Hov-bus trekt twee keer zoveel fietsers

Hov-bus trekt twee keer zoveel fietsers

door in rubriek fiets
1 reactie

Buslijnen met een hogere frequentie en snelheid trekken grofweg twee keer zoveel fietsers in het voor- en natransport als gewone buslijnen.

Dat blijkt uit het onderzoek Assessing Integration of Bus Networks with Non-Motorised Acces and Egress Modalities van Judith Brand, voormalig student Transport, infrastructuur & logistiek aan de Technische Universiteit Delft. Ze voerde dit master-onderzoek uit in de concessie Amstelland-Meerlanden van de Stadsregio Amsterdam. Brand werkt inmiddels als adviseur bij het Engelse bureau Steer Davies Gleave in Londen.

Net als bij de trein fietsen meer reizigers van huis naar de halte dan van de halte naar de bestemming. Bij het hoogwaardige R-net komt 25 procent van de reizigers op de (eigen) fiets naar de halte en reist 10 procent met een andere fiets naar de bestemming. Bij gewone buslijnen is het aandeel fiets grofweg de helft: 11 procent voortransport per fiets en 5 procent natransport per fiets.

Reizigers zijn bereid een langere afstand te fietsen (of te lopen) als buslijnen frequenter of sneller rijden. Hoe minder stedelijk het gebied, hoe langer de afstand die reizigers afleggen naar een halte. In stedelijk gebied lopen mensen korter naar haltes. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de hogere dichtheid aan haltes en lijnen in stedelijke gebied.

Het onderzoek van Brand toont aan dat reizigers voor hun vervoerkeuze niet alleen naar de kwaliteit van de buslijn kijken, maar ook het voor- en natransport meewegen. Ze zijn bereid een langere afstand te fietsen als hun bus frequenter of sneller is. Hoogwaardig openbaar vervoer trekt dus reizigers uit een gebied rond haltes. Zij accepteren een langere reistijd in het voor- en natransport als hun totale reis maar sneller is.

Bij de uitstaphalte hebben maar weinig reizigers een eigen fiets. Het aandeel van de fiets in het natransport kan omhoog met deel-, leen- of huurfietsen, zoals de snelle en gemakkelijke OV-fiets. Uit modelberekeningen blijkt dat het verhogen van de frequentie een groter aandeel fietsers trekt dan dan alleen het verhogen van de snelheid. Hoogwaardige buslijnen als R-net 300 (Haarlem–Amsterdam Bijlmer Arena, de vroegere Zuidtangent) kunnen nog beter presteren met sneldiensten die kleinere haltes overslaan. Brand: “Hoewel het aantal passagiers slechts licht toeneemt – lees weinig extra inkomsten – zijn de reistijdwinsten voor reizigers enorm.” Sneldiensten vereisen wel passeerstroken om stopdiensten te kunnen inhalen.

Brand raadt overheden aan een database op te zetten waarmee de combinatie fiets en ov kan worden gevolgd en verbeterd.

Marc Maartens

Over Marc

Marc Maartens is adviseur-publicist op het vlak van verkeer en vervoer. Hij geeft adviezen, leidt bijeenkomsten, verzorgt colleges, draait mee in projecten en schrijft vakartikelen.

Eén reactie

  1. Mrgalak
    14 maart 2016 om 11:22

    Is hiervoor nu echt een studie nodig ? Lijkt me gewoon een kwestie van boerenverstand. De gebruiker wil zijn reistijd en -comfort optimaliseren. Deze onderzoeksuitkomst bevestigt dit alleen maar.

Lees ook