 minuten van de noordelijkst gelegen gemeente Vieux Condé naar het treinstation en het centrum van Valenciennes. Van daar gaan de tramlijnen 1 en 2 gezamenlijk door naar de universiteit in het zuiden van de stad.

De ritprijzen zijn laag. Een enkeltje kost 1,60 euro, een retour 2,90 euro. Voor 3,80 euro kan je de hele dag reizen over het ov-net van Transvilles. Het ov wordt geëxploiteerd door TUV (Transports Urbains de Valenciennois), een dochterbedrijf van Transdev.

Van tram naar bus
Met de ingebruikname van tramlijn 2 op 24 februari is een einde gekomen aan de verreikende ambities van de ov-autoriteit. Het plan voor een enkelsporige tramverbinding tussen Valenciennes en de bij de Belgische grens liggende gemeenten Crespin en Quiévrechain is van de baan. De burgemeester van de tussengelegen gemeente Saint-Saulve wil geen tram in haar gemeente. Daarom zet de ov-autoriteit in op een busverbinding van hoge kwaliteit. Dit jaar start de aanleg van de busbaan, die eind 2015 klaar moet zijn. De Franse en Belgische overheden willen overigens de spoorlijn tussen Valenciennes en Mons via Quiévrain heropenen voor het groeiende goederenvervoer.

Weinig florissant
Ondanks de weerstand van bewoners en middenstand tegen de aanleg van de trambaan is het de ov-autoriteit gelukt in 28 maanden een door zeven gemeenten leidend tramtraject te realiseren. Het meest in het oog springend zijn de fraai gerenoveerde en nieuw aangelegde bruggen en viaducten. Het is afwachten of de tramlijn zal leiden tot vernieuwing van de desolate bebouwing en vestiging van nieuwe bedrijven. Over enkele jaren zal blijken of de hoge verwachtingen die de autoriteiten van de buurttram hebben, zijn uitgekomen.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook