Digitalisering van de bus(iness)
dossier Big data

Digitalisering van de bus(iness)

door Mark Steenbeek, Daimler Buses in rubriek binnenland
geen reacties

De huidige transitie naar zero emissie doet hunkeren naar het verkrijgen en inzetten van big data. De openbaar vervoerders in Nederland zijn heer en meester in data-analyse, mede door toepassing van algoritmes en machine learning. Ook voor voertuigleveranciers zoals Daimler Buses is voor big data een vitale rol weggelegd.

Een vervoerder heeft data nodig om bijvoorbeeld te bepalen op welke lijn meer of minder bussen kunnen rijden, respectievelijk zorgen voor meer inkomsten of juist minder uitgaven. Ook kunnen data worden gebruikt om de inzet van het wagenpark te monitoren. Een besparingspotentieel bij uitstek: toon de zwakke plekken aan met behulp van data en stuur hierop aan.

Daarnaast wordt inzet van data uit het verleden ook aangewend bij de aanschaf van nieuwe voertuigen, met name bij elektrische voertuigen: welke accucapaciteit is maximaal benodigd om de lijnen te kunnen rijden. Een ‘overkill’ aan techniek kost per slot van rekening onnodig veel. Met elke euro die je niet uitgeeft kun je sparen.

De bus als rijdende database

De online data-interface OMNIplus ON Signal Store maakt het mogelijk om realtime data, direct vanuit het voertuig, in bestaande fleetmanagement- en ICT-systemen te integreren.

Alle stuurapparaten in de bus communiceren met elkaar. Digitale informatie is nodig voor zowel aansturing van actuatoren, als het monitoren van sensoren. Het is als het ware een rijdende database.

Data zijn vereist om storingen weer te geven zodat deze verholpen kunnen worden, of om onderhoudswerkzaamheden tijdig te herkennen. Deze data worden gebruikt om een juiste werking van het voertuig te garanderen. Zo kunnen de bussen blijven rijden waar ze horen: op de weg. Data worden ook gebruikt om van te leren, zodat een nieuwe productgeneratie nóg beter wordt.

Een winkel met signalen

De vervoerder en de leverancier hebben voertuigdata nodig, maar niet alle signalen zijn voor beide even relevant. Om eenduidigheid te creëren in het aanbod aan voertuigsignalen zijn protocollen ontwikkeld, die het mogelijk maken om derden inzicht te verlenen in de ‘ruwe’ voertuigsignalen. Voorbeelden hiervan zijn het FMS-protocol of TIGr-protocol. De hoeveelheid aan beschikbare signalen is daarbij echter beperkt en ook bestaat enkel de mogelijkheid tot het lezen van de data.

Daimler Buses gaat verder dan het standaardprotocol en geeft de vervoerder onbeperkt toegang tot zijn wagenparkdata. Het Bus Data Center verzorgt de veilige en onbeperkte overdracht van het voertuig naar de Daimler back-end. Deze voertuighardware is standaard.

De benodigde signalen zijn eenvoudig op voertuigniveau te bestellen in de OMNIplus ON Signal Store. Hiermee is een betrouwbare en complete overdracht van data gegarandeerd en heeft de vervoerder de volledige vrijheid om te (be)sparen!

Dit artikel is eerder gepubliceerd in OV-Magazine 1/2021. Wilt u OV-Magazine voortaan in print of digitaal ontvangen? Neem dan een abonnement.

Laat een reactie achter

Lees ook