Light rail: terug van weggeweest

Light rail: terug van weggeweest

door Maurits van den Toorn in rubriek light rail
2 reacties

Door het succes van RandstadRail en de verbouwing van de Hoekse Lijn tot metrolijn is light rail weer hot and happening, bleek gisteren tijdens de Dag van de Rail.

Niels van Oort (Goudappel Coffeng, TU Delft) schetste de baten van light rail, voor het gemak samengevat in ‘de vijf e’s’: light rail zorgt voor effective mobility, efficient city, economy, environment en equity. Dat laatste aspect, sociale cohesie, speelt in Nederland (nog) geen grote rol, hoewel steeds meer het belang van of zelfs het recht op mobiliteit ter voorkoming van sociale uitsluiting wordt erkend.

Bij de beslissing om te kiezen voor een vorm van stedelijk of regionaal railvervoer – sneltram of light rail, de scheidslijn is tamelijk diffuus – tellen bepaalde baten nog steeds niet mee in de mkba’s. Een aspect als betrouwbaarheid kan goed worden gekwantificeerd, nog steeds geldt immers ‘tijd is geld’. Bij de mkba voor de Uithoflijn die momenteel in Utrecht wordt aangelegd, is dat ook gebeurd, vertelde Van Oort.

200 miljoen baten
“De betrouwbaarheidsbaten hebben we voor de Uithoflijn geraamd op 200 miljoen euro. Dat bedrag is in de second opinion van het KiM overeind gebleven, en daardoor heeft het Rijk een bijdrage aan de lijn willen leveren.” Van Oort stelt dan ook: “Maak alle baten van een project expliciet, juist ook aan buitenstaanders voor wie het allemaal niet zo vanzelfsprekend is.”

Light rail vormt ook een goede combinatie met de fiets en kan daardoor goed de concurrentie met de auto aangaan. Uit onderzoeken is gebleken dat mensen bereid zijn ongeveer 1700 meter te fietsen naar een ov-halte, terwijl dat toeneemt tot 3200 meter als het gaat om hoogwaardig ov zoals light rail. “Het catchment area van light rail is dus veel groter. Houd daar rekening mee bij je stedelijke ontwikkeling en ontwerp je ov-net en je fietsnet als één samenhangend geheel.”

Vijf no brainers
Stedenbouwkundige Rob van der Bijl, die bekend staat als een soort ‘light rail goeroe’, ziet vijf kansrijke mogelijkheden voor light rail in Nederland. “Dat zijn de echte ‘no brainers’, projecten waarvoor geldt dat je gek bent als je ze niet uitvoert”, zegt hij daarover. Het gaat om Amsterdam–Schiphol, een railverbinding door de Maastunnel in Rotterdam, uitbreiding van RandstadRail van Den Haag naar Leiden, een tramverbinding door de Utrechtse binnenstad, en de verbinding Maastricht–Aken.

De oproep van Van der Bijl: wees pragmatisch er begin er snel mee, blijf niet zitten wachten tot er een perfect ontwerp is gemaakt. Als er eenmaal een verbinding is, kun je altijd nog onderdelen verbeteren door aparte sporen aan te leggen of een tracé te wijzigen.

2 reacties

  1. Henk Angenent
    23 juni 2017 om 19:57- Reageren

    Helemaal eens, maar politiek onhaalbaar. In veel provincies en gemeenten gaan rechtste partijen over het OV. Die houden meer van asfalt dan van interlokale trams. En helaas zijn twee interessante projecten – de RijnGouwelijn en de tram in en rond Groningen – door een politieke kongsie van VVD, D66 en autopartij SP al om zeep geholpen.

    • Consument
      24 juni 2017 om 22:17- Reageren

      Tramlijnen in Maastricht zijn volstrekt kansloos, Aken Maastricht kan prima per interliner en ook naar Hasselt is een tram discutabel. Laat er maar gewone treinen over rijden.

Laat een reactie achter

Lees ook