Liggend vervoer

Dit korte verhaal van Frans Heesakkers komt uit het boek Buurt-Bus-Babbels

Tijdens mijn wekelijkse rondje om de kerken van een aantal plaatsen in de buurt beland ik vandaag, als chauffeur op de Buurtbus, achter een lege begrafeniskoets. Waarschijnlijk is die onderweg naar het huis van de notabele die, volgens de rouwadvertentie in de krant, vandaag wordt begraven. Het zwart gelakte rijtuig met grijze biezen, maar nog zonder de gebruikelijke witte bloemen, wordt getrokken door vier statige Friezen, hun zwarte vacht en manen glanzend geborsteld.

In de bijna plechtige slakkengang die gebruikelijk is bij dit ‘zeer alternatieve openbare vervoer’, rijdt de koets precies voor me. De twee koetsiers houden onverstoorbaar hun baan in het midden van de rijweg, ook als er wat ruimte ontstaat bij een wegverbreding. Ik kan deze combinatie van 4 pk, die mijn dienstregeling met enkele minuten ontregelt, moeilijk passeren en moet er lijdzaam achteraan hobbelen.

Onbewust raak ik toch wat geërgerd en mijn concentratie verslapt. Dat mag natuurlijk niet, maar het gebeurt. De jonge vrouw, in spijkerbroek en vrolijke kleurige blouse die langs de route naar me wenkt, zie ik daardoor iets te laat. Als ik wat verder langs de weg stop, haast ze zich, met een kleine rugzak over haar rechterschouder, om bij de bus te komen.

“Het spijt me dat ik je zo laat zag staan”, zeg ik tegen haar als ze snel instapt. “Ik werd een beetje afgeleid door die koets voor me. Die rijdt zo langzaam dat ik al een paar minuten achter lig op de dienstregeling.”

doodskistDe aardige jongedame is kennelijk vroeg op gestaan want ze heeft onmiddellijk een gevatte reactie klaar: “Ik durfde mijn hand niet eerder op te steken, ik was bang dat de koets die hiervóór rijdt, zou stoppen. In die wagen kun je weliswaar liggen, maar voorlopig geef ik toch de voorkeur aan een zitplaats!”

 

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.