Lessen uit 20 jaar marktwerking in het ov

Lessen uit 20 jaar marktwerking in het ov

Sinds de concessiesystematiek 20 jaar geleden zijn intrede deed in het Nederlandse ov, worden alle decentrale concessies (behalve stadsvervoerconcessies) openbaar aanbesteed. Na gunning trekken concessieverlener en concessiehouder samen op in ontwikkelteams. Maar hoe zorgen ov-autoriteiten ervoor dat ze krijgen wat vervoerders hen beloven?

“Het begint natuurlijk bij het Programma van Eisen en het bestek”, zo vat Jan van Selm, directeur van koepelorganisatie DOVA, de systematiek samen. “Daarin staan, naast de producteisen, de rekenregels voor de puntentoekenning benoemd. Zo weet iedere vervoerder wat hij kan verwachten en waarop hij extra kan inschrijven. De basis is een goed ov-product tegen een scherpe prijs, de rest is bonus. Die extra’s verschillen per concessie en zijn ook tijdsafhankelijk. Wat vroeger ‘in’ was, is dat nu niet meer. Tegenwoordig zijn zaken als zero emissie en MaaS heel trendy.”

‘Een concessie is geen eenmalige inkoop. De samenleving verandert, daarin moet je mee veranderen’

De basis van een goed ov-product moet een goede prijs/kwaliteitverhouding zijn, aldus Van Selm. “Sommige eisen zijn heel duidelijk: vanaf 2025 moeten alle nieuwe voertuigen zero emissie rijden. Dat moet voor de gehele concessieduur beschreven staan. Anders kan het zijn dat de vervoerder bij aanvang schone voertuigen levert, om ze later toch weer

- Dit artikel kost € 1,50
Bent u al abonnee, dan kunt u hier inloggen voor gratis toegang tot alle artikelen: [ Login]
- Wilt u abonnee worden, kijk dan hier voor alle abonnementen
- U kunt dit artikel los kopen voor € 1,50 via deze link: Purchase Only

Lees ook