Ebusco innoveert met warmte-koelsysteem
dossier ZE2025

Ebusco innoveert met warmte-koelsysteem

Ebusco rijdt vanaf december in de concessie Groningen Drenthe 60 elektrische 12-meterbussen rond op de regionale lijnen. De streekbussen kenmerken zich door een aantal innovaties, vertelt directeur Peter Bijvelds.

De bussenfabrikant uit Deurne richtte zich tot nu toe enkel op elektrische stadsbussen, zoals in Dordrecht. Daar rijdt de gehele stadsdienst al met elektrische bussen van Ebusco. Maar de ontwikkelingen in de batterijenmarkt gaan hard, vertelt Bijvelds. Toen hij het bedrijf in 2012 oprichtte en zich toelegde op de ontwikkeling van elektrische bussen, verklaarden veel fabrikanten hem voor gek. De range van dieselbussen was veel groter en dus kostenefficiënter. Elektrische bussen haalden destijds amper 200 kilometer.

Range optimaliseren 
Inmiddels is de transitie bij alle busfabrikanten gaande en is de range van elektrische bussen behoorlijk vergroot. Zo groot zelfs, dat in Groningen en Drenthe de streeklijnen geëlektrificeerd worden. “Onze bussen halen een range van 350 tot 400 kilometer en nemen 363 kWh aan boord mee. Met die range halen we het grootste gedeelte van de ritten op één accu. Dit zorgt ervoor dat er tussentijds niet hoeft te worden opgeladen en bussen kunnen doorrijden. Dat is vanuit de Total Cost of Ownership (TCO) heel belangrijk.”

Om zoveel mogelijk kilometers uit het aantal kWh te halen, is het van belang dat de bussen zo licht mogelijk zijn en zo weinig mogelijk materiaal bevatten. De streekbussen van Ebusco wegen ongeveer 12.800 kilo, vertelt de algemeen directeur. Dat is zo’n 800 kilo lichter dan de meeste bussen van concurrenten, weet hij. “Het verschil zit ’m in de energiedichtheid van de batterijen. Ebusco werkt samen met een van de grootste batterijfabrikanten in de wereld en die leveren batterijen met een hoge energiewaarde per kg gewicht. Daarnaast hebben ze een langere levensduur, daarom geven wij acht jaar batterijgarantie.” Ebusco heeft bovendien uitvoerig getest op de sterkteberekeningen van het chassis, gaat hij verder. “De combinatie van de laatste batterijtechniek en een optimaal busontwerp resulteert daarom in een hoge range en voldoende passagierscapaciteit”.

Laadinfrastructuur 
In de regio Groningen-Drenthe gaat de Brabantse bussenfabrikant aan de slag met depotladers: de bussen worden ’s nachts op het depot geladen. “Doordat we niet via opportunity charging halverwege op de halte hoeven bij te laden, vragen we minder stroom van het netwerk. Dat scheelt in de kosten en het is beter voor de batterij, want het optimaliseert de levensduur ervan”, legt Bijvelds uit. “Alleen wanneer op de langste afstanden de range niet voldoende is, moet de bus tussentijds op het depot bijladen.” In beide provincies worden depots geplaatst, in Appingedam, Assen, Emmen, Hoogeveen, Nieuwe Pekela, Surhuisterveen, Stadskanaal en Zoutkamp.

In deze lichtgewichtbussen passen nog steeds 80 passagiers. Dat komt onder meer doordat geen pantograaf op het dak wordt gebruikt. “Als we, zoals in Groningen Drenthe, 363 kW aan boord hebben en dan ook nog zo’n pantograaf op het dak hebben, kunnen we minder passagiers meenemen. Daarnaast vindt opportunity charging plaats onder hoger vermogen, dus gaat de batterij minder lang mee. Dat willen we liever niet”, vertelt hij.

Het feit dat Ebusco in de stadsdiensten van Utrecht en Dordrecht wel met pantografen op de bus rijdt, heeft dan ook niet de voorkeur van Bijvelds. Ebusco heeft zich altijd gericht op de ontwikkeling van elektrische bussen zonder pantograaf, vertelt hij: “Waarom er ooit met zo’n pantograaf op de bus is gestart, snap ik eigenlijk niet zo goed. Wat betreft aanschaf en onderhoud is het duur, het kan kapotgaan en ruimtelijk is het lastiger in te passen. Kijk naar Duitsland: daar zijn ze met opportunity charging al helemaal gestopt.”

Als alternatief voor een pantograaf op de bus, of een laadpaal met pantograaf naar beneden, pleit Bijvelds daarom voor een laadpaal met universele CCS-plug. “Dat is een standaardplug die op de laadpaal zit, waarop alle andere elektrische voertuigen ook kunnen aansluiten. Wij kijken hoe de transitie van diesel- naar elektrisch vervoer zo soepel mogelijk kan verlopen en dit is het meest efficiënt.”

Vernieuwend warmte-koelsysteem 
Het punt waarop Ebusco vooral wil innoveren, is het rijcomfort. Zo gaan de bussen rijden met een vernieuwend elektrisch warmte-koelsysteem. De Coëfficiënt of Performance (COP) kent normaliter in e-bussen een verhouding van 1/1. Dus stop je er één kW energie in, dan haal je er ook 1 kW koeling uit. Met dit warmte-koelsysteem ligt die verhouding anders, legt de Ebusco-directeur uit. “Als het in de testomgeving -5 graden Celsius was en we stopten er 1 kW energie in, dan haalden we er 2 à 3 kW aan koeling uit. Normaal gesproken ben je meer energie kwijt aan het verwarmen van de bus, dan aan het rijden. Maar met dit systeem is daarvan dus geen sprake meer: bij koude temperaturen gaat het verbruik met 50 procent naar beneden. En kun je dus langere afstanden afleggen.”

Innovaties als deze betekenen ook, dat Ebusco tegen kinderziektes aan kan lopen. Wat nou als de bussen in dienst zijn en het systeem niet werkt? Daar is Bijvelds niet zo bang voor, omdat zijn bussen in de concessie DMG (stadsdienst Dordrecht) al tegen die kinderziektes zijn aangelopen. “We hebben daar uiteindelijk een hoge operationele beschikbaarheid kunnen realiseren, maar we hebben er ook veel van geleerd. Inmiddels realiseren we dagelijks een operationele uptime van 96 procent en hebben we de kinderziektes dus overwonnen.”

Ook leerde Ebusco om de software robuuster te maken. Hij legt uit: “Vroeger had de bus een dieselkachel en de chauffeur verwarmde die handmatig zodra hij in de bus zat. Klaar. Dat is nu niet meer nodig, want nu kunnen we de verwarming van tevoren inregelen. Het liefst wil je dat de bus bij het verlaten van het depot exact de juiste temperatuur heeft, maar de bus moet ook nog steeds een volle batterij hebben. Dat vergt afstelling van de verwarming, goed uitzoeken hoe de leidingen lopen. Dat soort dingen.”

In de fabriek heeft Ebusco de software van de bussen heel lang getest en finegetuned. “Ik denk dat we het maximale wel hebben bereikt nu.” In oktober gaan Qbuzz en Ebusco de bussen in de concessie Groningen-Drenthe op de weg testen.

Nederland loopt voorop 
Nederland is het ideale land voor Ebusco om te innoveren, besluit Peter Bijvelds. Ons land loopt voorop in de transitie naar zero emissie busvervoer. “In Groningen Drenthe start Qbuzz met 70 procent zero emissie, in Dordrecht en Venlo is de stadsdienst al volledig zero emissie. In andere landen zie je dat echt niet.” Dat komt volgens hem doordat de grote Europese operatoren allemaal samen komen in Nederland. “Connexxion is onderdeel van Transdev, Arriva is onderdeel van Deutsche Bahn en Qbuzz is onderdeel van Busitalia. Zij hebben al veel ervaring opgedaan, er zit veel knowhow en dat komt samen in Nederland. Wat wij in Nederland doen, kan nergens anders.”

Laat een reactie achter

Lees ook