‘Met hubs onderscheiden we ons als Noord-Nederland’

‘Met hubs onderscheiden we ons als Noord-Nederland’

door in rubriek artikel, ov-knooppunten
Reacties uitgeschakeld voor ‘Met hubs onderscheiden we ons als Noord-Nederland’

Langzaam maar zeker worden 55 ov-knooppunten in Groningen en Drenthe geüpgraded naar aantrekkelijke hubs, waar je vanaf elk vervoermiddel op het ov kunt overstappen en waar het aangenaam verpozen is.“Over tien jaar kun je in de regio niet meer om de hub heen.”

Bekijk ook de beeldreportage: Hubs in Groningen en Drenthe

Het is leeg op de P+R in het Drentse ‘hunebeddorp’ Borger. Het is 2 uur ’s middags en behalve de ijzige wind is er niets te horen in de omgeving. “Dan moet je eens om 7 uur ’s ochtends komen”, zal Jan Ymker, beleidsmedewerker Verkeer van de gemeente Borger-Odoorn, later zeggen. ”Borger is een echt spitsstation.” Het staat inderdaad afgeladen vol met fietsen en auto’s.
Niet zo gek ook, dit ov-knooppunt ligt aan de N34 tussen Gieten en Emmen en vormt een belangrijke verbinding met Groningen, Emmen, Gieten, Assen, Stadskanaal en Winschoten. Woon-werkverkeer ligt hier voor de hand. Borger was dan ook een logische plek om op te waarderen tot ‘hub’, vertelt Ymker.

De hub in Borger beschikt sinds 18 juli over wifi, taxistandplaatsen voor Publiek Vervoer en de Hubtaxi (die de Regiotaxi heeft vervangen), een Kiss & Ride en fietskluizen die je met een app kunt openen en voorzien van oplaadpunten. Het aantal fietsenstallingen is uitgebreid en er zijn plannen om het parkeerterrein te vergroten. Vanwege zoveel vernieuwing verrichtte gedeputeerde Henk Brink op 18 juli de openingshandeling, samen met wethouder Nynke Houwing van de gemeente Borger-Odoorn.

Een blije reiziger 
Borger is een van de vier knooppunten binnen Drenthe en Groningen die recent zijn opgewaardeerd, vertelt Frans Hamstra, programmamanager Hubs namens de provincies Groningen en Drenthe. Hamstra werkt vanuit het OV-bureau Groningen Drenthe dat actief is betrokken bij het programma. Aan de wieg van de hubs stonden twee ontwikkelingen: het Basisnetwerk OV en Publiek Vervoer. Beide provincies hebben in hun omgevingsvisies het basisnetwerk ov vastgesteld. Hiermee garanderen ze voor 10 jaar een netwerk van hoogwaardig openbaar vervoer. De hubs zijn de knooppunten in het netwerk waar alle vervoerstromen samenkomen.

Eind 2017 liepen de contracten voor het Wmo- en leerlingenvervoer af. Alle gemeenten  besloten gezamenlijk nieuwe contracten aan te besteden onder de noemer Publiek Vervoer. Door onder meer Regiotaxi, buurtbus, Wmo- en leerlingenvervoer op elkaar af te stemmen, kan het vervoer duurzamer en efficiënter worden uitgevoerd, was de gedachte. Iedereen binnen een straal van 15 kilometer moet met het Publiek Vervoer kunnen overstappen op regulier ov, zegt Hamstra. “We hebben de landkaart erbij gepakt en cirkels getrokken. 55 treinstations, P+R’s, busstations en grote bushaltes voldoen aan die eis. Die gaan we opwaarderen, zodat je hier met elk vervoermiddel kunt overstappen op bus, trein of ander vervoer. Je kunt er veilig de fiets of auto wegzetten, maar ook op een aantal plekken een fiets huren. Er komen oplaadpunten voor de auto en we gaan deelauto’s aanbieden. Het doel is: een blije reiziger die snel en comfortabel van deur tot deur komt.”

Delen van het landelijk gebied in Drenthe en Groningen staan bekend als krimpregio. De hubs moeten de vitaliteit in het landelijk gebied versterken en daarmee hebben ze ook een sociaaleconomische rol. “Op de hub verbinden we alle partijen rondom het station of de bushaltes met elkaar, dus we willen met alle lokale initiatieven in contact komen”, vertelt Hamstra. “Natuurlijk hoeft niet elke hub dezelfde voorzieningen te krijgen. Op station Grijpskerk is de vraag naar vervoer anders dan bij P+R Kardinge aan de rand van de stad Groningen. Daar willen mensen met de fiets of wandelend het aangrenzend natuurgebied in. Op de hub willen we alle partijen rondom het bus- of treinstation met elkaar verbinden.”

Samenwerken met NS 
Gaat het over samenwerken, dan gaat het al snel over NS, die tenslotte veel stationsgebieden beheert. Verloopt de samenwerking een beetje soepel? Hamstra, behoedzaam: “We gaan stapje voor stapje vooruit. We dagen NS uit om meer samen te werken. In Delfzijl staat het stationsgebouw bijvoorbeeld op NS-terrein. Daarover zijn we met elkaar in gesprek. Wij willen kijken naar wat wél kan. De reiziger hoort centraal te staan, daar zijn we het over eens.”

Samenwerken met lokale initiatiefnemers en met NS gebeurde ook in Zuidhorn, waar het station op 7 september tot hub werd verheven. Het West-Groningse dorp heeft een station op de spoorlijn Groningen–Leeuwarden, een busstation met onder andere een Q-linkverbinding naar Groningen en het is een belangrijk overstappunt voor studenten naar het Zernikecomplex in Groningen.

Zuidhorn was al sinds 2015 bezig met de verfraaiing van het station, vertelt Hans Bekkema, projectleider Openbare Werken van de gemeente Zuidhorn. Het project ‘Stationspark’ moet in 2019 zijn voltooid. “We waren in een vergevorderd stadium toen ik contact kreeg met Hamstra.” Zo waren er al plannen voor extra parkeervoorzieningen en de herinrichting van het busstation.
De gemeente had het ook zonder de hulp van het hubprogramma kunnen doen, denkt Bekkema. “Maar ons project past natuurlijk wel in het plaatje van de hubs. Vanuit het hubprogramma zijn wifi, fietskluizen en bewegwijzering gefinancierd. En nu zijn we een soort voorbeeldproject geworden. We krijgen veel gemeenten over de vloer die willen weten hoe zo’n hub er uit kan zien.”

Best even spannend 
Op station Zuidhorn is sinds jaar en dag ook een Italiaans restaurant gevestigd. De lokale uitbater, Houssein Mobarsham, haalt zijn klandizie vooral uit het dorp, vertelt hij. “Als studenten uit de bus komen, stappen ze meteen in de trein. Er is nauwelijks wachttijd, dus daar haal ik mijn omzet niet uit.” Toch twijfelde Mobarsham geen moment toen hem werd gevraagd of hij zich wilde aansluiten bij de hub. “Natuurlijk, het is een uitdaging en dat is best even spannend. Maar dat ondernemersrisico vind ik ook leuk.”

Het restaurant wordt binnenkort volledig verbouwd, vertelt Mobarsham, om meer bij de look and feel van de hub te horen. Vanuit het hubprogramma zijn er gesprekken met NS, de eigenaar van het stationsgebouw. Er komt een openbaar toilet en de uitbater past zijn tijden aan. Nu gaat hij om 17.00 uur open, na de verbouwing wordt dat 9.00 ’s ochtends. Bekkema van de gemeente Zuidhorn is daar blij mee. “Forenzen reizen in de spits, dan is het prettig als er ook faciliteiten zijn.”

Reuring creëren
Koren op de molen van Hamstra. Wat hem betreft kunnen de hubs uitgroeien tot sociaaleconomische knooppunten in de regio. “In Roden wil de bibliotheek graag aansluiten, in Scheemda werken we ook samen met een lokale ondernemer. En in Borger doet een scholengemeenschap onderzoek naar nieuwbouw naast de hub, vanwege de goede bereikbaarheid. Dat is wat je wilt: reuring creëren.”

Dat klinkt ambitieus. De hub voorziet dan niet louter in een reizigersbehoefte, maar wordt ook een ontmoetingsplek in het dorp. Ziet de lokale kroegbaas of restauranthouder dat niet als een bedreiging? Hamstra: “We willen de dorpskernen versterken, niet overnemen. We gaan op de hubs zelf geen nieuwe horeca openen, maar bestaande horeca beter benutten. Dat houdt het levendig. Maar de kern blijft: mobiliteit aanbieden.”

Over een jaar of tien mag de hub niet meer zijn weg te denken uit Groningen en Drenthe. “We hebben alle betrokkenen op de locaties een garantie van tien jaar ov gegeven. Daarna bekijken we opnieuw hoe het ervoor staat. Deze krimpregio’s moeten natuurlijk wel bereikbaar blijven.” Als de hubs de vitaliteit van het landelijk gebied gaan versterken, hoopt Hamstra zelfs de negatieve gevolgen van de krimp tegen te kunnen gaan. “Als je mobiliteit aanbiedt, blijft het aantrekkelijk om in het landelijk gebied te wonen.”

Fitnessen in Gieten 
Terug naar Drenthe. Bij het knooppunt N33/N34, gelegen aan het iconische verkeersplein bij Gieten, werd op 6 april de eerste hub geopend door de gedeputeerden van Groningen Fleur Gräper-Van Koolwijk, en van Drenthe Henk Brink. Ook Gieten beschikt over een watertappunt, fietskluizen, een hubtaxistandplaats en zelfs over een omgebouwde ANWB-praatpaal waarmee je het contactpunt van Publiek Vervoer kunt bellen. En, opvallend, fitnesstoestellen. Want ook dat hoort bij de hub: er is ruimte voor experimenten.

Buschauffeur Kas Siebum ziet sporadisch iemand gebruikmaken van de toestellen. “Wel kinderen, die vinden het grappig. Maar je denkt toch niet dat mensen hier speciaal naartoe komen om te fitnessen? Sowieso komen alle bussen rond dezelfde tijd aan en gaan ook weer tegelijk weg. Er is nauwelijks wachttijd.” Siebum merkt vanuit de bus weinig van de hub-formule, zegt hij. “Je hoort er in de wandelgangen wel over, maar er zijn volgens mij niet meer reizigers dan eerst. Dit soort overstappunten had je overal al.”

Coen Beckers van Snackhuys het Knooppunt heeft de snackbar net overgenomen en verbouwt nog. “We doen de kleuren in de huisstijl van de hubs en we trekken samen op. Maar verder was dit al een prima locatie voor ons: er stoppen zes bussen per uur en het verkeersplein staat ’s morgens helemaal vast.” Hoe de reizigers de hubvoorzieningen ervaren, zou hij niet weten.

Blauwe hubborden 
De reiziger op zijn beurt lijkt het ook nog niet zo te weten. Een student die een sigaretje staat te roken was het opgevallen dat er overal blauwe hubborden staan. “Ik dacht dat dat betekende dat ze hier sneller internet aanbieden.” Een andere student, die moet rennen om de bus te halen, zegt geen gebruik te willen maken van de fitnessapparatuur: “Er rijden hier telkens bussen voorbij vol medestudenten. Daar schaam ik me voor.”

Jan Ymker van de gemeente Borger-Odoorn weet nog niet hoe de reiziger al die aanvullende voorzieningen ervaart. “Het zou wel mooi zijn als die voorzieningen worden gebruikt, dan creëer je draagvlak binnen de gemeenschap. En we zijn blij met de Hubtaxi. Als mensen een reis met regulier ov kunnen maken, is apart vervoer niet altijd meer nodig.”
Hans Bekkema van de gemeente Zuidhorn ziet de hub als een positieve ontwikkeling. “Uit onderzoek is gebleken dat de wachtbeleving nu al positief is, maar dat reizigers een openbare wc en een wachtruimte missen. Daar werken we nu aan.” En ondernemer Mobarsham: “De hub vergroot de veiligheid op het station. Als ik straks langer open ben, verleen ik ook een stukje service. Dan wordt het tenminste geen spookstation.”

Verbreden
Nu de hubs langzaam Groningen en Drenthe lijken te veroveren, ligt de vraag voor de hand of die derde provincie uit Noord-Nederland niet kan aansluiten: Friesland. Het is immers raar dat je op de ov-knoop Marum wel wifi en een watertappunt hebt, maar in Drachten niet. Programmanager Hamstra: “De gesprekken met Friesland zijn al in een vergevorderd stadium. De hub is geen commercieel concept dus we zien geen bezwaar om uit te breiden. We beginnen klein en rollen langzaam uit. Een spreuk van Loesje luidt: ‘Een grens is een wens om verder te gaan’. Zo werkt dat hier ook. De reiziger staat bij ons centraal.”

Het hubconcept doet het goed in ov-land. Vanuit Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag zijn al delegaties langs geweest om de innovatieve aanpak te bewonderen. Hamstra hoopt dan ook dat ov-autoriteiten uit het Westen mee gaan doen. “MaaS-diensten uit de Randstad zijn welkom om zich aan te sluiten. Er is bij ons veel ruimte om te experimenten. Zo kunnen we ons als Noord-Nederland onderscheiden.”

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.

Lees ook