Arriva moderniseert treinvloot in Noorden
dossier ZE2025

Arriva moderniseert treinvloot in Noorden

Op de Noordelijke treinlijnen start Arriva vanaf komende maandag 12 april met achttien gloednieuwe treinen. Met deze WINK-treinen van fabrikant Stadler ziet Arriva de toekomst positief tegemoet, vertelt regiodirecteur Milfred Hart.

De nieuwe WINK-treinen (afkorting “Wandelbarer Innovativer Nahverkehrs-Kurzzug”) worden extra aan de huidige GTW-treinvloot van vijftig stuks toegevoegd, die vorig jaar al werd gemoderniseerd. De nieuwe rijtuigen, die bestaan uit twee in plaats van drie bakken, beschikken onder meer over usb-poorten, led-leeslampen en sensoren bij de deuren, die de drukte meten.

Bekijk de beeldreportage: Met deze nieuwe treinen kan Arriva jaren vooruit

Aan weerszijden van de trein bevinden zich een werkcoupé en een stiltecoupé met gesloten deuren, legt contractmanager Marten Feenstra uit terwijl hij een rondleiding door de trein geeft. “Die hebben we gescheiden, omdat we van reizigers die wens terugkregen.” Ook de ruime toiletten verdienen de aandacht: in elk van de achttien treinen is de wc in een apart thema uitgedost, omdat elke trein een aparte naam van een bestemming heeft gekregen. “We staan nu in de Oerol-trein. Andere namen zijn bijvoorbeeld Hongerige Wolf en Noorderzon.”

De machinisten zijn enthousiast over de nieuwe treinen, vertelt regiodirecteur Milfred Hart later. “Deze treinen zijn robuuster en zwaarder dan de oude GTW-toestellen, waardoor ze stabieler in het spoor liggen. Natuurlijk is het even wennen voor de machinisten, maar dat biedt ook wat uitdaging. Ze zijn trots dat ze met deze vloot mogen rijden.” Volgens Hart gaan de reizigers het verschil ook meteen merken.

Stiller, schoner, duurzamer

Bovendien zijn deze treinen veel stiller, vult Feenstra aan, omdat batterijen in het dak zijn geplaatst waar remenergie in wordt opgeslagen. Tijdens het stilstaan op het station hoeft de trein niet meer stationair te draaien.

De batterijen nemen het dan automatisch OVER, vervolgt regiodirecteur Hart nadat we zojuist twintig minuten op station Leeuwarden hebben stilgestaan. “De remenergie wordt gebruikt om systemen als airco en verlichting bij stilstand te laten draaien. Dat scheelt behoorlijk in je energiehuishouding.”

Verder rijden de treinen, via twee dieselmotoren aan weerszijden van de trein, op Hydrotreated Vegetable Oil (HVO), dat voor 90 procent CO2-reductie zorgt. Deze synthetische diesel is gemaakt van 100 procent afgewerkte keukenoliën, die niet meer voor de voedselketen bruikbaar zijn. “Het is belangrijk om te kijken naar het productieproces van je energie”, zegt Hart.

De remenergie wordt momenteel in twee accupakketten van 30 kWh op het dak opgeslagen, legt Feenstra verder uit. En er is meer mogelijk, droomt hij vast vooruit. “Op het dak is alvast een pantograaf geplaatst, dus we kunnen eind van dit jaar (als de toelating rond is) de WINK’s als dat nodig is ook inzetten op geëlektrificeerde trajecten, in bijvoorbeeld het Oosten of in Limburg. En we kunnen in de toekomst de HVO-motoren zelfs vervangen door accupakketten, zodat het een batterijtrein wordt. We hebben de wens om volledig om te schakelen naar zero emissie.”

Hart, op zijn beurt, hoopt in de nabije toekomst op partiële elektrificatie, via stukjes bovenleiding op bijvoorbeeld het traject Leeuwarden – Groningen. “Dan kan je elektrisch opstarten onder een draad. De rest van de reis kunnen we dan blijven rijden op de batterijen. En als Leeuwarden – Zwolle -waar al bovenleiding ligt- wordt gedecentraliseerd biedt de WINK ook kansen voor dat traject.”

Ontwikkelconcessie

Het doel is dus om in 2035 volledig zero emissie te rijden, als de huidige concessie afloopt. Moet de toekomst daarna batterij-elektrisch zijn, of zou het ook met waterstof kunnen? Arriva en de provincie Groningen organiseerden immers al eens een proef met een waterstoftrein.

Feenstra: “Persoonlijk denk ik dat het in de toekomst een combinatie van batterijen en waterstof gaat worden. Dit is een ontwikkelconcessie die tot 2035 loopt, dus we moeten gaan kijken wat het wordt en vooral doorontwikkelen. We zijn daarbij ook afhankelijk van onze opdrachtgevers en ProRail.”

Daarom is de samenwerking essentieel, benadrukt Hart ten slotte. “Groningen wil dé waterstofprovincie zijn, dus daar zie ik wel toekomst in. Maar eigenlijk maakt de energiedrager niet uit, het gaat om het doel: verduurzaming.”

Laat een reactie achter

Lees ook