‘Voel me bevoorrecht, we zijn er nog niet’

‘Voel me bevoorrecht, we zijn er nog niet’

door in rubriek OVNL
1 reactie

De afgelopen maanden sprak OV-Magazine vrijwel wekelijks met Pedro Peters, voorzitter van branchevereniging OV-NL en spreekbuis van de ov-sector in bange tijden. Hoe kijkt hij terug op deze surrealistische coronaperiode, zoals hij het zelf noemt?

“Ik voel me een bevoorrecht mens dat ik deze positie kan vervullen namens de ov-branche. Toen ik drie jaar geleden afscheid nam als directeur van RET kon ik niet vermoeden dat ik nog altijd bijna fulltime met ov bezig zou zijn. Het voorzitterschap van OV-NL leek me een mooi bijbaantje, om toch bij het ov betrokken te blijven. Aanvankelijk was dat voor één dag per week.”

‘Het moet je gegund worden’

“Toen het boerkaverbod werd ingevoerd wilden de vervoerders een collectieve aanpak en een centrale woordvoering en kwamen bij mij uit. Toen vervolgens in maart corona toesloeg hebben de vervoerbedrijven voor eenzelfde aanpak gekozen. Daar kwam voor mij ook centrale coördinatie bij. Ook werd me gevraagd aan te sluiten bij de NOVB-overleggen met de staatssecretaris, formeel als ‘gast’. Ook stem ik veel af met Jan van Selm van DOVA, die de coördinatie voor de decentrale overheden doet, en met Wino Aarnink en Kees van de Burg van IenW.”

“Het bijzondere is dat ik in deze rol formeel geen enkele bevoegdheid heb, dus die rol moet je echt gegund worden. Deze samenwerking in de ov-wereld is veel breder en intensiever dan het ooit is geweest. Het is mooi om daaraan bij te kunnen dragen.”

‘Achter de geraniums zitten kan altijd nog’

“Gek genoeg kwam de timing  voor mij goed uit, want in februari had ik net een adviesklus voor Amsterdam afgerond. Toen ik bij RET wegging, had ik thuis de afspraak om nog twee à drie dagen per week te werken en de rest van mijn tijd privé en met familie te besteden. Dat is dus niet gelukt. Natuurlijk vindt mijn vrouw dat niet altijd even leuk, maar ze weet dat mijn hart bij het ov ligt. Achter de geraniums zitten kan altijd nog.”

“Het is wel anders, nu ik geen eindverantwoordelijkheid meer draag voor een organisatie. Aad Veenman, de oud-directeur van NS, zei na zijn pensionering tegen me: ‘Pedro, let op. Als je met pensioen bent kan je het best druk hebben, maar er valt er een last van 10 kilo van je schouders.’ Ik begreep dat niet zo. Maar nu merk ik wel: nu die eindverantwoordelijkheid er niet meer is, is het inderdaad een stuk lichter dan in mijn RET-tijd. Dus ik doe het ook echt met veel plezier.”

‘Ik heb me wel zorgen gemaakt’

“Tijdens zo’n crisis zit je in een achtbaan en moet je gewoon door, maar ik heb me af en toe wel zorgen gemaakt of het goed zou komen. Toen we op 15 maart ineens moesten afschalen en het ziekteverzuim enorm steeg, bijvoorbeeld. En de discussie rond de beschikbaarheidsvergoeding werd op het scherpst van de snede gevoerd, dat was soms ook erg spannend.”

“Het resultaat, 1,5 miljard euro voor de vervoerders, is natuurlijk mooi en eer zijn dit jaar geen faillissementen of bedrijven die zich terugtrekken van de Nederlandse markt. Maar we moeten nog wel 7 procent zelf ophoesten en dat zijn honderden miljoenen. Iedere vervoerder heeft wel een sterke Nederlandse of buitenlandse aandeelhouder achter zich, maar zulke verliezen kunnen in 2021 niet doorgaan.”

‘We moeten hier met gezonde bedrijven doorkomen’

“Hoe moeten we dus verder in 2021 en daarna? We zitten nu op 50 procent van de reizigerscapaciteit en als we eind dit jaar op 75 procent zitten knijp ik mijn handjes dicht, maar dan is er nog steeds een gat van 25 procent. Hoe ga je daarmee om? En wat als er een tweede golf uitbreekt? Binnen het NOVB denken we daar over na, het is echt een grote uitdaging. Bovendien is het al bijna 2021. Het tempo moet dus echt omhoog. Het kabinet en de politiek moeten de urgentie meer op het netvlies krijgen. Centrale regie is noodzakelijk.”

“Ons advies aan het kabinet is om ervoor te zorgen dat we hier met financieel gezonde bedrijven doorheen komen. Want de uitdagingen die er al waren (vergrijzing, woningbouw, klimaat, duurzaamheid, et cetera) liggen er straks nog steeds. Die kunnen alleen aangepakt worden met financieel gezonde bedrijven, die kunnen investeren.”

‘Niet versoberen, maar investeren’

“Daarom pleit ik namens de sector voor een investeringsplan, een transitieplan, waarbij we de dienstverlening op pijl kunnen houden. Alleen dan kunnen we door deze dip heenkomen en toch de genoemde uitdagingen en reizigersgroei op langere termijn waarmaken. Aan de andere kant kan Corona wel tot structureel minder reizigers leiden, zie ook de KiM-studie. Dat heeft blijvende invloed op het ov-gebruik. Daar moeten we ook op inspelen met behoud van het juiste voorzieningenniveau.“

“Als de overheid nu ervoor kiest dat we moeten afschalen of dienstregelingen moeten uitdunnen, komt de ov-sector dat niet snel weer te boven. En als vervoerbedrijven nu medewerkers moeten gaan ontslaan, die ze over een poos weer moeten aannemen, heeft dat ook weinig zin. Daarom willen we echt van een beschikbaarheidsvergoeding naar een investeringsplan.”

Het gaat erom nu te investeren in het behoud van het ov en in de maatschappelijke ambities waarbij het ov een vitale functie heeft. De gesprekken met het ministerie gaan deze vakantieperiode dan ook gewoon door.”

Eén reactie

  1. Frank van Setten
    3 augustus 2020 om 11:07- Reageren

    Helemaal eens met Pedro Peters. Er moet een plan komen waarbij het OV klaar is voor een nieuwe toekomst. Dat betekent verbeteren waar nodig en ook aanpassen van het voorzieningenniveau, waar weinig vraag is. Uit het OV Toekomstbeeld komen mooie en reeele voorstellen maar we moeten er ook rekening mee houden dat meer thuiswerken en gespreide aanvangstijden -waar we al jaren voor pleiten – grote consequenties hebben voor de exploitatie, die niet ongunstig zijn.

Laat een reactie achter

Lees ook