Liften op stations ongekend populair

Liften op stations ongekend populair

door Anka van Voorthuijsen in rubriek stations
Reacties uitgeschakeld voor Liften op stations ongekend populair

ProRail moet ervoor zorgen dat stations en treinen in 2030 goed toegankelijk zijn voor mensen met een functiebeperking. De nieuwe liften worden al goed gebruikt. En niet alleen door de doelgroep.

Dat de liften van glas zijn vindt ze een enorme vooruitgang, zegt Conny Kooijman, die zelf een lichte verstandelijke beperking heeft en met haar lichamelijk beperkte partner veel gebruik maakt van liften op stations in het hele land. “Het voelt minder claustrofobisch en veiliger. Als er iets zou gebeuren kun je contact maken, en je kunt je oriënteren. Vroeger stapte je in zo’n dichte ijzeren vuile bak.” Kooijman werkt als beleidsondersteuner bij Ieder(in), het netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte, en is in die hoedanigheid ook betrokken bij het overleg met ProRail over de toegankelijkheid van stations.

Lift-fiets1000Braille
Hoe de nieuwe liften eruit zien, welke afmetingen de liftcabine heeft, dat wordt bepaald in overleg met diverse belangengroepen, zegt projectmanager Martin Brinkhuis van ProRail. Alle nieuwe liften zijn voorzien van ‘tactiele aanduidingen’ en informatie in braille. De breedte is gebaseerd op de maten van een rolstoel, de lengte zorgt ervoor dat er altijd een brancard met twee begeleiders in past. Bij de bouw van nieuwe liften is er standaard ook spraakaanduiding ingebouwd. Kooijman roemt de dubbele uitgang: “Je hoeft je met een rolstoel nooit om te draaien.” Vooral de opvallende transparantie – en daarmee het gevoel van sociale veiligheid – is een grote vooruitgang, blijkt uit reacties van gebruikers. “Fantastisch”, vindt Lisette de Jong, die op een donderdagmiddag met wandelwagen en zoontje Toana de lift in Utrecht Centraal in stapt. Ze durft met kind en buggy niet van de roltrap. “Ik ben blij met deze liften. Vroeger waren het van die donkere ijzeren kasten die je ergens achteraf moest zien te vinden en het stonk er altijd enorm naar pies.”

Architectenbureau
ProRail heeft goed nagedacht over de vormgeving van de liften, vindt ook architect Pieter van Rooij van architectenbureau Benthem Crouwel, dat betrokken is bij (ondermeer) de vernieuwingen van Utrecht Centraal. “Wij hebben daar als architecten eigenlijk nauwelijks iets over te zeggen. De ontwerpvoorschriften zijn uitgebreid en daar moeten we ons aan houden. De liften moeten van glas zijn, dat vinden wij natuurlijk ook mooi en het voorkomt vandalisme en urineren. Er is veel aandacht voor de verlichting: in de cabine, maar ook in de liftschacht. En er is ook goed nagedacht over de locaties. In Utrecht Centraal bijvoorbeeld zie je vanaf de perrons eerst de vaste trap, dan de roltrap en dan de lift. Zo vang je veel mensen af die de trappen nemen, anders wordt het snel te druk. Maar de lift is tegelijkertijd toch goed vindbaar als je even rondkijkt.”

‘We stimuleren het niet dat fietsers met de lift gaan’

Niet alle stations krijgen liften, soms is een flauwe hellingbaan ook genoeg om de perrons makkelijk toegankelijk te maken, zegt Brinkhuis. “We hebben met de vroegere cg-raad een soort meetlat ontworpen om vast te kunnen stellen wanneer de toegankelijkheid goed is. Van de 235 stations die we in het kader van dit programma gaan aanpassen krijgen er 157 een hellingbaan en op 78 stations komen liften. De andere stations zijn in orde.”

Rolkoffers
De liften mogen in eerste instantie bedoeld zijn voor mensen met een functiebeperking, in de praktijk worden ze vooral door andere groepen gebruikt. Een half uurtje ‘posten’ bij een paar liften in de hal van Utrecht Centraal levert de wetenschap op dat het vooral reizigers met (rol)koffers zijn die de lift pakken. Heel veel passagiers met vouwfietsen, die hun rijwiel in de lift niet meer hoeven in te vouwen. Veel mensen met kinderwagens. Veel NS-personeel. Reizigers met gewone fietsen. Mensen (jong en oud) zonder bagage. En van de ongeveer 60 mensen die we turven is er slechts één zichtbaar ‘beperkt’: een oudere dame met een wandelstok.

Een kwartiertje toekijken bij de liften op een vrijdagmiddag op station Zwolle levert hetzelfde beeld op. Er is zelfs flinke filevorming bij de liften. Veel passagiers met rolkoffers vooral, en veel mensen die een fiets bij zich hebben. De lift gaat af en aan, en vooral voor de fietsers betekent dat wachten, omdat er nét of net niet (afhankelijk van de hoeveelheid bagage die eraan hangt) twee fietsen tegelijk in passen. Conny Kooijman houdt er inmiddels rekening mee dat ze weleens moet wachten op de lift. “Het duurt nooit lang want het is altijd maar één verdieping. En het is duidelijk design for all. Je moet niemand willen weren denk ik.”

Succes
Het enorme succes van de liften is hem ook opgevallen, zegt architect Van Rooij. “Ze worden veel meer gebruikt dan van tevoren was gedacht. We hebben weleens voorgesteld om meer liften te maken, aan beide kanten van het station een lift, maar dat is niet het beleid van ProRail. De liften zijn in eerste instantie bedoeld voor invaliden en dan is één lift per perron voldoende.” Daarom zijn de liften ook relatief klein: er past een rolstoel en een begeleider in.

“De liften zijn niet primair bedoeld voor mensen met fietsen”, zegt Martin Brinkhuis van ProRail. “We kunnen hen het gebruik natuurlijk niet ontzeggen, maar ze worden er niet voor gebouwd.” Ook ProRail merkt dat de liften veel populairder zijn dan een aantal jaren geleden in de ontwerpfase was voorzien. “We tellen natuurlijk het gebruik en dan zie je bijvoorbeeld dat de liften op station Geldermalsen enórm intensief worden gebruikt. Niet door de doelgroep, maar door fietsers die van de ene kant van het station naar de andere willen. Die hebben eigenlijk niks op het station te zoeken maar er is geen tunneltje in de buurt.”

Onderhoud
Het intensieve gebruik leidt toch al tot extra kosten, zegt Brinkhuis. ”De liften moeten natuurlijk altijd beschikbaar zijn voor de doelgroep, dus pico bello in orde. Daarom wordt het onderhoud geïntensiveerd.” In principe zouden fietsers voor de hellingbanen of trappen met een geultje moeten kiezen als die er zijn, vouwfietsen kunnen aan de hand op een trap worden meegenomen. “We stimuleren het niet dat fietsers met de lift gaan.” Maar, erkent Brinkhuis, “als je als fietser een lift ziet, is de keus natuurlijk snel gemaakt.”

‘Vroeger waren het van die donkere kasten waar het altijd enorm naar pies stonk’

Dat onderschrijft Hellen Scheepers, frequent treinreiziger, mét vouwfiets. Ze is erg blij met de nieuwe liften. “Ze zitten niet weggestopt in een donker hoekje, ze zijn lekker transparant en ze gaan snel.” De combinatie fiets-trein vindt ze fantastisch. “Het is perfect om zo te reizen, maar ik zie steeds meer mensen met fietsen in de trein. Ik ben benieuwd hoe lang het nog kan, want in de treinen is nauwelijks plaats voor bagage en die fietsen zijn een soort handbagage die je steeds moeilijker kwijt kunt.”

Bagage-ruimte
Conny Kooijman heeft er ook last van dat ze de ingeklapte rollator vaak moeilijk kwijt kan. Bagageruimte in de trein is een probleem, merkt ook John Alsop uit Californië (USA), die bij twee met bagage volgepakte toerfietsen in de hal van Utrecht CS staat, op weg naar Keulen. “Ik heb mijn fiets weleens in een Amtrack-trein in de States meegenomen, daar was een speciale cargo-wagon waar je fietsen aan haken op kon hangen. Dat werkte goed. Hier moeten we echt naast de fietsen blijven staan om ze vast te houden.” En de liften? “Klein. We passen er met z’n tweeën en onze bagage echt nét in.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook