Ov en corona: hoe mondkapjes en luchtventilatie werken

Ov en corona: hoe mondkapjes en luchtventilatie werken

door Herman Wilmer in rubriek advies, Innovatie
geen reacties

Om de kans op coronabesmetting in het ov zoveel mogelijk te reduceren, kunnen ov-vervoerders denken aan het verbeteren van luchtcirculatiesystemen, schrijft ov-adviseur Herman Wilmer, kijkend naar de luchtvaart. Want ook de kleinste speekseldruppeltjes (airborne aerosolen) zijn besmettelijk. Wilmer ging in gesprek met TNO-onderzoeker Roberto Traversari.

Minister van IenW Cora van Nieuwenhuizen heeft aan de Tweede Kamer de toezegging gedaan om een onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van luchtfilters in vliegtuigen uit te laten voeren. De ov-wereld zal met belangstelling van de uitkomsten kennis willen nemen.

Besmetting door druppeloverdracht

Besmetting vindt primair plaats door druppeloverdracht en is afstandgerelateerd; een onderlinge afstand tussen tenminste twee personen van 1,5 meter is hierop gebaseerd, vertelt onderzoeker Traversari van TNO: “Er is geen klinische bewijslast voor overdracht over grotere afstanden via airborne aerosolen. Hiermee worden minuscule druppeltjes kleiner dan 5 µm (1 µm is 0,001 mm) aangeduid.

“De druppels worden bij uitademen uitgestoten, zij het met een verschillende dynamiek. Het gebeurt bij normaal uitademen, maar wordt bij spreken versterkt. Nog sterker zal het optreden bij lachen, schreeuwen en zingen. De druppels hebben een variabele grootte: de grote volgen een kromme (hyperbolische) baan naar de grond, de kleinste worden in de luchtstroom meegevoerd.”

Over de mate van besmettelijkheid valt op voorhand weinig te zeggen, aldus Traversari. “De kleine deeltjes (aerosolen) kunnen even besmettelijk zijn als de grootste druppels, alleen kunnen deze kleine minder virusdeeltjes bevatten waardoor er meer moeten worden ingeademd. Ook op korte afstand lijken deze kleine deeltjes bij te dragen aan een besmetting, omdat de concentratie van deze deeltjes hoog is en er veel worden ingeademd.”

Van erfelijk materiaal van het virus dat in de lucht is aangetroffen, is overigens onbekend of het infectieus is en tot besmettingen leidt. Zekerheden zijn er niet, weet de onderzoeker: “Afwezigheid van evidentie wil niet zeggen dat er ook evidentie van afwezigheid is.”

‘Afwezigheid van evidentie wil niet zeggen dat er ook evidentie van afwezigheid is’

Zijn mondkapjes dan niet genoeg?

Mondkapjes voor medische zorginstellingen, FFP2, hebben een pasvorm en een filter dat aerosolen kleiner dan 0,3 µm van buiten tegenhoudt. In het ov zouden eigenlijk maskers moeten worden aangeraden met een gedefinieerde kwaliteit, maar dat is momenteel echter niet het geval.

Zo worden ‘surgical masks’ getest volgens de Europese standaard EN 14 683. Traversari: “Deze norm onderscheidt drie varianten die respectievelijk 95 procent (type 1) tot 98 procent (type 2) van de uitgeademde druppels met een omvang van 3 µm en groter binnenhoudt. Er is ook een type 2R dat ook bestand is tegen vochtspatten van buiten af en ook (98 procent) van de deeltjes met een omvang van 3 µm en groter tegenhoudt.”

“Onder ‘normale’ omstandigheden worden deze maskers gebruikt tijdens operaties door medisch specialisten en assistenten. Chirurgische maskers vallen niet onder de ‘medische maskers’ en zijn nu ook beschikbaar gekomen voor het algemene publiek, die dit onder andere in openbaar vervoermiddelen kan gebruiken. Kan, want ook andere voorzieningen zijn toegestaan. Een lap katoen houdt ongeveer 70 procent van de uitgeademde deeltjes tegen.”

De maatregel om in het ov een mondkapje te gebruiken is relatief eenvoudig en kan verspreiding voorkomen. Maar is het genoeg om besmettingsgevaar buiten de deur te houden?

Traversari formuleert: “Zolang de reizigers zich aan de voorschriften van mond- en neusbedekkende beschermingsmiddelen houden, hoeven zij en het ov-personeel weinig te vrezen. Hier horen wel twee mitsen bij: 1. de mondkapjes moeten na een aantal uren te zijn gedragen worden vervangen. En 2. controle door ov-personeel blijft nodig om vervaging van de discipline tegen te gaan. Wel moet men zich realiseren dat er altijd een kans, hoe klein ook, op besmetting aanwezig blijft.

Luchtcirculatie in voertuigen

Bij de luchtcirculatie in voertuigen spelen HEPA-filters een essentiële rol. HEPA is een afkorting van ”High-Efficiency Particulate Air” en is van toepassing op specifieke type luchtfilters die minimaal 99,95 procent van de ‘most penetrating particles’ (deeltjes van zo’n 0,3 micrometer) in de lucht tegenhouden, afhankelijk van het specifieke filtertype.

Een HEPA-filter is gespecificeerd in Europese norm EN1822:2009. Hierin staan acht verschillende klassen van HEPA-filters benoemd: Recirculeren van de lucht over een dergelijk HEPA-filter kan een rol vervullen bij het verwijderen van virusdeeltjes in de lucht.

Een belangrijke voorwaarde hierbij is een goede luchtstroming, of daarbij gekozen wordt voor instroming vanaf het plafond (downfall) of afzuigen langs het plafond blijkt minder terzake te doen. Ook het regelmatig openen van deuren zal eerder een gunstig effect hebben op de vereiste luchtcirculatie. Afgesloten ruimten met slechte ventilatie waar veel mensen langere tijd aanwezig zijn kan de kans op een besmetting verhogen.

Vliegtuigen zijn al decennia met HEPA-filters uitgerust. Bovendien wordt de lucht in het vliegtuig elke 3 minuten volledig ververst en passagiers zitten alle in dezelfde richting.

Er zijn overigens luchtvaartmaatschappijen die om de andere stoel onbezet laten of verhuren voor het vervoeren van lichte bagage. De stoelafstand in vliegtuigen voor transcontinentale vluchten is ruimer dan in die voor binnenlandse en binnen-Europese vluchten. De stoelen voor lange afstandsvluchten moeten verstelbaar zijn, voor korte afstanden is daaraan minder behoefte.

Nu de politieke en maatschappelijke bereidheid groeit om vliegverkeer over korte afstanden te vervangen door trein- en busverkeer, is dit een serieus aandachtspunt.

Verdere maatregelen

Een spat- of kuchscherm kan bestuurders en chauffeurs hierin helpen, maar zij hebben hier vaak een hekel aan waardoor kooiconstructies vrijwel overal weer zijn verwijderd. Maar de risico’s van hoestende, proestende en spugende passagiers kunnen altijd verkeerd uitpakken. Traversari: “Directies kunnen overwegen om een scherm op gezichtshoogte aan te brengen. Wie de bestuurder of conducteur iets vervelends wil aandoen, moet zich dan in een ongemakkelijke houding buigen voor het verrichten van zijn euvele daad, met beduidend minder kans op succes.”

Ook aan de inrichting van voertuigen mag aandacht besteed worden. De besmettingskans lijkt het grootst wanneer personen tegenover elkaar staan of zitten. Het reguleren van afstanden tussen staande passagiers in een vol voertuig is lastig. Maar wanneer staande passagiers een mondkapje dragen en in dezelfde richting staan zal het risico van elkaar besmetten beheersbaarder zijn.

Traversari vult aan: “Overigens zal steeds de vraag spelen welke maatregelen nog proportioneel  zijn,  in andere woorden: welke maatregelen staan nog in verhouding tot het reduceren van de kans op besmetting.”

Voor passagiers die achter elkaar zitten is het risico van overdracht bescheiden. Maar bij vis-à-vis-opstellingen moet ermee rekening worden gehouden dat de afstand tussen twee hoofden tenminste 1,5 meter bedraagt. Dat zal best een opgave voor bus-, metro- en tramconstructeurs kunnen worden.

Laat een reactie achter

Lees ook