Stads- en streekvervoer heeft impuls nodig

Stads- en streekvervoer heeft impuls nodig

Volgens de kersverse DOVA-directeur Jan van Selm is een pakket aan maatregelen nodig om de groeiende vraag naar stads- en streekvervoer op te vangen. Net als in de jaren negentig. “Dat werkte toen goed. In die zin kan de geschiedenis zich herhalen.”

Midden jaren negentig zat het stads- en streekvervoer in een dip, zegt Van Selm. “Toen werden drie maatregelen genomen, die het ov een impuls hebben gegeven.” Hij noemt de wet Personenvervoer 2000, die een beperkte marktwerking toestond. Ook werd het stads- en streekvervoer geregionaliseerd naar 12, en later 14, ov-autoriteiten en adviseerde de commissie-De Boer een investering van 1 miljard euro om de doorstroming te verbeteren.

Inmiddels is de vraag naar openbaar vervoer zo ver gegroeid dat een nieuwe impuls nodig is om het ov aantrekkelijker te maken, zegt Van Selm, die sinds eind januari directeur van het samenwerkingsverband van ov-autoriteiten DOVA is. “Anders pakken mensen liever de auto.”

Slim gebruik
Daarom ziet Van Selm graag opnieuw een investering van 1 miljard euro. En dan niet alleen voor het realiseren van meer infrastructuur, maar om slimmer gebruik te maken van de huidige infrastructuur. “Daardoor kunnen de snelheid en de doorstroming intact blijven, terwijl steden wel groeien. Denk aan een verkeerslicht dat eerder op groen springt, of het tunneltje dat onder een druk kruispunt doorloopt.”

“De snelheid en doorstroming kunnen intact blijven, terwijl steden groeien”

Hij wil dan ook graag met de Rijksoverheid om tafel, om te kijken waar maatregelen genomen kunnen worden.

Lokaal niveau
De DOVA-directeur vindt dat er op lokaal niveau slim gekeken moet worden hoe de ov-infrastructuur beter te benutten is. “Bij het P+R-terrein Hoogkerk in Groningen zijn maatregelen genomen en stroomt alles nu sneller en veiliger door. Dat scheelt tijd en snelheid.”

Ketenmobiliteit
Het uiteindelijke doel van Van Selm is het ov zo aantrekkelijk maken dat de automobilist overstapt naar bus of trein. Investeren in ketenmobiliteit is wat hem betreft een belangrijk onderdeel van het maatregelenpakket. “Voor een reiziger die elke dag dezelfde route neemt, is een oplossing voor de last mile niet nodig. Maar als je elke dag een andere route rijdt, is dat juist een extraatje.”

Eén reactie

  1. Kees Boer
    4 maart 2018 om 23:09- Reageren

    Ik blijf het diepbetreuren dat destijds het plan Rail 21 niet goed is doorgezet zoals de diverse spoorvedubbelingen zoals de Maaslijn,Woerden-Leiden en Utrecht- Arnhem,Deventer-Olst,de RijnGouwelijn

Laat een reactie achter

Lees ook