Deelfiets erin, tweede fiets eruit
dossier Fiets

Deelfiets erin, tweede fiets eruit

door in rubriek fiets
2 reacties

Via pilots geven spoorbeheerder ProRail en het ministerie van IenW deelfietsaanbieders de kans hun deelfietsen op verschillende stations in Nederland te exploiteren. “Als een substantieel deel van de stilstaande tweede fietsen uit de stallingen verdwijnt, zijn wij tevreden”, stelt Folkert Piersma, projectmanager Fiets bij ProRail.

Door gebruik van deelfietsen in het natransport te stimuleren, verwacht ProRail dat de bezetting in fietsenstallingen door ‘tweede fietsen’ daalt. Deelfietsen wisselen regelmatig van gebruiker en zijn dus veel meer in beweging, terwijl tweede fietsen dagen-, weken- of soms maandenlang stilstaan. “Door de stilstand van fietsen te verminderen, kunnen we de capaciteit beter benutten.”

De eerste fysieke plaatsen voor deelfietsen zijn nu al in gebruik in Utrecht.  Bij stations in andere  (middel)grote steden als Delft, Rotterdam, Den Haag, Zwolle, Apeldoorn zijn de voorbereidingen bezig.  Amsterdam organiseert zijn eigen pilot met zowel deel- als wisselfietsen.

Waken voor wildgroei

Folkert Piersma

“Natuurlijk moeten we wel oppassen dat er geen wildgroei aan fietsen ontstaat”, vervolgt Piersma. Want de ene deelfietsaanbieder wil zijn fietsen plaatsen in de stalling, de andere juist daarbuiten. En dat heeft zijn effect op de openbare ruimte in de stationsomgeving. “Sommige gemeenten schrijven daarom speciale concessies voor deelfietsaanbieders uit.” In Utrecht mag Donkey Republic daardoor als enige zijn deelfietsen aanbieden.

In steden als Zwolle en Den Haag lopen geen concessies en hebben meerdere aanbieders zich gemeld. “In Den Haag doen vijf aanbieders mee. En dan heb je ook nog OV-fiets van NS. We moeten de beschikbare ruimte echt verdelen per aanbieder, want we willen alle deelfietsen wel op één plek in de stalling aanbieden.”

Veel regelen

ProRail heeft tot nu toe geleerd dat er meer bij komt kijken dan aanvankelijk gedacht. “Regelen en afspraken maken, dat heeft behoorlijk wat voeten in de aarde. Al die aanbieders hebben verschillende businesscases. En ProRail heeft een eigen huisstijl”, legt Piersma uit.

Daarnaast hebben het ministerie, NS en ProRail in de voorwaarden opgenomen dat alle aanbieders hun systemen ‘interoperabel’ moeten aanbieden. “Voor het gebruiksgemak moet het allemaal via hetzelfde systeem werken. Als bijvoorbeeld alle MoBikes in de stalling op zijn, moet de klant via hetzelfde systeem ook een GoBike of ander deelfietssysteem kunnen huren. Dus daar moeten de meeste aanbieders nog hard aan werken.”

Hoe de deelfiets het stallingsregime gaat beïnvloeden, durft Piersma nu nog niet te voorspellen. “Dat gaan we nu in kaart brengen. We willen graag meer fietsers, maar geen overbelasting van de stallingen. En vooral bij de start van de pilots is dat wel spannend, want dan staat die tweede fiets nog in de stallingen.”

Wisselfiets

Bovendien is het nog maar de vraag of de treinreizigers hun eigen fiets weg doen, als de deelfiets alleen voor het natransport geldt. “Daarom zijn we ook bezig met de wisselfiets, die voorziet in voor- en natransport. Dan hoeven we wellicht, bij optimale werking van dit concept, helemaal geen extra stallingen bij te bouwen. Maar de gemiddelde Nederlander bezit  bijna 1,3 fietsen, dus hoe zorg je ervoor dat ze die niet meer gebruiken? Jongeren nemen die stap eerder dan ouderen, maar dat moeten we nog onderzoeken.”

Lees ook: ‘Goede stallingen verhogen ov-gebruik’

2 reacties

  1. Pieter
    13 december 2019 om 15:59- Reageren

    Zolang een tweede fiets (eenmalige uitgave) duurder is dan een deelfiets (meerdere uitgaven in de vorm huur) verwacht ik niet dat het doel bereikt kan worden. Een tweede fiets is al goedkoper na 26 dagen gebruik.

  2. Fabian
    17 december 2019 om 09:40- Reageren

    Ik vraag me af of het inzetten op deelfietsen wel de oplossing is. De stationsstallingen hebben vaak gedurende de ochtend de hoogste bezetting. De plaats waar de OV-fietsen gestald worden blijft dan leeg. In de nacht wanneer de OV-fietsen bijna allemaal binnen staan, zijn juiste de gewone stallingen leeg. Bij uitbreiding van OV-fiets zijn al bij meerdere stallingen het aantal normale rekken verminderd. Op die manier wordt het probleem verergerd, in plaats van opgelost. Volgens mij moet er juist ingezet worden op meer gebruik van de eigen fiets als natransport, zeker voor mensen die altijd in dezelfde stad aankomen. Die is overdag de stalling uit (want gestald bij het werk), en staat in de stalling gedurende de nachten, wanneer er ruimte te over is. De deelfiets heeft zijn eigen markt: mensen die slechts sporadisch een bepaalde stad bezoeken.

Laat een reactie achter

Lees ook