Buschauffeur loopt steeds meer stress op

Buschauffeur loopt steeds meer stress op

door Anka van Voorthuijsen in rubriek binnenland
1 reactie

Steve Grant had ‘veel eerder’ buschauffeur moeten worden en voor René Zaal kwam een jeugddroom uit toen hij een baan kreeg als bestuurder op de Utrechtse stadsbus. Ze hebben een prachtbaan, vinden ze allebei. Maar het werk zorgt voor steeds meer stress.

Of hij het gas niet even wat dieper in kon trappen, informeerde een passagier laatst bij René Zaal. “We hadden net voor een open brug gestaan. Hij moest de trein halen.” Zaal: “Passagiers hebben allemaal haast tegenwoordig. Ze zijn druk met hun mobieltje, dus als je een keer plotseling moet remmen schrikt iedereen zich wezenloos, want niemand heeft het zien aankomen.”

Zaal rijdt stadsdiensten bij Qbuzz in Utrecht, Grant rijdt bij Connexxion in Haarlem en omgeving, maar ze hebben beiden dezelfde ervaringen: veel passagiers hebben een kort lontje en medeweggebruikers zorgen er regelmatig voor dat het hart in hun keel klopt. Grant: “Mensen hebben geen idee over de enorme draaicirkel van een lange bus, of dat je met zo’n bus niet metéén stil staat als je op de rem trapt.” De gemeente denkt ook niet erg mee, is beider ervaring. René Zaal: “Ze overleggen niet met ons als ze een kruispunt aanpassen of een wegprofiel veranderen en het wordt áltijd smaller. Soms is het niet te doen. Dat zorgt voor stress. Of je rijdt de stoep kapot.” Grant: “Het stationsplein in Haarlem, helemaal nieuw. Spekglad als het heeft geregend.”

Doe normaal
Op weg naar mijn afspraak met Grant ben ik helemaal voorin de bus gaan zitten, om een goed idee te krijgen van het blikveld van de chauffeur. Ineens steekt een fietsende vrouw (peuter in zitje voorop, jong kind op klein fietsje ernaast) pal voor onze lijn 50 de Utrechtse busbaan over. Ik kijk in een angstige reflex weg, de chauffeur gaat vol in de remmen en het loopt goed af. Achter me klinkt afkeurend gemompel van medepassagiers en een bozig: “Doe normaal, zeg”, duidelijk bestemd voor de bestuurder. Die rijdt – ogenschijnlijk stoïcijns – door. Toch doet het wat met je, zal Grant later zeggen. Want hij hoort het heus wel, dat gemopper achter zich. “De chauffeur heeft het altijd gedaan. Passagiers bemoeien zich er meteen mee: ik kan niet rijden en ik reed te hard. Zo’n bus is groter, de verdenking ligt meteen op jou.”

Grant: “Fietsers nemen overal voorrang, rijden door rood, blijven met z’n drieën naast elkaar zodat je erachter moet blijven. Jíj moet continu inschatten wat ze gaan doen en overal op anticiperen. Misschien kennen ze de regels niet: ze gaan je gewoon inhalen als je een knipperlicht uit hebt en bij de halte weg wilt rijden.” Laatst had hij een bijna botsing met een BMW, die vanaf een uitrit voor zijn bus langs wilde schieten, de weg op. “Ik had voorrang en het scheelde niks. Als ik geen noodstop had gemaakt had ik ‘m geraakt. Toch begint die bestuurder mij uit te schelden, niet normaal.”

Natuurlijk rijdt een beroepschauffeur ook weleens te hard. En laatst deed hij zelf blijkbaar de deuren te snel dicht, terwijl er iemand met een rollator uit wilde. “Iedereen begon te roepen dus ik greep snel in en er was niks aan hand. Ik verontschuldig me, zeg sorry, sorry maar ik kríjg een gescheld over me heen van die vrouw: tering, klerelijer, klootzak: echt verschrikkelijk. Rijd ik later op die route terug, staat diezelfde vrouw met rollator weer bij de halte. Dus ik vraag: herkent u me nog? Zegt zij: nee, hoezo? Ik zeg: ik ben die tering klerelijer van net. U wacht maar op de volgende bus, goedemiddag!”

Hij weet best dat zijn werkgever verwacht dat hij diplomatieker reageert, erkent Grant. “Maar we accepteren nu dingen die we vijf jaar geleden beslist niet getolereerd zouden hebben. Als je veel van die scheldpartijen meemaakt op een dag, dan loopt de stress op. Dan zou ik de eerstvolgende die begint wel een klap kunnen verkopen. Ik heb het regiecentrum weleens gecontact: laat mij maar naar huis gaan. In die gemoedstoestand kun je beter niet op de bus zitten.”

Oók goedemorgen
René Zaal nam de stress vaak mee naar huis: “Wat als.. ik die fietser niet had kunnen ontwijken.. Heb ik iets gemist, stond het licht toch op rood..als dit of dat, dan.. Ik kon het soms niet van me afzetten.” Zaal: “Als iemand de bus in kwam en niet op of omkeek, zei ik: óók goedemorgen! Dan kreeg ik een grote bek of een middelvinger, dus dat doe ik niet meer. Ik zeg zelf ‘goedemorgen’ en verder voed ik alleen m’n eigen kinderen op.” Als je wilt heb je de hele dag gedoe met passagiers, zegt Zaal. “Ze vinden het kaartje te duur, je voorganger reed niet goed: ik reageer er niet meer op. Ik probeer opgewekt m’n werk te doen.”

Zaal deed mee aan een proef ‘duurzaam rijden’ van Qbuzz. Hij heeft een fleetboard dat zijn rijstijl (snelheid, optrekken, remmen) registreert. Zaal: “Hoe zuiniger wij met het materiaal omgaan hoe beter voor het bedrijf.” Hij kan thuis inloggen en de gegevens van zijn gereden ritten bekijken, vergelijken met collega’s en er is zelfs een interne ranglijst duurzaam rijden. “Je ontdekt dat jakkeren geen zin heeft. Dus ga je minder snel optrekken, meer uitrijden, niet vol gas en daarna vol op de rem. We hebben het er onderling over en je ziet gewoon: met relaxter rijden haal je dezelfde tijden en blijf je zelf rustiger.” Inmiddels heeft Qbuzz Utrecht duurzaam rijden voor alle chauffeurs ingevoerd.

Big booster
De druk van de passagiers is soms ingewikkeld, vindt Grant. Hij weigerde onlangs een elektrische rolstoel tijdens een rit: “We zijn rolstoeltoegankelijk, maar wat noem je nog een rolstoel? Dit was echt een big booster, minstens 250 kilo. Ik zei: meneer, daar is speciaal vervoer voor, dat is te gevaarlijk in deze bus. Dat ding is niet te controleren als ik ineens moet remmen.” De andere passagiers gingen zich ermee bemoeien: “Ik moest ‘m meenemen, die man zat toch in een rolstoel.. ze vonden het onzin.. Dat zorgt bij mij voor stress. Ik ben geen regeltjeszeurder, er is over nagedacht waarom dat niet kan. Uiteindelijk heb ik ‘m wel meegenomen en ben met hooguit 25 kilometer per uur verder gereden.”

Altijd deëscaleren
Social media zijn ook stress verhogend, hoort Ria Stienen, HR-directeur bij Connexxion. “Chauffeurs voelen zich continu beoordeeld, worden gefilmd, zwart gemaakt op Twitter. Soms hebben ze ook echt onhandig gecommuniceerd. Laatst weigerde een chauffeur een moeder met kind en kinderfiets mee te nemen in de bus. Dat is ook echt gevaarlijk, mensen realiseren zich niet dat zo’n fietsje dwars door de bus heen vliegt bij een onverwachte stop. Maar dan zeg je natuurlijk niet tegen een klant: ‘los het zelf maar op’, zo willen wij niet met onze klanten omgaan. Je moet uitleggen waarom het niet kan en altijd deëscaleren. We hebben 5000 chauffeurs, de één is daar natuurlijk beter in dan de ander. We trainen ze er wel op.”

Collega Opvang Teams
Zowel Connexxion als Qbuzz hebben COT’s, Collega Opvang Teams. Na een aanrijding met letsel of een nare en sociaal onveilige situatie zoals een spuugincident ‘is het prettiger om met een collega te praten dan met een leidinggevende’, weet Erick Valk, teammanager service en sociale veiligheid bij Qbuzz. Nicky Jansen, woordvoerder van Connexxion: “De maatschappij verhardt en alle ellende van de straat krijgen wij ook in de bus. Zwartrijders, mensen die drugs hebben gebruikt en helemaal uit hun plaat gaan. Als er met een NS-conducteur wat gebeurt, staat de politie meteen op het station en worden er Kamervragen gesteld. Wij hebben dezelfde gekken in de bus, maar voor ons is er veel minder aandacht. Het geld voor sociale veiligheid zit in de concessie. Dan moeten we kiezen: tussen een boa (bijzondere opsporingsambtenaar, AvV) of een bus. Dat voelt niet goed.”

De chauffeur op de foto komt niet voor in het artikel.

Eén reactie

  1. Frank
    17 november 2015 om 13:37

    Een zeer herkenbaar verhaal, maar het is helaas slechts het topje van de ijsberg.
    De toenemend drukte en de steeds strakker wordende rij-schemas zorgen er vooral in de spits voor dat er nauwelijks meer volgens de dienstregeling gereden kan worden; theorie en praktijk liggen hier heel ver uit elkaar…
    Een ander steeds ergelijker wordend probleem is de neiging van gemeenten en provincies om de verkeersdoorstroming steeds moeizamer te maken door alsmaar meer versmallingen, (hogere) verkeersdrempels, obstakels etc aan te leggen, wat bij menig weggebruiker en chauffeur voor nog meer stress zorgt.
    Tevens moet de buschauffeur vaak werken met kwalitatief zeer slechte apparatuur; de elektronica geeft zeer regelmatig storingen, zodat bijvoorbeeld de filmkast en/of de ov-chipkaart apparatuur niet werkt. Gevolg is weer wrijvingen met de reizigers, vooral ook omdat de meeste passagiers niet het fatsoen hebben om hun koptelefoon even af te zetten, waardoor communicatie met de chauffeur betreffende de storing onmogelijk wordt gemaakt.
    Dan is er ook nog het ‘weekend-stap-publiek’; in de (late) avond vervoer je hoofdzakelijk aangeschoten jongeren, wordt je misselijk van altijd weer die wiet-lucht en ligt de vloer van de bus bezaaid met lege blikjes bier..
    Het werk van de buschauffeur is voor 80% de ‘samenleving’ en slecht voor zo’n 20% Arriva, Connexxion, RET etc. En daar zit hem dan ook het probleem, in onze samenleving; we weten niet goed meer hoe we fatsoenlijk met elkaar om moeten gaan en ook de drukte neemt aleen maar toe. De buschauffeur heeft daar verreweg het meest onder te lijden, maar daar wordt dagelijks letterlijk gewoon aan voorbij gegaan..

Lees ook