Met minder geld toch meer ov-aanbod

Met minder geld toch meer ov-aanbod

door in rubriek onderzoek
Reacties uitgeschakeld voor Met minder geld toch meer ov-aanbod

Ondanks de bezuinigingen hebben steeds meer mensen ov in de buurt. Dat blijkt uit onderzoek van CROW-KpVV en het Planbureau voor de Leefomgeving.

In de perifere delen van Nederland staat het streekvervoer onder druk door de dalende rijkssubsidie en laag ov-gebruik, constateert CROW-KpVV. In Zeeland is het ov-aanbod sinds 1 maart zelfs met een kwart verminderd. Het aantal gebieden zonder lijngebonden ov zal de komende jaren toenemen, verwacht het kenniscentrum.

Nu de bezuinigingen op straat doorwerken, is het goed om de beschikbaarheid van het ov bij te houden, vindt CROW-KpVV. Het kenniscentrum verzocht het Planbureau voor de Leefomgeving hun databank met trein- en metrostations uit te breiden met alle bushaltes en het aantal halteringen per uur. Nu zijn de onderzoeksgegevens uit 2013 te vergelijken met die uit 2003 en 2008.

Uit de cijfers van het afgelopen decennium blijkt dat de beschikbaarheid van ov is toegenomen. In 2013 had slechts 7,6 procent van de Nederlanders noch een station, noch een halte ‘in de buurt’ (binnen 500 meter een bushalte, binnen 1000 meter een metro- of sneltramhalte, binnen 2000 meter een treinstation). In 2003 was het aandeel inwoners zonder ov in de buurt nog 8,3 procent en in 2008 7,8 procent. In Drenthe was de ov-beschikbaarheid in 2013 het laagst: 15,2 procent had geen ov in de buurt. Noord-Holland scoorde het best met slechts 3,4 procent zonder ov.

Het aantal metro- en sneltramhaltes is tussen 2000 en 2013 met 16 procent toegenomen. Het totaal aantal haltes (inclusief tram- en bushaltes) daalde in die periode echter met 13 procent. Het aantal voertuigkilometers van metro en sneltram steeg met 32 procent, onder andere door de Beneluxmetro en RandstadRail. Het bus- en tramaanbod nam toe met 13 procent. Na 2008 is het ov-aanbod in Groningen, Overijssel, Zuid Holland en Limburg echter gedaald.

Aanbod stad-streek

 

De beschikbaarheid van metro- en sneltramhaltes nam vooral tussen 2003 en 2008 toe. Daarna bleef het aanbod stabiel. Het aantal frequente busdiensten is afgenomen sinds 2008. Meestal werden kwartierdiensten halfuurdiensten. Het frequent stads- en streekvervoer (minimaal vier keer per uur) steeg tussen 2003 en 2008 van 50,5 naar 54,1 procent, maar daalde daarna naar 52,6 procent.

Gerard van Kesteren van CROW-KpVV trekt de conclusie dat Nederland in de periode 2003-2013 een hoge ov-beschikbaarheid kende. “Mede dankzij de Regiotaxi zijn er nog geen witte vlekken ontstaan. Wel is het soms lastig om op zondag ergens op het platteland te komen.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook