Flexibiliteit voorkomt uitholling ov-concessie
dossier Aanbesteden

Flexibiliteit voorkomt uitholling ov-concessie

door Krispijn Klein Nagelvoort en Bart Bos  in rubriek advies
Reacties uitgeschakeld voor Flexibiliteit voorkomt uitholling ov-concessie

Reizigers hebben behoefte aan aantrekkelijk vervoer op de plek en het moment waarop zij dat wensen. Overheden worden geconfronteerd met een veranderende vervoerbehoefte en een veelheid aan marktpartijen. Dat vraagt om een andere rol van de overheid, schrijven Krispijn Klein Nagelvoort en Bart Bos van Goudappel Coffeng. 

Het is de taak van de overheid om de samenwerking tussen diverse (markt)partijen meer te ondersteunen. De ov-aanbieders hebben de transitie richting IT inmiddels ingezet in een zoektocht naar optimalisatie van de (logistieke) organisatie, waarbij invulling wordt gegeven aan reserveer-, betaal- en capaciteitsvraagstukken.

Exclusiviteit versus flexibiliteit
Exclusiviteit is hét kenmerk van de huidige ov-concessie. Dit betekent dat een vervoerder het alleenrecht krijgt om openbaar vervoer te verzorgen in een bepaald gebied gedurende een bepaalde periode. Daarbij gaat de markt meerjarig op slot en bestaat het vervoer uit een samenstel van dikke en dunne lijnen. De latere concessiehouder offreert bovendien eenmaal voor een langere periode. Mede hierdoor komt de flexibiliteit in de concessie in het geding. Dit past slecht bij de veranderende wereld om ons heen en de daarmee gepaard gaande onzekerheden. De grens van wat openbaar vervoer is, vervaagt meer en meer.

De opgave van de concessieverlener is te zorgen voor een passend vervoeraanbod waarbij sprake is van snel, frequent en comfortabel collectief vervoer op de verbindingen met meer vraag en slimme (maatwerk)oplossingen op verbindingen met minder vraag. Hierbij is meer aandacht voor de ‘first’ en ‘last mile’ en wordt de keten vervoerkundig en IT-technisch verder geïntegreerd. De overheid vraagt de markt om passende oplossingen aan te bieden. Niet alleen aan vervoeraanbieders, maar ook aan dienstverleners die het vervoer van andere partijen aanbieden, reserveren en laten betalen. Voor de reizigers willen we graag de maximale innovatiekracht van marktpartijen benutten.

Ondernemerschap
De rol van de concessieverlener verandert. Behalve contractbeheer is een vorm van ondernemerschap gewenst. De overheid moet initiatieven uit de samenleving mogelijk maken en ondersteuning bieden aan de concessiehouder om nieuwe vormen van mobiliteit optimaal in te passen. Hier wringt de exclusiviteit van de concessie (de grondslag onder het Nederlandse ov-model) en het borgen van mobiliteit door andere partijen dan de concessiehouder.

Hoe stimuleer je nu innovatie en initiatief vanuit de samenleving? De overheid kan zo min mogelijk (administratieve) drempels opwerpen en zou initiatieven kunnen ondersteunen via de concessiehouder, die bijvoorbeeld management- en materiaalondersteuning levert. De overheid beperkt zich dan tot de bepaling van het ‘wat‘ en geeft de concessiehouder de nodige vrijheid om het ’hoe’ zo optimaal mogelijk af te stemmen op de vraag. Daarmee wordt dus ook ondernemerschap van de concessiehouder gevraagd.

Gedogen
Concessiehouders moeten in de toekomst rekening houden met gedoogbepalingen die van toepassing zijn op een steeds groter vervoergebied en op steeds meer dienstverlening. Uitholling van de concessie ligt op de loer, tenzij concessiehouders erin slagen om de transitie op een transparante en voor ieder toegankelijke wijze te realiseren. Dit vraagt een andere houding van partijen, namelijk een houding van samenwerken, van inclusiviteit in plaats van exclusiviteit.

De ervaring leert dat vervoerbedrijven prima in staat zijn zich aan te passen aan de steeds veranderende omstandigheden, maar dat zij wel enige tijd nodig hebben om dergelijke transities door te maken. Vervoerbedrijven veranderen doorgaans niet zomaar, maar hebben goede prikkels nodig om aan de exclusiviteit van hun concessie te laten knabbelen.

In recent aanbestede concessies krijgt de concessiehouder veelal de rol van preferred supplier toegewezen. Als de concessiehouder ergens geen brood in ziet of de concessieverlener vindt dat de prijs-kwaliteitverhouding van het aanbod niet marktconform is, kan de concessieverlener een opdracht bij een derde beleggen. Deze dreiging met uitholling van de concessie is geen aantrekkelijk perspectief voor vervoerders. Het animo om te blijven innoveren om de gunst van de reiziger wordt er zo niet groter op.

Samenwerking
De concessie biedt volgens de experimentenregeling uit de Wet Personenvervoer 2000 concessieverleners middelen om toekomstige opdrachten zo optimaal mogelijk in te richten. Dit vraagt van concessieverleners om een visie op de toekomst en op de rol van het openbaar vervoer in het concessiegebied, waarbij helder is welk deel van het net aan veranderingen onderhevig mag zijn. Het vraagt van partijen ook dat ze over systeemgrenzen heen kunnen kijken. Ze moeten nadrukkelijk oog hebben voor de veranderende maatschappelijke ontwikkelingen en mogelijke oplossingen. Van belang is dat concessieverleners samen met lokale overheden regie voeren op de veranderingen en dat ze marktpartijen, niet alleen de grote vervoerders, stimuleren om innovatieve oplossingen aan te bieden.

Gezamenlijke opgave
De uitgangspunten voor de inrichting van de concessie, de mate van vrijheid, de daarbij behorende samenwerkingsprocessen en prikkels, moeten worden vastgelegd in de aanbestedingstukken. Een groot deel van de concessies zal ook in de toekomst niet aan veranderingen onderhevig zijn. In de aanbesteding worden marktpartijen uitgedaagd hier zo goed mogelijk invulling aan te geven. Voor het deel dat wel aan (grote) veranderingen onderhevig is, zullen regionale en lokale overheden en vervoerders samen invulling moeten geven aan doorontwikkeling en innovatie van het mobiliteitssysteem. De overheden zullen hierover gezamenlijk de regie moeten voeren.

Transitie in het ov: de wet geeft de ruimte, maar nemen we die ook? Een goede uitvraag is één, maar de samenwerking tussen partijen bepaalt vervolgens voor een groot deel het succes. Een flexibele concessie regel je niet alleen in de aanbesteding, maar blijft gedurende de hele concessieperiode een gezamenlijke opgave.

Krispijn Klein Nagelvoort – senior adviseur Openbaar Vervoer Goudappel Coffeng
Bart Bos – adviseur Openbaar Vervoer Goudappel Coffeng

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook