Een les uit Japan

Japan wordt veelal geassocieerd met hoogwaardige rail. De stedelijke rail van metropool Tokyo en het nationale net van hogesnelheidslijnen Shinkansen zijn wereldberoemd.

Maar als ik in oktober vorig jaar, ver weg van Tokyo op een station, aan de praat raak met een sneltrambestuurder is die wereld van hoogwaardige rail onzichtbaar. Het station Washizuka-Haribi in de regio van de stad Fukui aan de westkust van het hoofdeiland Honshu is het eindpunt voor de sneltrams van Fukui Railway. Ze rijden sinds maart 2016 buiten de stad op een deeltraject samen met treinen van de Echizen Railway. Dit is het eerste tram-treinbedrijf in Japan waar ook daadwerkelijk gemengd wordt gereden.

Ondanks de avondspits is het niet druk. De bestuurder schudt zijn hoofd. “Geen mensen”, zegt hij in elementair Engels. Liever vertelt hij over zijn aanstaande trip naar Hawaï waar zijn zoon binnenkort in het huwelijk treedt. Jammer genoeg wil hij niet op de foto, anders zou u zijn uniform van Echizen Railway kunnen zien. De sneltram wordt dus bestuurd door een machinist. Bij het overgangsstation in Fukui, waar de dienst overgaat op het stadstraject, kan ik naar hem zwaaien, want een trambestuurder van Fukui Railway heeft zijn werk overgenomen.

Japan vergrijst en veel spoorlijnen in de periferie en het platteland zijn opgeheven of in gevaar. Hetzelfde geldt voor trambedrijven in de kleinere steden. Dat komt met name doordat het ov in Japan volledig kostendekkend moet zijn. Niettemin komen de grenzen van dit (politieke) uitgangspunt steeds helderder in zicht. Nadat in 2000 de commerciële exploitatie van zowel de Fukui Railway als de Echizen Railway wankelde en de private eigenaren een deel van de diensten staakten, is in 2003 het spoorvervoer overgenomen door een samenwerkingsverband van gemeenten langs de lijn en private partijen. Zoiets heet in Japan een ‘quasi-publiek’ bedrijf, bekostigd met geld van gemeenten en onder andere de Kamer van Koophandel.

Deze geschiedenis illustreert het sociale en het economische belang van railvervoer in Japan. De gemeente Fukui en zijn buurgemeenten hebben dit belang duidelijk onderkend en nog eens onderstreept door na 13 jaar ‘quasi-publieke’ exploitatie de dienst met nieuw materieel en nieuwe infrastructuur te verbeteren en als tramtrein verder uit te breiden. In mijn Nederlandse ogen mag de vervoerwaarde dan gering lijken, volgens mijn collega Kiyohito Utsunomiya, economieprofessor aan de Kansai universiteit in Osaka, is het vervoer stevig en groeiende.

Aldus heb ik mijn les uit Japan geleerd. Ver weg van Tokyo in de krimpende regio’s en steden is me de maatschappelijke noodzaak van goede publieke voorzieningen meer dan duidelijk geworden. Deze les is van belang voor de Nederlandse situatie omdat naar mijn overtuiging hier kostendekkendheid van ov-voorzieningen te veel als doel op zich wordt gezien.

Laat een reactie achter