’12 verbindingen voor beter Europees spoor’

’12 verbindingen voor beter Europees spoor’

Zonder barrières zou het internationaal reizigersvervoer per spoor 22 procent hoger kunnen zijn dan het nu is. Het marktaandeel van het spoor in Europa kan bovendien van 6 naar 25 procent. Die verschuiving zou vooral ten koste gaan van de luchtvaart.

Dat blijkt uit onderzoek van Barth Donners, adviseur Mobiliteit Rail en Openbaar Vervoer bij Royal HaskoningDHV. Voor zijn afstudeerscriptie aan de TU Delft voor master Transport, Infrastructuur en Logistiek onderzocht hij het passagierspotentieel van internationale spoorverbindingen. Het onderwerp is niet toevallig gekozen: Donners is ook lid van Train2EU, een club die zich sterk maakt voor beter internationaal spoorvervoer.

Donners maakte gebruik van bestaande vervoermodellen en berekende hoeveel passagiers de trein zou kunnen trekken als er geen beperkende factoren waren op het gebied van techniek en operatie. “Met andere woorden: hoe vaak zouden mensen de trein pakken voor internationale reizen als het net zo gemakkelijk zou zijn als het vliegtuig”, legt Donners uit. Voor zijn berekeningen bekeek hij het vervoerpotentieel van 125 steden in Europa. Op jaarbasis vervoeren de spoorwegen 1,1 miljard langeafstandsreizigers (meer dan 100 kilometer), maar zonder obstakels kan dat groeien met 240 miljoen reizigers; oftewel 22 procent marktgroei.

Locomotiefwissel
Daarbij keek Donners naar vijf onderdelen

- Dit artikel kost € 1,50
Bent u al abonnee, dan kunt u hier inloggen voor gratis toegang tot alle artikelen: [ Login]
- Wilt u abonnee worden, kijk dan hier voor alle abonnementen
- U kunt dit artikel los kopen voor € 1,50 via deze link: Purchase Only

Lees ook