Geef station kwaliteit die het verdient

Geef station kwaliteit die het verdient

door Carl Bieker, Jan Henst en Huibert Verdoold in rubriek stations
Reacties uitgeschakeld voor Geef station kwaliteit die het verdient

De provincie Gelderland werkt al jaren met andere partijen aan de verbetering van stationslocaties. Nadat er extra geld kwam is de samenwerking met onder andere NS en ProRail geïntensiveerd.

Veel stations hebben helaas ook nu nog te weinig voorzieningen. Ze zijn te klein voor het toenemend aantal reizigers, niet comfortabel, niet meer van deze tijd en matig tot slecht bereikbaar. De afgelopen jaren heeft de provincie Gelderland, en voorheen ook Stadsregio Arnhem Nijmegen, in samenwerking met partijen als ProRail, NS Stations en gemeenten op tal van plaatsen een verbetertraject ingezet, zowel op stations aan het hoofdspoor als aan het decentraal spoor. De gedachte is dat een betere deur-tot-deur-reis de regionale economie en bereikbaarheid ten goede komt.

In de recent vastgestelde Omgevingsvisie en daarvan afgeleide OV-Visie en de Lange Termijn SpoorAgenda Oost van de provincie Gelderland heeft de stationsomgeving een prominente plek gekregen. Gelderland wil van het station, als verbindingsschakel tussen stad en regio, een prettige locatie maken voor de reiziger. We benaderen de stationslocatie multidisciplinair. Vanuit onze afdelingen Stad & Regio, Ruimte en Mobiliteit zoeken we de samenwerking met alle betrokkenen.

Bij kleine stations kan vaak met beperkte middelen veel worden bereikt. Tijdens het laatste jaarcongres van Railforum was dan ook een krachtig pleidooi te horen om juist te investeren in kleine stations. Zo verander je stations in plaatsen waar de reiziger aangenaam kan wachten op de trein (of bus) en die tijd kan benutten om te werken of te socializen. We hebben het over stations met soms maar enkele duizenden in- en uitstappers per dag, maar het zijn wel de stations waar de scholier opstapt op weg naar het roc in de grote stad of waar de forens zijn reis begint. Investeren in die stations doen we om de huidige reiziger te behouden en meer reizigers te trekken.

Wachtruimte_Lievelde

Opgepimpte wachtruimte station Lievelde. Lokale kunstenaars gebruikten oude reclames (2013).

Op veel plaatsen is er nog steeds fietsoverlast bij stations en te weinig aandacht voor het stallen van een groter formaat fietsen, elektrische fietsen en scooters. Je ziet er zwerfvuil en graffiti. Soms zijn voorzieningen kapot of verwaarloosd, ontbreken zitbanken en zijn wachtruimten tochtholen waar het vuil zich ophoopt.

Je bent er niet door simpelweg het aantal fietsparkeerplaatsen uit te breiden; en zeker niet op locaties waar de fietser zijn rijwiel liever niet achterlaat. Dan moet je oog hebben voor een brede aanpak, zorgen dat voorzieningen en looproutes in onderlinge samenhang tot stand komen. En je moet bekijken waar de reiziger vandaan komt, hoe hij via een logische en aangename route het station kan bereiken.

Wat doen we anders?
Bij de ontwikkeling van stationslocaties werken we in een vroeg stadium samen met de vele stakeholders. In samenwerking met onder andere ProRail en NS Stations organiseren we stationsschouwen. We bekijken in groepen de kwaliteit van het station en de aansluiting op de directe omgeving. Hoe goed is het station bereikbaar voor de reiziger die met de auto, bus, taxi, fiets of lopend aankomt?

Door de gemengde samenstelling van de groep, krijg je goede ideeën aangereikt en voorkom je tunnelvisie. Behalve gemeente en regio zijn in die groep alle vervoerders vertegenwoordigd, ProRail, maar bijvoorbeeld ook betrokkenen bij het actieplan Fietsparkeren, NS in verband met de P+R-faciliteiten, de bewaakte stalling en OV-fiets. Van de partij zijn verder de reizigersorganisaties, verenigd in het Rocov of afzonderlijke organisaties zoals de Samenwerkende bonden van ouderen in Gelderland (SBOG), die overigens zelf ook schouwen houden en waarvan we graag de ervaringen gebruiken. Ook zijn er lokale bewonersgroepen die ideeën hebben over bijvoorbeeld de inrichting en het beheer van een voorplein. Als reizigers of gebruikers van het stations weten ze exact wat er niet klopt. Belangrijk zijn verder mensen die weten welke budgetten er zijn, die combinaties kunnen leggen met regionale en nationale programma’s zoals het Landelijk Verbeterprogramma Overwegen. Bovenal is het gewenst mensen te betrekken die bereid zijn hun nek uit te steken om een stukje kwaliteit neer te leggen.

Drie niveaus
Wij hanteren een benadering volgens drie niveaus:

  • de kwaliteit van voorzieningen op de perrons en voorplein (primair een taak van NS en ProRail)
  • de relatie tussen het station en het centrum
  • het station in relatie tot de regio

De ontwikkeling van goede verbindingen, bijvoorbeeld in de vorm van aantrekkelijke fietspaden, is primair een zaak van de lokale en regionale overheid. Maar de essentie is dat bij alle niveaus partijen elkaar nodig hebben en met een stapeling van middelen het verschil kunnen maken. Zo investeert de provincie in samenwerking met ProRail in het nieuwe stationsmeubilair en houdt NS zich ook bezig met fixing the link naar het centrum. Bij de (her)inrichting stemt NS dan de plaats van de voorzieningen af op de aanvoerroutes.

Het is niet altijd gelijk duidelijk wie het voortouw neemt, maar partners vinden de provincie bij uitstek een organisatie die partijen bijeen roept om de start in te luiden van een ontwikkelproces. ProRail en NS Stations voeden de provincie met kennis over bijvoorbeeld de behoeften van de reizigers en nut en noodzaak van het aantal fiets- en parkeerplaatsen rondom stations. In onze visie is de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van maatregelen die de stationsomgeving tot een kwalitatief hoogwaardige plek maken. Daarom investeren we in partnerschap met gemeenten en organiseren we een netwerk waarin ook NS Stations en ProRail meedoen.

Stationscafés
Tijdens workshops en stationscafés verzorgen partners presentaties over stationsprojecten en geven we elkaar feedback. We bezoeken stations, geven inspirerende seminars over bijvoorbeeld wayfinding; hoe de reiziger zijn weg vindt in de stationsomgeving. Daarbij nodigen we experts uit die hun visie geven. Zo raken ontwikkelaars van stationsprojecten geïnspireerd om vooral een integraal stationsontwerp te maken en dit uit te voeren. En belangrijk: een enthousiaste projectleider maakt zijn omgeving enthousiast.

bank

Nieuw perronmeubilair Barneveld Centrum (2014)

Niet alles is overal hetzelfde. Waar mogelijk hanteren we een lijngebonden aanpak waardoor het voor reizigers duidelijk wordt dat ze overal min of meer dezelfde voorzieningen en dezelfde kwaliteit mogen verwachten. Zo introduceert ProRail met financiële hulp van de provincie Gelderland op de Valleilijn en de spoorlijn Arnhem–Winterswijk de nieuwe lijn van stationsoutillage. De snelle uitrol op regionaal spoor werd mogelijk door als provincie mede te investeren. Maar ook door de combinatie te zoeken met andere projecten, zoals de bouw van toiletten. Provinciale Staten hebben opdracht gegeven om bij stations langs het regionaal spoor toiletten te realiseren.

Aan de andere kant hebben we aandacht voor differentiatie per station. Er zijn stations die wat extra’s kunnen gebruiken, bijvoorbeeld een kiosk of huiskamer. Ook hebben we aandacht voor een bijzondere functie van een station, bijvoorbeeld voor recreatieve bestemmingen op de Veluwe. Dan moet daar uiteraard wel genoeg draagvlak voor zijn bij andere partijen.

Aandacht voor beheer
Na de aanleg is het niet gedaan met onze aandacht voor de stations. Dan begint een lastiger traject. We zijn vaak niet verantwoordelijk voor het beheer van objecten bij stations. Wat de provincie wel kan doen is regelmatig de kwaliteit van voorzieningen onder de aandacht brengen. Hoe denkt de reiziger daar over? Hoe staat het bijvoorbeeld met de fietsvoorzieningen? Is er vraag naar OV-fiets of kluizen?

De provincie heeft bij diverse gemeenten langs de regionale spoorlijnen financiële steun verleend voor de coördinatie van gemeentelijke toezichthouders. Hun aanwezigheid verbetert de beleving van sociale veiligheid rond de stations. In overleg met de regionale vervoerder kunnen ze vaak een stukje gratis met het ov meereizen om een rondje toezicht te doen op een nabijgelegen station. De toezichthouder houdt het station en directe omgeving schoon en veilig, zet fietsen recht en is vraagbaak voor bezoekers.

Soms lukt het niet
Op sommige locaties is het moeilijk om een betere kwaliteit te bereiken. Leegstand van stationsgebouwen zet een behoorlijk stempel op een stationsgebied. Ondanks alle inspanningen van partijen is het toch bijzonder moeizaam om leegstaande stationsgebouwen een blijvend nieuwe functie te geven. En soms schat je met elkaar het mogelijke succes van een kiosk toch verkeerd in. Met opnieuw leegstand als gevolg.

Investeringen
De bijdrage van de provincie Gelderland aan de ontwikkeling van stationsomgevingen in gemeenten als Zaltbommel, Geldermalsen, Culemborg, Tiel, Doetinchem, Elst, Winterswijk, Ede/Wageningen, Harderwijk, Ermelo, Putten en Apeldoorn is in totaal meer dan 60 miljoen euro tussen 2012 en 2018. De investeringen in nieuw perronmeubilair, toiletten, fietsparkeren, autoparkeren en OV-fiets bedragen tussen 10 en 15 miljoen euro. De andere partijen staan eveneens aan de lat voor investeringen in het stationsgebied.

Het begint met ambitie en met het samenbrengen van partijen die een gezamenlijk kwaliteitsbeeld formuleren, maar als er vervolgens geen geld is om zaken te verbeteren, dan blijft het bij mooie wensen. Het gaat er dus ook om commitment bij de besturen te bereiken dat een investering in de kwaliteit van de stationsomgeving een goede investering is en dat we daar alle partijen bij nodig hebben.

Vervolg
Met het oog op integrale ontwikkeling en het benutten van ruimtelijke en economische kansen hebben de provincie, NS en ProRail afgesproken een analyse te maken voor de opgaven op de drie eerder genoemde niveaus. Op het eerste niveau gaat het om de kwaliteitsslag op de stations zelf en het voorplein. De directe omgeving is het tweede niveau waarnaar gekeken wordt: kan met behulp van investeringen in de lokale ruimte meer kwaliteit worden geboden? Wat zijn bijvoorbeeld de kansen en mogelijkheden voor wonen en werken in de omgeving van het station? Hoe is het station verbonden met het stadscentrum? Op het derde niveau kijken we naar de verbondenheid van het station met de regio. Waar kan dit beter en hoe draagt dit bij aan bijvoorbeeld de bereikbaarheid van toeristische plekken? De komende maanden werken we deze ontwikkelagenda ‘stationsomgevingen’ voor de provincie Gelderland samen uit.

Carl Bieker is projectleider spoor en stations bij het programma Mobiliteit
Jan Henst is accountmanager voor het programma Stad & Regio
Huibert Verdoold is adviseur bij het programma Ruimte
De auteurs zijn werkzaam bij de provincie Gelderland.

Foto bovenin: Nieuwe entree station Zaltbommel (2014).

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook