40 jaar buurtbus is vooral gewoon dóen

40 jaar buurtbus is vooral gewoon dóen

De buurtbus bestaat 40 jaar. Op 28 september 1977 reed de eerste dienst tussen Lekkerkerk, Berkenwoude, Stolwijk en Gouda als vervanging van een buslijn die vijf jaar daarvoor was opgeheven. Met inmiddels honderden lijnen is het experiment van toen een succes, maar wat weten we eigenlijk van de buurtbus? Eigenlijk vrij weinig en daarom start OV-Magazine een onderzoek.

27 september 1977. Minister Westerterp wijdt in Berkenwoude de eerste buurtbus in. Foto: Nationaal Fotoarchief Fotocollectie Anefoto

Toenmalig minister Westerterp was hoogstpersoonlijk in Berkenwoude, 1500 zielen, aanwezig om de eerste buurtbus te openen. Hij zag het als oplossing om de van het platteland verdwijnende buslijnen te vervangen.

In Groot-Brittannië bestond de community bus, gerund door vrijwilliggers, al enige jaren. Aanvankelijk was er enige scepsis. De gemeentescretaris van Stolwijk liet in het Reformatorisch Dagblad optekenen: “In het begin zal het wel lukken. Het is echter de vraag hoe het zal gaan als de nieuwigheid eraf is.” En ook de voorzitter van de buurtbusvereniging had er een hard hoofd in. Wat zou er gebeuren als mensen erachter kwamen dat dit de dagelijkse realiteit zou zijn?

Inmiddels is de buurtbus een vaste waarde. Net als 40 jaar geleden rijdt de bus als lijn 725 de route tussen Lekkerkerk en Gouda in een achtje. Veel veranderde. Westnederland werd Arriva. Het gele Mercedes-busje met hoge instap werd een modern exemplaar waar het hoogteverschil minimaal is.

OV-Magazine lanceert Het Grote Buurtbusonderzoek

Van de 13 vrijwilligers van het eerste uur zijn er nog altijd 3 actief binnen de buurtbusvereniging. “De meesten stoppen pas als ze verplicht met pensioen moeten van Arriva, op hun 76ste. Maar we leggen ze dan ook in de watten. Boetes, bijvoorbeeld, hoeven ze niet zelf te betalen en van tijd tot tijd organiseren we wat leuks voor ze”, aldus Bea Versluys, voorzitter van de buurtbusvereniging Berkenwoude. Die pensioenleeftijd verschilt trouwens per concessiehouder. Voorganger Connexxion hield nog 70 jaar aan. Syntus hanteert helemaal geen bovengrens en kijkt naar de gezondheid van de chauffeur.

Betalen met pinpas 
Op het hoogtepunt was de buurtbus rond Berkenwoude goed voor bijna 6000 passagiers per jaar. Inmiddels zit dat rond de 2500. “Vroeger hadden we goedkope gezinskaartjes. Die waren erg voordelig, vooral voor de grote gezinnen die we hier nog veel hebben.” Maar Arriva schafte de gezinskaart af. Bovendien is vanaf 1 januari het papieren kaartje ook de deur uit. Dan is het alleen nog maar de OV-chipkaart of betalen met pin. “En een pinpas hebben de meeste scholieren niet”, legt Versluys uit. Ze hoopt dat een nieuwe foldercampagne van Arriva soelaas zal bieden.

De buurtbus heeft een duidelijke sociale functie in de dorpen. Chauffeurs blijven vaak even op de vaste klanten wachten of helpen waar nodig met instappen of de boodschappen. Scholieren gebruiken de bus vaak om tussen de middag te gaan eten bij hun ouders. De toenmalige gemeentesecretaris van Stolwijk had dan misschien zijn bedenkingen, inmiddels is de buurtbus meer dan omarmd door zowel de gemeente Krimpenerwaard, waar Stolwijk in opging en de plaatselijke middenstand. Zo kwam de Sint afgelopen jaar met de buurtbus het dorp in.

Een reportage van de lokale omroep over de buurtbus in Berkenwoude
(tekst loopt door onder de video)

Geen website 
Vrijwilligers, dat is een moeilijker verhaal. Een paar jaar geleden was er nog veel animo, maar inmiddels staat de vacature voor nieuwe chauffeurs alweer geruime tijd open. Er is simpelweg geen respons. De dienstverlening komt er nog niet door in gevaar. Vesluys: “We komen er altijd wel uit.” En zo geldt dat voor veel zaken. Een buurtbus, dat is vooral gewoon doen.

‘Wij zijn niet zo van die vergadertijgers’

Er is geen website – ‘beginnen we niet aan, te veel moeite’ – en vergaderingen, zowel intern als extern zijn beperkt. “Als er wat is, kunnen we wel bij Arriva terecht en die helpen ons goed. We zijn niet zo van die vergadertijgers”, vat Versluys samen. Op initiatief van de buurtbusvereniging Oudewater, iets verderop, is er wel een regionaal overleg. “Maar sommige verenigingen laten zich daar niet zien. Er wordt toch niets besloten. Het is vooral om ervaringen uit te wisselen.”

Kennis is verspreid
Het opvallende is dat een centraal punt ontbreekt. Wie plannen heeft voor een buurtbusvereniging of met vragen zit, kan nu nergens terecht. “Veel verenigingen varen hun eigen koers en regelmatig wordt het wiel opnieuw uitgevonden”, zegt Gerard van Kesteren van het CROW. Het kennisplatform stelde het Handboek Buurtbus op, naast de concessiehouder zo ongeveer de enige houvast die buurtbusverenigingen hebben.

Hij merkt dat de vrijwilligers zeer gemotiveerd zijn om te rijden. “Ze vinden het enorm leuk om te doen en zijn heel betrokken.” Bovendien bevordert het de sociale cohesie: “Een buurtbus is echt niet alleen voor ouderen die twee keer per week naar het winkelcentrum gaan. Veel scholieren en forensen maken er ook gebruik van.”

Iets vraagafhankelijks 
Maar heeft de buurtbus nog wel bestaansrecht met alle apps en flexibiliteit? Van Kesteren denkt dat de buurtbus wel met zijn tijd moet meegaan. “Alle buurtbussen rijden nu nog een vaste route op een vast tijdstip. Daar kun je best iets vraagafhankelijks voor bedenken. Het is wachten op de eerste buurtbus die je met een app kunt oproepen.” In Berkenwoude zijn ze daar helemaal niet mee bezig. “Of we over 40 jaar nog bestaan? Geen idee. In het begin hadden we ook niet gedacht dat we het zo lang zouden volhouden. Wij kijken gewoon van jaar tot jaar.”

200 buurtbusverenigingen 
In Nederland zijn ongeveer 200 buurtbusverenigingen actief. De verenigingen draaien op vrijwilligers, zowel in het bestuur als bij de chauffeurs, maar zijn een volwaardig onderdeel van het ov. In principe kan iedereen met een B-rijbewijs als buurtbuschauffeur aan de slag. Aanvullende eisen worden niet gesteld. Geld komt van de concessieverlener en soms van gemeenten en sponsoren; de concessiehouder draagt in de regel zorg voor de praktische zaken, zoals de levering en het onderhoud van de voertuig(en). Een buurtbusvereniging kost tussen de 50.000 en 60.000 euro per jaar en is daarmee een stuk goedkoper dan een reguliere buslijn. Veel buurtbuslijnen rijden ter vervanging van oude, klassieke buslijnen. Met name vakbonden hebben daarom vaak kritiek: er zou sprake zijn van werkverdringing.

Het Handboek Buurtbus van het CROW is een goede leidraad voor wie een buurtbusvereniging wil beginnen. Ook hebben decentrale overheden en vervoerders contact met buurtbusverenigingen. Hoe het buurtbusverenigingen in het algemeen vergaat, weten we echter niet. Daarom houdt OV-Magazine de komende maanden onderzoek: wat leeft er binnen de buurtbusverenigingen? Waar lopen ze tegenaan? Hoe hebben ze zich ontwikkeld? De uitkomsten van Het Grote Buurtbusonderzoek publiceren we in de volgende editie (maart 2018) en natuurlijk op OVMagazine.nl.

Bent u vrijwilliger bij een buurtbusvereniging? Vul dan de enquête in.

Vincent Wever

Over Vincent

Vincent Wever (oud-hoofdredacteur van OV-Magazine) is adviseur en publicist op het gebied van duurzame mobiliteit.

2 reacties

  1. J. Jansen
    20 december 2017 om 22:31- Reageren

    Heel interessant dit artikel. Ik nodig de schrijver uit contact met me op te nemen, zodat hij te weten komt hoe Buurtbus Beemster functioneert.

  2. Frans Heesakkers
    24 december 2017 om 09:41- Reageren

    In een – nog op te richten – overkoepelende organisatie van alle buurtbusverenigingen kunnen kennis en ervaringen gedeeld worden. Daardoor kan veel overheidsgeld bespaard worden. Binnen zo’n organisatie kan bijv. onderzocht worden welke behoefte er is en welke mogelijkheden er zijn voor het vervoer van rolstoelpassagiers. De aanpassingen in een aantal Hermes-buurtbussen blijken kostbaar, onvriendelijk voor de gebruikers, de ‘normale’ passagiers en voor de chauffeurs en hebben naast kleine voordelen vooral grote nadelen. Een overzicht wordt u graag verstrekt door Frans Heesakkers, buurtbuschauffeur.

Laat een reactie achter

Lees ook