Transdev koopt alleen nog ZE-bussen

Transdev koopt alleen nog ZE-bussen

Als manager van het Zero Emissie-programma bij Transdev Nederland, had Bart Kraaijvanger twee keer de grootste ZE-vloot van Nederland onder zijn hoede: eind 2016 in Eindhoven en eind 2017 rond Schiphol. “Aan het begin was je blij als de e-bus de dienstregeling zonder problemen uit kon rijden, inmiddels gaat het ook om duurzame stroomopwekking en recycling.”

Een zero emissiebus in de concessie Haarlem-IJmond.

Onder de vlag van Connexxion en Hermes rijdt Transdev Nederland met 1400 ov-bussen rond. Daarvan zijn er momenteel 300 zero emissie, eind dit jaar moeten dat er 465 zijn. “Eind 2021 willen we dat 45 procent ZE rijdt en eind 2024 51 procent, omdat we in lopende contracten transitiepaden hebben afgesproken”, beschrijft hij de nabije toekomst.

Hoe het daarna verder gaat, is vanwege corona momenteel nog onzeker. “TOC-technisch wil je nieuwe bussen implementeren bij de start van nieuwe concessies, maar de concessiesystematiek is momenteel onderwerp van gesprek. Die onzekerheid maakt het lastig plannen.”

Eindhoven en Amstelland-Meerlanden

E-bussen van vervoerder Bravo op Strijp-S in Eindhoven.

Kraaijvanger startte in 2016 meteen goed als Zero Emissie-eindverantwoordelijke, met de introductie van 43 zero-emissiebussen door Hermes in Eindhoven: de grootste ZE-vloot van Europa tot dan toe. Het marktaanbod en de kennis bij de vervoerder waren nog beperkt, herinnert hij zich. “Dat was heel spannend. De overgang van diesel naar elektrisch had impact op chauffeurs, monteurs, vervoerkundigen, planners en op leverancier VDL.” Maar eigenlijk ging het vanaf dag 1 goed. “Natuurlijk waren er wat kinderziekten, maar dat hoort erbij. Als je kijkt hoe het functioneert, is de beschikbaarheid net zo goed als die van diesels.” Volgens het afgesproken transitiepad rijdt de Hermesvloot in 2024 volledig zero emissie.

Aan de pantograaf op Schiphol Logistics Park.

Een ruim jaar later volgde Connexxion met 100 e-bussen in Amstelland-Meerlanden (AML). “Die bussen moesten vanaf dag 1 volledig operabel zijn, en ook dat is gelukt”, zegt hij tevreden. In 2021 moet dat elektrische aandeel meer dan verdubbeld zijn.

Het vernieuwende karakter was vooral dat de AML-bussen 24/7 moesten rijden, waardoor andere batterijpakketten en laadinfra nodig waren dan in Eindhoven. “Daar laden we vanwege de batterijkenmerken ’s nachts langzaam op het depot, in AML kon dat niet. Dus zochten we batterijen die onder hoog vermogen kunnen snelladen en geen langzaamlaadsessie nodig hebben. Gelukkig had VDL grote stappen gemaakt en kon het deze batterijtechniek leveren. Voor fase 2 stromen er Ebusco’s in die 544 kWh aan boord hebben.”

‘Elke concessie heeft zijn eigen karakter’

In beide concessies koos Transdev voor laden via de pantograaf. “Als je tijdens de operatie onder hoge vermogens moet bijladen, heb je geen andere optie. Maar in concessies zoals Noord-Holland-Noord en Haarlem-IJmond is dat totaal niet nodig. Dat zijn minder intensieve lijnen, waardoor overnight charging rendeert: stekkerladen op het depot en op strategische haltes. Elke concessie heeft zijn eigen karakter.”

In Hoeksche Waard/Goerree-Overvlakkee (HWGO) rijdt Connexxion met vier waterstofbussen van VDL. Eind 2021 komen er twintig Solarisbussen bij. “Natuurlijk is batterij-elektrisch nog veel rendabeler dan waterstof op dit moment. De capaciteit van accu’s groeit snel en concurreert daarmee met waterstof op de lange afstanden. Maar we willen wel waterstofkennis blijven opdoen. Als waterstof een boost krijgt, wil je die kennis en ervaring in huis hebben.”

‘Internationaal lopen wij voorop’

Overigens weet de ZE-manager één ding wel zeker: Transdev koopt alleen nog zero-emissiebussen. “In het verleden kochten wij ook bussen die rijden op CNG, LPG of Euro VI, maar dat is niet meer wat onze opdrachtgevers wensen.” De bussen die nu nog op HVO rijden worden binnenkort vervangen. “Bij HVO komt CO2 vrij. Het is wel CO2-neutraal, maar dit gaat voor Nederland niet ver genoeg.”

Met de in Nederland opgedane kennis en ervaring, is Kraaijvanger tegenwoordig een graag geziene gast op het hoofdkantoor in Parijs om zijn kennis te delen met collega’s wereldwijd. “Internationaal lopen wij voorop, we helpen nu bijvoorbeeld het team uit Australië”. Hen adviseert hij wél ‘CO2-neutrale’ brandstoffen als CNG, LPG en HVO. “Europees gezien vallen CNG, HVO en Euro VI onder de schone brandstoffen: buiten de stadszones mag je die gewoon gebruiken.”

Geleerde lessen

In zowel Eindhoven als in AML leerde Kraaijvanger dat elektrische operatie een andere manier van denken vergt dan een dieseloperatie. “Vroeger stuurde je bussen de omloop in en die reden wel, nu moeten de laadinfra en het laadschema ook goed functioneren. In Eindhoven doet VDL het onderhoud aan bussen en laadinfra. Wij hebben één telefoonnummer om storingen te melden. Dat werkt goed. Je moet je focussen op het gehele systeem.”

‘De rijstijl van de chauffeur kan een enorm verschil maken in efficiënt omgaan met de beperkte range’

Daarnaast kan een goed laadschema de operatie aanzienlijk helpen. “In Eindhoven wilden we reservecapaciteit inbouwen, maar toen laadden alle bussen tegelijkertijd. Dat zorgt voor een enorme piekbelasting. Later leerden we laadmomenten beter over de dag te spreiden. Dat vraagt een kleinere laadcapaciteit. In AML hebben we daarom meteen een kleiner laadvermogen aangevraagd.”

In AML wordt geladen op openbare locaties. De implementatie vergt daardoor meer tijd. “Ten eerste moet je met gemeenten in gesprek over geschikte locaties. En in verband met doorlooptijden moet je je netwerkaanvraag ruim op tijd bij de netbeheerder doen. Dan kan het zijn dat er geen capaciteit is, dat hadden we op een locatie in AML. Dan moet je samen op zoek naar een oplossing. Gelukkig lukte dat, maar dat kost ook tijd.”

Ten slotte is het belangrijk de buschauffeurs en monteurs goed op te leiden, weet de ZE-manager. “De range van zo’n bus is vrij beperkt, dus daar wil je zo efficiënt mogelijk mee omgaan. De rijstijl van de chauffeur kan daarin een enorm verschil maken.”

Samenwerking met leveranciers

Binnen de ontwikkelingen rondom zero emissie, is samenwerking met leveranciers essentieel. Kraaijvanger: “Aan het begin lag de focus met name op het operationeel krijgen en houden van de e-bus, inmiddels stellen opdrachtgevers eisen aan het tweede leven van batterijen, duurzame stroomopwekking en recycling. Dan heb je leveranciers nodig die slim meedenken en creatieve oplossingen aandragen. Gelukkig ontwikkelen de leveranciers zich net zo snel als wij.”

“De eerste e-bussen die de weg op gingen waren, oneerbiedig gezegd, omgebouwde diesels. Tegenwoordig brengen leveranciers nieuwe concepten op de markt. In Nederland gaat de transitie in het busvervoer heel snel, daar speelden Nederlandse bussenbouwers Ebusco en VDL snel op in. Mondiaal loopt de transitie trager, dus het aantal leveranciers dat elektrische bussen leverde was vrij beperkt. Maar inmiddels komt er steeds meer aanbod van e-bussen door bekende en nieuwe leveranciers, dat is een goede ontwikkeling.”

Dit artikel is eerder verschenen in OV-Magazine 3-2020. Wilt u OV-Magazine voortaan in print of digitaal ontvangen? Neem contact op of neem een abonnement.

Laat een reactie achter

Lees ook