Vitale sector (?)

Met het afkondigen van de intelligente lockdown begin maart wertegelijkertijd een aantal sectoren van vitaal belang verklaard. 

Sectoren van vitaal belang moesten in elk geval blijven functioneren, anders dan bijvoorbeeld horeca en kapsalons, die juist verplicht moesten sluiten. Uiteraard was de zorg een vitale sector, evenals voedselvoorzieningpolitie, brandweer, afvalverwerking, water, elektriciteittelecom et cetera. En ook de kinderopvang en het openbaar vervoer. Een soort afgeleide vitale sectoren, de redenering wasmensen die moeten werken in andere vitale sectoren kunnen dan hun handen vrij houden en op hun werk komen. 

Al snel bleek met deze ‘vitale sectoren van afgeleid belang’ iets bijzonders aan de hand. Waar de primaire vitale sectoren hun productie in stand hielden én hun inkomsten, hield het ov de productie deels wel in stand maar vielen de inkomsten grotendeels weg. Ov was daarmee opeens een soort noodvoorziening geworden: wel beschikbaar, maar alleen in noodgevallen gebruiken 

 Hoe bekostig je zo’n noodvoorziening, die tot voor kort veel klantinkomsten had, maar nu even niet meer? Binnen de sector groeide deze vraag direct na de intelligente lockdown. Afschalingen van de dienstregeling tot ongeveer 50 procent haalden wel kosten weg, maar dat viel in het niet bij de wegvallende reizigersinkomsten. In eerste instantie werd nog vooral naar de corona-periode zelf gekeken. Maar al snel kwam heel 2020 in beeld. Want hoe verhouden 1,5 meter en ov zich tot elkaar in termen van kostendekkendheid? En inmiddels komen 2021 en 2022 ook in beeld, hoeveel reizigers vervoeren we dan? En wie kan momenteel voorspellen hoe het ov er in 2025 uitziet?  

Het ov begon dit derde decennium van de 21e eeuw vitaler dan ooit. De forse reizigersgroei van de afgelopen jaren zette in 2019 door, ruim 3 procent ten opzichte van 2018. En die gegroeide hoeveelheid reizigers waardeerde het ov ook opnieuw hogerDe OV-klantenbarometer van het CROW kwam in 2019 uit op 7,8 als voorlopig sluitstuk van een sinds 2001 jarenlang opgaande lijn 

Het ov stond daarmee naar mijn stellige overtuiging aan de vooravond van de echt grote sprong voorwaarts in de komende decennia richting 2040. Minstens ovx2. En samen met bijvoorbeeld lopen, fiets, hubs en verdere ontzorging van ketenreizigers (MaaS) zou langzaamaan de heerschappij van de auto echt worden teruggedrongen. 

Nu weet ik dat eerlijk gezegd niet meer zo zeker. Vitaal in de zin van ‘noodzakelijke voorziening’ blijkt in de praktijk toch iets heel anders in te houden, dan vitaal in de zin van ‘springlevend en snel groeiend’. De rijksoverheid heeft het financiële probleem voor 2020 en de mogelijk vergaande consequenties daarvan inmiddels in beeld, maar op het moment van schrijven ‘ligt er nog geen boter bij de vis’. En hoe verhouden op groei gerichte ovconcessies zich de komende jaren met substantieel minder reizigers?  

Grote vraagstukken! Maar aan de andere kant, corona biedt misschien juist een mogelijkheid om versneld naar de toekomstig beoogde inclusieve en duurzame samenleving te groeien  

Een van de doelstellingen van het Toekomstbeeld OV2040 is dat Nederland op ov-gebied internationaal koploper is als het gaat om innovatie. Dat lijkt me inderdaad de echte uitdaging op dit moment en de komende jaren om een vitale sector te blijven! 

Deze column is verschenen in OV-Magazine 2/2020. Wilt u OV-Magazine voortaan in print of digitaal ontvangen? Neem contact op of neem een abonnement.

Laat een reactie achter