Groot groter en klein kleiner

Een jaar geleden dachten we alleen maar na over groei en het stimuleren van gebruik van het ov. Hoe snel kan de wereld er heel anders uitzien. We hebben nu de schone taak om goed na te denken over de periode tijdens en na corona.

Nu stimuleert de overheid het mijden van het ov en het zoveel mogelijk thuis blijven. Hoe doe je het dan als vervoerder als je juist had voorgesorteerd op groei? En wat als je net aan het investeren was in duurzame en dure bussen? En wat nu als bovendien de compensatie van de overheid over 2020 leidt tot dieprode cijfers en het vooruitzicht op 2021 leidt tot geen positieve marge kunnen maken?

Mijn eerste gedachte is om de boel dan maar gecontroleerd uit te laten branden. Op naar een nieuwe business wegens kansloze missie. Een tweede gedachte is om – in speltermen gesproken – de zogenaamde Strijdersmodus aan te zetten: er vol voor gaan! Ons goede ov-systeem mag niet zomaar kapotgaan.

Mijn eerste gedachte is om de boel dan maar gecontroleerd uit te laten branden. Op naar een nieuwe business wegens kansloze missie. Een tweede gedachte is er vol voor gaan!

Voor overheden betekent dit het trekken van de portemonnee en medefinancieren van infrastructuur en materieel. Onze kapitaalslasten moeten omlaag. Verder moeten vervoerders samen met opdrachtgevers slimme oplossingen bedenken. Daar zijn best een paar voorbeelden van te geven. Grote en lange bussen inzetten in de spitsen op vrijliggende busbanen, bijvoorbeeld. En gebruik maken van bestaande infrastructuur en bussen veel meer ruimte geven, zodat ze sneller en zonder file belangrijke bestemmingen kunnen bereiken. Niet door reizigers als sardines in een blik te stoppen, maar door bussen luxer te maken dan een eersteklascoupé van een trein.

Op het platteland zullen na corona weer meer mensen gaan wonen: men zoekt ruimte en betaalbare woningen op. Daar kunnen we veel meer kleinschalige voertuigen en flexibele dienstregelingen gebruiken. Misschien wel helemaal geen dienstregelingen, omdat via een app vraag en aanbod gemakkelijk gekoppeld worden. Zo kun je dan, op het platteland van Zeeland en Noord-Holland, in een grote bus, een klein busje of in een taxi terechtkomen. Dit allemaal mogelijk gemaakt door de provincies of vervoerregio’s!

Wij willen wel, wij moeten wel. Anders is ov straks een dode boel. Zoals het was, is het niet meer en zal het voorlopig ook niet meer worden. Anders denken, anders handelen. Dit vraagt om politici en bestuurders met lef. Wie durft?

Zoals het was, is het niet meer en zal het voorlopig ook niet meer worden. Anders denken, anders handelen. Dit vraagt om politici en bestuurders met lef. Wie durft?

Dit artikel is eerder verschenen in OV-Magazine 4-2020. Wilt u OV-Magazine voortaan in print of digitaal ontvangen? Neem contact op of neem een abonnement.

Eén reactie

  1. Peter Steenmeijer
    27 februari 2021 om 11:25- Reageren

    Ik onderschrijf de gedachte van meneer Eringa, maar een bus met de kwaliteit van een eerste klas trein lijkt mij onhaalbaar. Zet in een bus maar eens een kopje koffie op een tafeltje en dan heb ik het niet alleen over de wasborden in het westen des lands. Een lange afstandsbusreis is vele malen vermoeiender dan een lange treinreis om die reden. De spieren in het lichaam worden in een bus – en ook in een auto – constant aangesproken. Om die reden opteer ik voor veel meer railvervoer en het liefst voor de grote afstanden Transrapid-achtige toepassingen.

Laat een reactie achter