OV-fiets minder betrouwbaar dan de trein
dossier Fiets

OV-fiets minder betrouwbaar dan de trein

door in rubriek fiets
Reacties uitgeschakeld voor OV-fiets minder betrouwbaar dan de trein

De OV-fiets is onmiskenbaar populair. Maar er klinkt regelmatig gemor over de beschikbaarheid. Hoe groot is de kans eigenlijk dat je misgrijpt? OV-Magazine zocht het uit in samenwerking met de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen.

NS heeft de ambitie om niet alleen de treinreis te verzorgen, maar de hele deur-tot-deurreis. De fiets speelt daarbij een belangrijke rol. Door het hele land komen er tienduizenden fietsplekken bij en NS presenteert de OV-fiets als ideale oplossing voor met name het natransport.

De OV-fiets is onmiskenbaar populair. In 2016 maakten reizigers 2,4 miljoen ritten met de OV-fiets. Daarmee is de OV-fiets met afstand de populairste deelfiets van Nederland. Verspreid over 300 locaties staan er ongeveer 8500 OV-fietsen. Dat succes heeft ook een keerzijde. Vorig jaar schreef journalist Anka van Voorthuijzen in OV-Magazine al een kritisch verhaal over de beschikbaarheid van de OV-fiets, op basis van haar eigen ervaringen. NS reageerde toen dat er op sommige plekken tekorten waren, maar dat de beschikbaarheid van de OV-fiets zeker niet slecht was.

Scheve verdeling
Uit de data-analyse komt echter een ander beeld naar voren. Op veel plekken blijkt de kans dat je misgrijpt als je een OV-fiets wil aanzienlijk. Dat komt doordat op sommige stations weinig fietsen aanwezig zijn. In andere gevallen zijn de fietsen niet goed over de stallingen verdeeld. Zo komt het in Utrecht regelmatig voor dat er aan de Jaarbeurszijde nog voldoende fietsen zijn, terwijl op het Smakkelaarsveld nauwelijks meer een fiets te krijgen is.

Benieuwd hoe groot de kans is dat je misgrijpt in jouw stalling? Bekijk het van uur tot uur hier.

Over het onderzoek

Het onderzoek naar de beschikbaarheid van de OV-fiets was een samenwerking op data-analyse met de Geodienst van de Rijksuniversiteit Groningen. De beschikbaarheid van de OV-fiets is open data en wordt onder meer gebruikt in de reisplanner van NS. Ook de Geodienst gebruikt deze data om de beschikbaarheid van de OV-fiets live op een kaart weer te geven. Op basis van de opgeslagen data van juni 2016 tot en met januari 2017 keken we per stalling en station naar de beschikbaarheid. Bij grote stallingen namen we de beschikbaarheid van vijf OV-fietsen als kritische ondergrens. Bij minder dan vijf beschikbare fietsen is de praktische beschikbaarheid vaak minimaal, hoewel NS zelf aangeeft dat dat sterk afhangt van bijvoorbeeld het tijdstip. Bij kleinere locaties hebben we wel gekeken naar het absolute nulpunt, omdat de beschikbaarheidspercentages anders te veel zouden vertekenen. De data vóór juni 2016 hebben we buiten beschouwing gelaten, omdat deze te onbetrouwbaar bleken.

Als we het gemiddelde van alle stallingen nemen, zijn er in 13,6 procent van alle gevallen minder dan vijf fietsen beschikbaar. In 6,2 procent van de gevallen staat de teller zelfs op nul. Die niet beschikbaarheid is fors hoger dan het percentage uitgevallen treinen dat rond de 1,5 procent schommelt. Vier keer hoger als je van het absolute nulpunt uitgaat; zelfs negen keer hoger als we een praktische ondergrens van vijf beschikbare fietsen nemen. “Daarmee scoort NS echt onder de maat als het bedrijf serieus werk wil maken van de fiets als onderdeel van het ketenvervoer”, vindt Herbert Tiemens, senior beleidsmedewerker Fietsverkeer bij de provincie Zuid-Holland en betrokken bij het onderzoek.

Weinig fietsen op grote stations
We hebben extra goed gekeken naar de vijftig grootste stations in Nederland. Sommige stations in de top-50 blijken erg weinig fietsen te hebben. Dat is in de meeste gevallen ook terug te zien in de kans dat je misgrijpt. Zowel in Hoofddorp, Duivendrecht als Den Haag Laan van NOI is de kans groot dat er geen enkele OV-fiets meer in de rekken te vinden is. De cijfers in de tabel zijn op basis van een 24-uurs gemiddelde. Overdag ligt het daadwerkelijke percentage niet beschikbare fietsen dus een stuk hoger.

station maximum aantal fietsen 0 beschikbare fietsen
Hoofddorp 4 37,2%
Duivendrecht 5 48,3%
Den
Haag Laan van NOI
6 27,9%
Schiphol 7 5,9%
Rotterdam
Alexander
11 6,8%

Onder de 20 grootste stations is Den Haag HS een negatieve uitschieter. Dit station telt ook relatief weinig OV-fietsen, namelijk 57. Een op de negen keer lukt het je hier niet om een OV-fiets te huren. Ook Nijmegen en Eindhoven scoren mager.

Het beeld hier is echter wat vertekend. Zo scoren station Utrecht Centraal en Amsterdam Zuid bijvoorbeeld relatief goed. Maar deze stations kennen meerdere stallingen. De afzonderlijke stallingen hebben vraag en aanbod lang niet altijd goed op elkaar afgestemd. Station Amsterdam Zuid heeft twee stallingen met OV-fietsen: Amsterdam Zuid (116 fietsen) en Amsterdam Mahlerplein (94 fietsen). Dat de twee stallingen samen minder dan vijf fietsen hebben, komt slechts in 2,7 procent van de gevallen voor. Onafhankelijk bekeken scoren ze echter slechter. Amsterdam Mahlerplein spant zelfs de kroon. In bijna zes op de tien gevallen staan er minder dan vijf fietsen.

Op Amsterdam Centraal, Utrecht Centraal, Den Haag Centraal en Eindhoven zien we een vergelijkbare situatie. Op deze locaties lijkt er dus vooral een probleem met de verdeling van het aantal fietsen. Erg lastig, noemt Tiemens het. “Je kan weliswaar op de app van tevoren kijken in welke stallingen er nog fietsen te vinden zijn, maar dat is niet altijd actueel. Bovendien kan het je extra loop- en fietstijd kosten als je een fiets moet oppikken aan de andere kant van het station.”

stalling (meer dan 20 fietsen) maximaal aantal OV-fietsen minder dan 5 beschikbare fietsen
Amsterdam Mahlerplein 94 56,9%
Den Haag Buitenhof 22 53,3%
Utrecht Moreelsepark 20 46,9%
Utrecht Centraal Stationsplein 23 42,7%
Utrecht Uithof 20 38,5%

Delden: moeilijk
Op grote stations zijn er relatief minder fietsen beschikbaar dan op kleine stations. Gemiddeld genomen is 50 procent van de maximaal aantal beschikbare OV-fietsen op de 50 grootste stations de deur uit. Op de overige stations is dat 43,8 procent. Op kleine stations speelt de kleine collectie vaak weer parten. Zo heeft station Delden drie OV-fietsen tot zijn beschikking, maar in 49 procent van de gevallen staat de teller daar op nul. Duivendrecht, Voorhout en Delft Zuid kennen een vergelijkbaar probleem. Ook daar zijn de drie tot vijf fietsen in meer dan 40 procent van de gevallen weg.

Aan de andere kant zijn er ook stations met extreem weinig vraag. Neem Hoogezand Sappemeer, Vriezenveen en Winsum. Daar zijn op elk station slechts vier fietsen beschikbaar, maar daar komt het nooit voor dat dit kleine aantal ook daadwerkelijk tegelijk in gebruik is.

Groeistuipen
Dennis Evers, businessmanager, en Rob Sluijsmans, klant- en productmanager bij OV-fiets, erkennen dat vraag en aanbod op sommige plekken niet goed op elkaar aansluiten. “We hebben afgelopen maand een groei van 30 tot 35 procent gehad ten opzichte van dezelfde maand vorig jaar. Die toename is ver boven de groei van 25 procent die we in 2016 haalden”, zegt Evers. Groeistuipen, noemt hij de problemen dan ook. “We zijn vergeleken met de trein eigenlijk net start-up af. Dan is het ook logisch dat we nog niet zo betrouwbaar zijn als de trein, een product dat we al 175 jaar aanbieden.”

Meer fietsen
Het team van Evers is druk bezig om de groei bij te benen. “Tot vorig jaar rekten we het systeem continu op. We zetten wel extra fietsen in, maar hebben onvoldoende inzicht op hoe we dat het meest effectief doen. Dat gaat in de toekomst verbeteren.”

Er komen nog meer fietsen. Begin dit jaar stroomden al 2000 extra fietsen in; in september volgen er nog eens vierduizend. Bovendien introduceert NS dan een compleet nieuw systeem dat intern meer inzicht moet verschaffen over vraag en aanbod. “Door middel van data-analyse moeten we de klantafname beter herkennen. We kunnen dan eerder aanvullen als dat nodig mocht blijken.”

In de loop van het tweede kwartaal 2018, zo is de bedoeling, wil NS de beschikbaarheid van de OV-fiets op niveau hebben. Alleen bij evenementen of andere extreme piekmomenten mag het dan incidenteel gebeuren dat je geen OV-fiets meer kan krijgen. Evers: “Onze ambitie is dat de klant erop kan vertrouwen dat er altijd een OV-fiets op het station aanwezig is.”

Feiten en cijfers

OV-fiets begon in 2003 als een onafhankelijke stichting met 800 fietsen verspreid over zeventig locaties. In 2009 nam NS OV-fiets over. In de loop van de jaren groeide het deelfietssysteem sterk. Inmiddels zijn er ongeveer 8500 fietsen op 300 locaties waar reizigers jaarlijks 2,4 miljoen ritten mee maken. Utrecht Centraal is de onbetwiste koploper met bijna 1200 fietsen in zeven verschillende stallingen. Sinds begin dit jaar is de OV-fiets bovendien nog laagdrempeliger geworden, omdat het abonnementsgeld is afgeschaft. In plaats daarvan kost de OV-fiets nu geen 3,35 euro, maar 3,85 euro per 24 uur.
Een stalling telt gemiddeld twintig fietsen. Opvallend is dat al heel vroeg in de ochtend – rond 5.00 uur – het aantal beschikbare OV-fietsen scherp daalt. Vanaf 8.00 uur vlakt die daling wat af om rond het middaguur zijn dieptepunt (gemiddeld 13 fietsen) te bereiken. Tussen 13.30 en 17.00 uur worden de meeste fietsen weer teruggebracht, maar pas diep in de avond zitten de stallingen weer een beetje op niveau. Verder blijkt zaterdag de meest populaire dag om een OV-fiets te huren. Donderdag is de doordeweekse dag met de meeste vraag.

Vincent Wever

Over Vincent

Vincent Wever (hoofdredacteur OV-Magazine tussen jan. 2017 en juli 2018) is adviseur en publicist op het gebied van duurzame mobiliteit.

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook